Beschadigd vertrouwen
Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/8.5:8.5 Schadebeleid in de casus
Beschadigd vertrouwen 2021/8.5
8.5 Schadebeleid in de casus
Documentgegevens:
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480640:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het schadebeleid in Groningen is vanwege de verschillende schadesoorten en de hoge aantallen gedupeerden bijzonder gecompliceerd. Maatregelen volgden elkaar in hoog tempo op; soms werden reeds binnen enkele maanden beleidswijzigingen ingezet. Bovendien bestonden voor verschillende groepen gedupeerden verschillende schademaatregelen. Veelal kende zowel NAM diverse maatregelen en liet de overheid deze in stand; soms werd door NAM en overheid parallel beleid geïntroduceerd. In deze paragraaf zet ik het beleid per onderdeel (schadesoort) op chronologische wijze uiteen, wat resulteert in een zeer uitvoerige beschouwing. Aangezien juist de complexiteit van het schadebeleid en de vele verschillende regelingen hebben bijgedragen aan het onbegrip, de ontevredenheid en het wantrouwen bij veel Groningers, heb ik in deze paragraaf desondanks die volledigheid, uitvoerigheid, en in zekere zin onnavolgbaarheid behouden. Ik meen hiermee het meest recht te doen aan de casus en de ervaringen van gedupeerde Groningers.
De meest duidelijke schade in Groningen was de fysieke schade aan gebouwen. Dat uitte zich vaak in scheuren of zettingen in huizen, schuren, oude boerderijen en andere gebouwen. In par. 8.5.1 behandel ik de schadeafhandeling voor deze schadeoorzaak, die een ingewikkelde geschiedenis kent. Vanwege het risico op schade, dat aanwezig blijft ondanks het terugdraaien van de gaskraan, was tevens sprake van waardevermindering van gebouwen en gederfd woongenot. Deze schadesoort bespreek ik onder de noemer ‘waardedaling gebouwen’ in par. 8.5.2. Hieronder bespreek ik ook de uitkoopregeling voor mensen die wegwilden uit het aardbevingsgebied maar hun huis niet verkocht kregen. Ten derde hadden Groningers last van immateriële schade, blijkens gerechtelijke procedures, en is toegezegd dat een vergoeding (smartengeld) zal worden toegekend door het Instituut Mijnbouwschade Groningen. In par. 8.5.3 ga ik in op deze schadesoort.
Naast deze drie schadeoorzaken werd in Groningen een programma opgezet ter versterking van gebouwen. De versterking diende ter voorkomen van toekomstige schade en waardedaling, maar vooral om de veiligheid van de Groningers (beter) te kunnen waarborgen. De versterkingsopgave bespreek ik in par. 8.5.4. Tot slot ondernamen NAM en overheden leefbaarheidsmaatregelen in Groningen, in aanvulling op de eerdergenoemde vormen van schadevergoeding. Het bieden van een toekomstperspectief werd gezien als de derde pijler om de problematiek rond gaswinning aan te pakken: schadeafhandeling, versterking, leefbaarheid.1 De leefbaarheidsmaatregelen behandel ik in par. 8.5.5.
In iedere subparagraaf ga ik eerst in op de opzet en het verloop van het onderdeel van het schadebeleid; vervolgens reflecteer ik op de beschikbare beoordelingen en evaluaties van die vorm van schadeafhandeling. Ik houd me in dit hoofdstuk bezig met schade door en schadeafhandeling van bodembeweging door gaswinning. NAM kan ook andere schade veroorzaken (zoals gewasschade door aanwezigheid van kabels of geluidsoverlast rondom boorinstallaties2), maar dit valt buiten de scope van dit onderzoek.
8.5.1 Fysieke schade8.5.2 Waardedaling gebouwen8.5.3 Immateriële schade8.5.4 Versterking gebouwen8.5.5 Leefbaarheidsmaatregelen