De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap
Einde inhoudsopgave
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/3.4.3:4.3 Concernrelaties en internationale verhoudingen
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/3.4.3
4.3 Concernrelaties en internationale verhoudingen
Documentgegevens:
mr. M. Holtzer, datum 03-04-2014
- Datum
03-04-2014
- Auteur
mr. M. Holtzer
- JCDI
JCDI:ADS382842:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1969-1970, 10 751, nr. 3, p. 14.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onverkorte toepassing van de structuurregeling in concernverband zou tot problemen kunnen leiden. Een belangrijke bevoegdheid, namelijk het benoemen en ontslaan van bestuurders, behoort in een structuurvennootschap toe aan de raad van commissarissen, niet aan de algemene vergadering van aandeelhouders. Wanneer alle dochtervennootschappen die binnen de criteria van de structuurregeling vallen daaraan zouden moeten voldoen, heeft de moedervennootschap niet langer de mogelijkheid om het bestuur van de dochter te dwingen zich aan het concernbeleid te houden. Volledige vrijstelling van die dochtervennootschappen zou ertoe leiden dat de structuurregeling zijn karakter verliest als werknemers van het concern geen invloed hebben op het niveau waar de structuurregeling toegepast wordt. De wetgever heeft deze spanning onder ogen gezien en een systeem van vrijstellingen en beperkingen van de structuurregeling ontworpen.
In de kern houdt dit systeem in dat het concern op holdingniveau aan de structuurregeling wordt onderworpen en de dochtervennootschappen kunnen worden vrijgesteld, mits aan hun ondernemingsraden bevoegdheden toekomen voor de positie van commissarissen bij de holding. Voor internationale concerns gelden specifieke beperkingen – afhankelijk van de vraag of de topholding in het buitenland is gevestigd of in Nederland. De buitenlandse holding valt niet binnen de Nederlandse wet, en haar Nederlandse dochtervennootschappen behoren nu eenmaal tot de internationale groep. De wetgever vond het onwenselijk als het voor buitenlandse ondernemingen onaantrekkelijk zou worden hier dochterondernemingen te vestigen, omdat het hun praktisch onmogelijk zou worden gemaakt een centraal beleid te voeren.1 Ook voor een internationaal vertakt concern waarover een in Nederland gevestigde topholding de centrale leiding uitoefent, is het de vraag of het gerechtvaardigd is dit onder de structuurregeling te laten vallen. De Nederlandse wet kan geen regels over buitenlandse rechtspersonen geven, en evenmin over ondernemingsraden naar buitenlands recht, gesteld dat een dergelijk medezeggenschapsorgaan in de betreffende jurisdictie al bestaat.
Wanneer een vennootschap behoort tot een internationaal concern kan dit voor de toepassing van de structuurregeling twee gevolgen hebben. Als zij tot de top van het concern behoort, kan zij onder een vrijstelling van het structuurregime vallen; dit werk ik onder nummer 4.4 uit. Is de vennootschap een dochtermaatschappij in een internationaal concern, dan kan zij in aanmerking komen voor de toepassing van het verlicht regime (zie nummer 4.5).