De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/3.3.1:3.3.1 Inleiding
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/3.3.1
3.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS389734:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1976 trad Boek 2 BW in werking, waarin een aparte titel werd opgenomen voor stichtingen. Deze stichtingentitel bevatte nagenoeg dezelfde bepalingen als de WS 1956, maar enkele regelingen – zoals ontbinding van de stichting – waren overgebracht naar de algemene titel in Boek 2 BW, die voor alle rechtspersonen geldt.
In deze paragraaf komen discussies aan de orde die in de politiek in de jaren ’70, ’80 en ’90 over governance bij stichtingen werden gevoerd naar aanleiding van verschillende bepalingen in Boek 2 BW. In het bijzonder wordt ingegaan op discussies over het al dan niet regelen van het toezichthoudend orgaan bij (grote) stichtingen, maar ook op de invloed van belanghebbenden bij stichtingen. Geschetst wordt welke besturingsmodellen in deze periode bij grote stichtingen voorkwamen.