Kavelruil
Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/2.II.B.3.d:d. Conversie in fiscalibus?
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/2.II.B.3.d
d. Conversie in fiscalibus?
Documentgegevens:
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS479853:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie grenspost 1, hfdst. I onderdeel G.6.j.4 en hfdst. II onderdeel C.7.
Vgl. grenspost 1, hfdst. II onderdeel C.7.
Hof Arnhem-Leeuwarden 17 december 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:9636. Zie tevens grenspost 1, hfdst. IL onderdeel G6.b.3, hfdsL III, onderdeel E.3, alsmede grenspost 2, hfdst. II, onderdelen B.3.d en G7.
Vgl. onderdeel G2 hierna.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals hiervoor reeds opgemerkt1 is op de kavelruil het leerstuk van de conversie (artikel 3:42 BW) van toepassing. Bij een overeenkomst van kavelruil die niet aan de civielrechtelijke eisen voldoet, zal conversie tot gevolg hebben dat de vermeende overeenkomst van kavelruil automatisch wordt omgezet in een (of meerdere) koop- en/of ruilovereenkomsten). Zoals betoogd brengt de conversie van rechtswege met zich dat de (civielrechtelijke) titel van de overeenkomst in stand blijft: deze is en blijft kavelruil, ondanks de ongeldigheid ervan.2 Mogelijk zou gesteld kunnen worden dat, in fiscalibus, na conversie de vrijstelling van artikel 15, lid 1, onderdeel 1, WBR op de verkrijging krachtens de vermeende kavelruil van toepassing blijft, aangezien de titel van de verkrijging nog steeds ‘kavelruil’ is. De vraag die hierbij gesteld kan worden, is of dit wel de bedoeling van de wetgever is geweest en of artikel 15, lid 1, onderdeel 1, WBR niet materieel moet worden uitgelegd: zonder een in civielrechtelijke zin rechtsgeldige kavelruil zou men geen recht op de fiscale vrijstelling van overdrachtsbelasting moeten hebben, ook niet via de ‘omweg’ van artikel 3:42 BW. De ratio van de fiscale vrijstelling is nimmer geweest om een civielrechtelijk niet kloppende, maar geconverteerde kavelruil alsnog vrij te stellen.
In dit verband dient tevens de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2013, in herinnering te worden geroepen.3 De vraag kan gesteld worden of dit arrest ook van belang is voor de gedachtenvorming inzake de (mogelijke) fiscale implicaties van het leerstuk conversie. In deze casus was de titel (kavelruil) immers ai in orde. De DLG had zijn ‘pauselijke zegen’4 reeds aan de kavelruil gegeven, ook al was er, zoals later bleek, materieel sprake van een overdracht. Toch werd er overdrachtsbelasting geheven. De situatie werd derhalve niet (alsnog) ‘gered’ door de mogelijke fiscale werking van de conversie. Gezien het feit dat er in deze casus niet geprocedeerd is over de conversie, is niet zeker of aan deze uitspraak een (extra) argument voor de afwezigheid van fiscale ‘doorwerking’ van de conversie kan worden ontleend.