Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.4.3:5.4.3 Intrekking 403-verklaring: verbintenisrechtelijk effect
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.4.3
5.4.3 Intrekking 403-verklaring: verbintenisrechtelijk effect
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648726:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Er wordt in dit kader ook wel gesproken van het tweeledige effect van de intrekkingsverklaring; Houwen e.a. 1993, p. 855.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De intrekking van een 403-verklaring heeft niet slechts jaarrekeningenrechtelijke consequenties. Een andere consequentie van de intrekking is verbintenisrechtelijk van aard. Schuldeisers verliezen na het deponeren van de intrekkingsverklaring de mogelijkheid om een beroep te doen op de 403-verklaring voor schulden die voortvloeien uit rechtshandelingen die na de intrekking worden verricht.1 De 403-verklaring behoudt na de intrekking nog enige werking in de vorm van de zogenaamde ‘overblijvende aansprakelijkheid’. Schuldeisers met vorderingen die voortvloeien uit rechtshandelingen die zijn verricht vóór de intrekking van de 403-verklaring, kunnen de rechtspersoon die de reeds ingetrokken 403-verklaring deponeerde nog steeds aanspreken op basis van die 403-verklaring. Dit kunnen vorderingen zijn die ontstaan na de intrekking. Te denken valt aan huurpenningen die verschuldigd raken nadat een 403-verklaring is ingetrokken maar voortvloeien uit een huurcontract dat vóór de intrekking van de 403-verklaring is gesloten. Wanneer de schulden voortvloeien uit een rechtshandeling die is verricht vóór de intrekking van de 403-verklaring, vallen deze onder de zogenaamde overblijvende aansprakelijkheid en blijft de rechtspersoon die de 403-verlaring deponeerde en weer introk daarvoor aansprakelijk, ook na de intrekking.