Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/62.2
62.2 Grondslag
mr. P.J. Stolk, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. P.J. Stolk
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Op onderscheidenlijke voordracht van de burgemeester, g.s, commissaris van de Koning of de voorzitter van het waterschap (art. 273/273a Gemeentewet, 266 Provinciewet en 158 Waterschapswet).
Artikelen 271a van de Provinciewet en 278a van de Gemeentewet.
Sinds 2000 is slechts elf maal een besluit van een provincie of gemeente vernietigd. Zie W. van der Woude, https://www.nederlandrechtsstaat.nl/grondwet/artikel.html?artikel=132##artikel132. Zie voor de drie vernietigingen tussen 2000 en 2004 R.J.M.H. de Greef, ‘Inventarisatie spontane vernietigingsbesluiten van de Kroon 1993 - 2004’, Gst. 2006/55. Daarna acht vernietigingen. Kb 10 mei 2005, Stb. 2005/270 (gemeente Lelystad); Kb 1 november 2006, Stb. 2006/572 (gemeente Oirschot); Kb 1 november 2006, Stb. 2006/573 (Gorinchem); Kb 2 december 2006, Stb. 2006/692 (gemeente Limburg); Kb 20 november 2006, Stb. 2006/615 (gemeente Amsterdam); Kb 31 oktober 2008, Stb. 2008/443 (Landsbanki); Kb 22 maart 2010, Stb. 2010/138 (winkeltijden Westland); Kb 25 maart 2011, Stb. 2011/154 (winkeltijden Westland).
H.B. Winter e.a., Eindrapport Evaluatie Wet revitalisering generiek toezicht, Groningen: Rijksuniversiteit Groningen 2017, p. 125.
Het bijzondere van de regeling van de spontane vernietiging in Afdeling 10.2.2 Awb is dat deze haar basis vindt in artikel 132, vierde lid, en 133, derde lid, van de Grondwet.
Het vierde lid van artikel 132 Grondwet wijst expliciet aan wie bevoegd is om tot vernietiging over te gaan en geeft tevens de gronden voor vernietiging.1 De vernietiging vindt plaats bij koninklijk besluit2 en behoort daarmee tot de bevoegdheid van de regering. De vernietigingsgronden zijn ‘strijd met het recht’ of ‘strijd met het algemeen belang’. In hoofdstuk XVIII Provinciewet, hoofdstuk XVII Gemeentewet, hoofdstuk XXI Waterschapswet en in afdeling 10.2.2 van de Awb wordt dit recht verder uitgewerkt. Deze hoofdstukken uit de Provincie- en Gemeentewet geven samen met afdeling 10.2.3 Awb een regeling voor schorsing. Schorsing is accessoir aan vernietiging, omdat het een tijdelijke voorziening beoogt te bieden in die gevallen waarin nader onderzoek nodig is om te beslissen of vernietiging noodzakelijk is (artikel 10:43 Awb). Een belangrijk aspect van het vernietigingsrecht (en daarmee ook van het schorsingsrecht) is dat het vierde lid van artikel 132 een ander besluitbegrip hanteert dan de Awb. Dit lid stamt van voor de invoering van de Awb en is bovendien van hogere rang, zodat aansluiting bij het Awb besluitbegrip niet voor de hand ligt. De artikelen 261 Provinciewet respectievelijk 268 Gemeentewet verstaan hieronder niet alleen besluiten in de zin van de Awb, maar ook niet-schriftelijke beslissingen die gericht zijn op enig rechtsgevolg. Vernietiging van een algemeen verbindend voorschrift is ook mogelijk.3 De Kroon kan bij de vernietiging van een algemeen verbindend voorschrift, zoals een provinciale of gemeentelijke verordening, bepalen dat met de vernietiging van die verordening ook de krachtens die verordening genomen besluiten worden vernietigd.
Belangrijk is de beperking die artikel 10:34 Awb oplegt door te bepalen dat de bevoegdheid tot vernietiging slechts bij de wet kan worden verleend. Hoewel artikel 132 tweede lid Grondwet de mogelijkheid tot delegatie biedt is door de regering tot deze stringentere regeling besloten omdat dit instrument een grote reikwijdte heeft ook in vergelijking tot het andere toezichtsinstrument van de goedkeuring en een nauwkeurige omschrijving van de toetsingsgronden niet mogelijk is. Een bestuursorgaan kan een besluit van een ander bestuursorgaan vernietigen indien dat bij wet is toegestaan en het besluit in strijd met het recht of het algemeen belang is. Gedeeltelijke vernietiging is alleen mogelijk indien dat strookt met aard en inhoud van het besluit.
De spontane vernietiging komt in de praktijk niet veel voor.4 Dit ondanks de invoering van de Wet revitalisering generiek toezicht. Ten tijde van de totstand- koming van deze wet per 1 oktober 2012 was de regering in de veronderstelling dat het vernietigingsrecht aanzienlijk vaker zou worden gebruikt, nadat veel vormen van specifiek toezicht zouden zijn geschrapt en vervangen door het generiek instrumentarium in de Provinciewet en de Gemeentewet.5 Dat blijkt evenwel niet het geval.6