Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/3.2.5.3:3.2.5.3 Daadwerkelijke aanvang
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/3.2.5.3
3.2.5.3 Daadwerkelijke aanvang
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS622172:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hoewel de Minister in de toelichting op artikel 3:17BW (nr. 12, p. 13) opmerkt: 'Thans is aanleg of bouw van een werk niet voor inschrijving vatbaar, alleen overdracht' kan een in aanbouw zijnd binnenschip wél te boek gesteld worden (artikel 8:784BW).
Janssen, B.A.M. 2007, p. 324.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het maakt niet uit of de aanleg van het net al voltooid is alvorens men de eigendom van een net verkrijgt of kan verkrijgen. Volgens de toelichting hebben de woorden wordt aangelegd' betrekking op de situatie dat daadwerkelijk een aanvang is gemaakt met de aanleg van een net. Wat onder 'daadwerkelijk een aanvang is gemaakt' moet worden verstaan, wordt vervolgens niet verder uitgewerkt. Dit is jammer want het moment dat daadwerkelijk begonnen wordt met de aanleg kan verschillend worden geïnterpreteerd. Is dit namelijk op het moment van het aanvragen van een vergunning of op het moment van afgifte van een vergunning om tot aanleg van een netwerk over te (mogen) gaan? Of moet 'daadwerkelijk een aanvang is gemaakt' zo feitelijk worden uitgelegd dat de aanleg aanvangt op het moment dat de 'spade' in de grond wordt gestoken? De wetgever had in de toelichting dit punt enigszins kunnen preciseren. Hier zou aangesloten kunnen worden bij de regeling voor inschrijving van in aanbouw zijnde schepen. Volgens artikel 12, tweede lid van de Maatregel teboekstelling Schepen 1992 kan inschrijving van een in Nederland in aanbouw zijnd schip plaatsvinden wanneer de bewaarder aannemelijk is gemaakt dat met de bouw van het schip is begonnen.1 Wanneer dit bij de aanleg van netten zou worden toegepast, zou van `daadwerkelijke aanvang van de aanleg' in juridische zin sprake zijn wanneer de aanleg ter inschrijving wordt aangeboden en het de bewaarder aannemelijk is gemaakt dat met de feitelijke aanleg van het net is begonnen.2 Nu de aanleg van een net niet voltooid hoeft te zijn alvorens de (bevoegde) aanlegger de eigendom ervan verkrijgt, hoeft de aanlegger ook met inschrijving van het net niet te wachten totdat het net volledig of defmitief is voltooid. Hoewel nog niet helder is op welk moment of in welke fase de aanleg ingeschreven kan worden, maakt de uitbreiding van artikel 3:17 BW het voor de aanlegger mogelijk om de aanleg te financieren door middel van een hypotheek. Zodra inschrijving van de 'daadwerkelijk aangevangen' aanleg heeft plaatsgevonden, is sprake van een registergoed in de zin van artikel 3:10 BW en dus kan een hypotheek op het nog niet voltooide net worden gevestigd. Dit is enigszins weer vergelijkbaar met de situatie van een schip in aanbouw. Op grond van artikel 8:780 jo. 8:785 BW dienen binnenschepen, óók die in aanbouw zijn, teboekgesteld te worden. De bouw van een binnenschip kan dan door middel van een verleende hypotheek gefinancierd worden omdat het schip tijdens de bouw moeten worden teboekgesteld. Overigens geldt voor binnenschepen, maar ook voor zee(vissers)schepen, dat na afbouw ervan opnieuw een verzoek tot inschrijving moet worden aangeboden aan de bewaarder, inhoudende de teboekstelling als afgebouwd schip (artikel 13 Maatregel teboekgestelde schepen 1992). De vraag rijst of een dergelijke verplichte inschrijving van de voltooiing van de aanleg van een net (nadat de aanleg ervan is ingeschreven) ook zou moeten plaatsvinden. Aangezien een zodanige verplichting voor netten niet wettelijk is vastgelegd, zal inschrijving van voltooiing van het net niet verplicht kunnen worden, maar wellicht is dit gelet op de derdenwerking wel wenselijk zo niet noodzakelijk.