Beschadigd vertrouwen
Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/8.5.3:8.5.3 Immateriële schade
Beschadigd vertrouwen 2021/8.5.3
8.5.3 Immateriële schade
Documentgegevens:
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480715:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vergoeding van immateriële schade binnen het Groningendossier was het resultaat van gerechtelijke procedures: de rechtbank Noord-Nederland oordeelde in 2017 dat NAM inbreuk maakte op een fundamenteel persoonlijkheidsrecht en dat geen sprake was van gewone hinder. Ook het gerechtshof concludeerde dat NAM een vergoeding voor immateriële schade zou moeten toekennen. Hoewel tegen dit arrest door NAM cassatie werd ingesteld – deze zaak moet nog dienen – zag de minister van EZK door de eerdere uitspraken en het advies van een daarvoor ingestelde adviescommissie immateriële schade reden om het nieuw in te stellen publiekrechtelijk verankerde Instituut Mijnbouwschade Groningen bevoegd te maken om op verzoeken tot vergoeding van immateriële schade te beslissen. Vanaf medio 2021 is het IMG begonnen met de afhandeling van de eerste verzoeken tot schadevergoeding; het zal de afhandeling gefaseerd laten verlopen vanwege de verwachte hoge aantallen aanvragen.
In deze paragraaf bespreek ik op chronologische wijze de opzet en het verloop van de mogelijkheid tot vergoeding van immateriële schade, inclusief de overwegingen deze schade wel of niet te vergoeden. Aangezien de eerste schadevergoedingen nog plaats moeten vinden, kan de uitvoering van de regeling nog niet worden behandeld.
8.5.3.1 Opzet en verloop van de regeling8.5.3.2 Beoordeling en evaluatie8.5.3.3 Terugblik: immateriële schade