Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/3.4:3.4 Beschouwing /conclusie
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/3.4
3.4 Beschouwing /conclusie
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS395172:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover ook A.C. Breuer/A.J.A. Stevens, Fiscale ontwikkelingen in Duitsland, WFR 2016/3, paragraaf 7.
Het laatste punt is niet zozeer een discussiepunt vanuit Nederlands perspectief, maar vloeit voort uit het feit dat Duitsland een dergelijke gemeentelijke ondernemingsbelasting kent en Nederland niet.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk heb ik onderzocht welke winstbelastingen van lichamen in Nederland en Duitsland van toepassing zijn en welke verschillen en overeenkomsten er bestaan tussen de (ontwikkeling van de) winstbelasting van lichamen in beide landen. De winstbelasting van lichamen in Nederland is de vennootschapsbelasting. De winstbelasting van lichamen in Duitsland is de Körperschaftsteuer. Een fundamenteel verschil tussen Nederland en Duitsland is dat lichamen in Duitsland daarnaast te maken hebben met de Gewerbesteuer. Uit dit hoofdstuk is gebleken dat de huidige nominale belastingdruk voor lichamen in Duitsland hoger ligt dan in Nederland. De huidige nominale belastingdruk voor lichamen in Nederland is 25% (zonder rekening te houden met het opstaptarief van 20% over de eerste € 200.000 winst). In Duitsland is de gecombineerde Körperschaftsteuer, Gewerbesteuer en Solidaritätszuschlag belastingdruk voor lichamen (gemiddeld) 29,875%. Het belang van de winstbelastingen van lichamen ten opzichte van het totaal aan belastingopbrengsten verschilt in beide landen niet veel van elkaar.
Historisch gezien hebben de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen veel overeenkomsten. Niet zo verwonderlijk, aangezien de wortels van onze huidige vennootschapsbelasting teruggaan naar de Duitse bezetting. Het duurde tot en met 1969 voordat Nederland met een eigen nationale vennootschapsbelasting kwam die bleek voort te borduren op het door Duitsland ingevoerde Besluit VPB 1942. Zoals ik in hoofdstuk 3.2.2 al aangaf, blijkt mijns inziens hieruit dat de door Duitsland ingevoerde fiscale regelgeving voor het overgrote deel (met uitzondering van de hoge tarieven) bevredigend werd gevonden. Voor mijn onderzoek op zich al een belangrijke constatering aangezien ik daaruit concludeer dat bepaalde rechtsregels of leerstukken in Nederland en Duitsland gebaseerd zijn op dezelfde rechtsgronden of principes. Uit de historische uiteenzetting komt ook een aantal verschillen naar voren. Zo werd in Duitsland, in tegenstelling tot Nederland, lang vastgehouden aan een verschillend tarief voor uitgekeerde en ingehouden winsten. Helemaal fundamenteel anders was het systeem in Duitsland in de periode 1977-2001, waarin Duitsland in tegenstelling tot Nederland een (volledig) verrekensysteem hanteerde. Na de hervorming in 2001 zijn beide stelsels op hoofdlijnen mijns inziens vergelijkbaar te noemen.
In beide landen geldt een sterke relatie tussen de winstbelasting van lichamen en de inkomstenbelasting. De vormgeving van de inkomstenbelasting wijkt in Nederland wel fundamenteel af van de Duitse inkomstenbelasting in die zin dat Nederland een analytische stelsel hanteert en Duitsland een synthetisch stelsel. Het huidige toptarief in de inkomstenbelasting is in Nederland veel hoger (52%) dan in Duitsland (45% dat ook nog eens pas begint bij een inkomen van ongeveer € 250.000). Daarnaast kent Duitsland, in tegenstelling tot Nederland, ook nog het splittingstelsel voor gehuwden. Nederland heeft daarentegen voor ondernemers veel ondernemingsfaciliteiten, waardoor de effectieve druk voor in ieder geval ondernemers lager wordt.1
In paragraaf 3.2.5 heb ik enkele conceptuele / fundamentele discussiepunten over de vennootschapsbelasting, de historie en rechtsgrondslag van die belastingen en de relatie met de inkomstenbelasting gedestilleerd, namelijk:
Er is discussie over de rechtsgrondslag van de vennootschapsbelasting;
De discussie over wel of geen invoering van een (rechtsvormneutrale) ondernemingswinstbelasting;
De discussie over een grotere rol voor gemeentelijke belastingen en een mijns inziens interessante vraag daarbij is of (her)invoering van een gemeentelijke ondernemingsbelasting zoals de Duitse Gewerbesteuer aanbevelenswaardig is?2
Hieronder geef ik aan of Duitsland een rechtsregel (oplossing of benadering) heeft die aanbevelenswaardig is, of kan zijn, voor de vennootschapsbelasting ten aanzien van bovengenoemde discussiepunten. Een rechtsregel uit Duitsland is mogelijk aanbevelenswaardig als hij op tenminste één toetsingscriterium beter scoort en op de andere niet minder, dan wel de betere score op één aspect zwaarder telt dan de slechtere score ten aanzien van de toetsen uit mijn toetsingskader, zijnde de i. fiscaal-beleidsanalytische toets, ii. fiscaal-juridische toets, iii. fiscaal-wetstechnische toets en iv. internationale/ Europese fiscale ontwikkelingentoets (zie hoofdstuk 1.3.2.4). Deze onderzoeksmethode en opzet zal ik ook in de resterende rechtsvergelijkende hoofdstukken hanteren.
3.4.1 In beide landen geen eenduidige rechtsgrondslag3.4.2 De thesaurierungsbegünstigung, iets voor Nederland?3.4.3 De Gewerbesteuer, iets voor Nederland?