25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/62.1:62.1 Afbakening
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/62.1
62.1 Afbakening
Documentgegevens:
mr. P.J. Stolk, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. P.J. Stolk
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bijv. ABRvS 8 maart 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV3851, Gst. 2006/119 m.nt. J.W.M. Engels of Rechtbank Rotterdam 24 december 2014 ECLI:NL:RBROT:2014:10546.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze bijdrage zal nader worden ingegaan op het thema de Awb voor decentrale bestuursorganen en de verhouding tussen bestuursorganen. De decentrale bestuursorganen als gebruikers van de Awb. Daarbij wordt vooral gekeken naar gemeenten, provincies en waterschappen. De opzet van deze bijdrage is om een toekomst gerichte analyse te geven. Dat kan uiteraard niet zonder de nodige aandacht aan de ontwikkelingen tot nu toe. Voor de decentrale bestuursorganen is de Awb van belang omdat zij een regeling kent voor interbestuurlijke geschillen. In de eerste plaats de ‘gewone’ bestuursrechtelijke rechtsgang indien het gaat om geschillen in het kader van bijvoorbeeld de Financiële verhoudingswet zoals over een uitkering uit het Gemeentefonds.1 Daarnaast in de vorm van de bijzondere figuren van het bestuurlijk toezicht, te onderscheiden in het preventief toezicht, geregeld in de goedkeuringsfiguur (Afdeling 10.2.1 Awb) en het repressief toezicht, geregeld in de figuur van de spontane vernietiging (Afdeling 10.2.2 Awb), alsmede het daaraan accessoire instrument van de schorsing (Afdeling 10.2.3 Awb). Om redenen van efficiency beperk ik mij tot de spontane vernietiging. Centraal staat de vraag: wat draagt de Awb in dat kader bij aan de verhouding tussen bestuursorganen?