Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.7.2.1
3.7.2.1 Algemeen
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577569:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Korsten 2004, nr. 11.3.1, p. 278.
De statuten van een rechtspersoon kunnen nog tijdens de bezwaarfase worden veranderd. Zie Rb. Rotterdam 26 augustus 2005, LJN AV2395(SHIVA/raad van bestuur NMa); CBB 20 februari 2004, LJN A05968 (SHIVA/d-g NMa). Zie Slot, Swaak & Mulder 2007, p. 190.
Zie Korsten 2004, nr. 11.8, p. 309. Zie ook Rb. Rotterdam 11 september 2002, LJN AF0065(Vodofone Libertel en Unipart Group Ltd/d-g NMa).
Zie Kamerstukken II 1995/96, 24 707, nr. 3, p. 47 en p. 90. Zie verder bijvoorbeeld NMa besluit 15 februari 2001 in zaak 2039 en zaak 2040 (EuroNet Internet BV/KPN Telecom BV).
De Poorter & Peters 2002, p. 62-67.
Zie ook het SER Advies nr. 03/06: Evaluatie en aanpassing Mededingingswet, hoofdstuk 6.
Zie over het begrip belanghebbende in de context van het mededingingsrecht De Poorter 2000, p. 36-40; Van Angeren & Polak 2000, p. 139.
Zie over het belanghebbende-begrip Boxum 1990, p. 340 e.v.; Vermeulen 2001, p. 232 e.v.; De Poorter 2003; Schlössels 2004; Adriaanse 2006, p. 245-253.
Schlössels 2004, p. 44.
Alleen belanghebbenden kunnen op grond van artikel 7:1 Awb bezwaar en beroep aantekenen tegen besluiten van de NMa. Het zijn van belanghebbende is in het systeem van de Awb een noodzakelijke voorwaarde voor het betrokken kunnen zijn bij de besluitvorming (zie bijvoorbeeld de artikelen 4:8 en 7:2 Awb), het kunnen maken van bezwaar (artikel 7:1 Awb) en het kunnen instellen van beroep bij de bestuursrechter (artikel 8:1 Awb).1 Onder belanghebbende wordt op grond van artikel 1:2 lid 1 Awb verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Ten aanzien van rechtspersonen worden op grond van artikel 1:2 lid 3 Awb als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Een klager-rechtspersoon moet rechtstreeks worden getroffen in de algemene en collectieve belangen die hij krachtens zijn doelstellingen (zie de statuten) en feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigt.2
Belanghebbenden zijn te onderscheiden in direct belanghebbenden en derde-belanghebbenden. Zo zijn de aanvrager van een besluit en de adressaat van een ongevraagd besluit direct belanghebbenden en is degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een tot een ander gericht besluit derde-belanghebbende.
De NMa zal een klacht van een belanghebbende zien als een aanvraag in de zin van artikel 1:3 lid 3 Awb, waaronder wordt verstaan een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen (meer specifiek het verzoek om een sanctiebesluit te nemen ex artikel 56 Mw).3 De NMa zal op de Macht van een belanghebbende in beginsel een inhoudelijk besluit moeten nemen. De NMa beschikt zowel bij het nemen van de beslissing een Macht á dan niet in behandeling te nemen, als bij het maken van de afweging welke prioriteiten daarbij worden gesteld, over de nodige discretionaire ruimte.4
Concurrenten zullen als belanghebbende een beroep op de Mededingingswet kunnen doen. Het gaat in het mededingingsrecht echter niet alleen om de strijd tussen aanbieders maar ook om de verhouding tussen aanbieders en afnemers. De vraag is in hoeverre gedupeerde consumenten als belanghebbende kunnen worden gezien. Op dit vlak bestond een lacune in de Mededingingswet. Het bestuursprocesrecht werpt aanzienlijke drempels op voor de individuele consument om een inhoudelijk oordeel over zijn klacht te krijgen.5 Afnemers moeten belanghebbende zijn om een beroep op de Mededingingswet te kunnen doen en aan dat criterium zullen vooral consumenten van eindproducten niet voldoen.6
In mededingingsrechtelijke zaken is de interpretatie van het belanghebbende-begrip door de afdeling bestuursrechtspraak van de Rechtbank Rotterdam en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven van belang. Aan het begrip belanghebbende kwam tot voor kort geen bijzondere betekenis toe in de Mededingingswet.7 Gedupeerde consumenten zijn niet automatisch belanghebbende in de zin van de Awb. Een direct betrokken, bestaand belang is voldoende voor het verkrijgen van de kwalificatie belanghebbende. Dit houdt in dat de belanghebbende een actueel en persoonlijk, geïndividualiseerd belang moet hebben dat objectief bepaalbaar is en dat rechtstreeks bij een besluit is betrokken.8 Deze criteria worden op basis van de parlementaire geschiedenis gehanteerd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.9