Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/6.6.4.4
6.6.4.4 Het ‘vangnet-argument’
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS305217:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Te weten het voor ‘particuliere’ werkgevers geldende lid 2 van art. 6:170.
Zie par. 5.3.3.
Zie Kamerstukken II 1988/89, 21202, 2, p. 2. De aanvankelijk voorgestelde formulering van lid 2 van art. 6:175 is wel ongewijzigd ingevoerd. Bij de aanpassing van lid 1 van art. 6:175 (schrapping van de bezitter en verruiming van ‘bedrijf’ naar ‘beroep of bedrijf’), is de term ‘bedrijf’ uit lid 2 van art. 6:175 in relatie tot de bewaarder ongemoeid gebleven.
Kamerstukken II 1988/89, 21202, 3, p. 42; Handelingen II 1992/93, 52, p. 3782.
Kamerstukken II 1988/89, 21202, 3, p. 43.19
Vgl. Spier en Sterk 1995, p. 50: ‘Het doel van de aanvulling lijkt niet zozeer het introduceren van een nieuw, ruimer criterium maar het buiten twijfel stellen dat bepaalde situaties onder art. 6:175 BW vallen.’ In dezelfde zin is Bauw 2015, p. 49. Vgl. ook par. 6.6.3.1 over de ruime uitleg van aanvankelijk de enkele term ‘beroep’ inzake de productenaansprakelijkheid, hetgeen later ‘beroep of bedrijf’ werd, terwijl in beide gevallen werd uitgedrukt dat het gaat om de ‘professional’.
Handelingen II 1992/93, 52, p. 3782.
Uit de samenloopregeling van art. 6:175 lid 5 – de stof vormt een roerende zaak, is daarin verpakt of is opgeslagen in een opstal – zou men anders kunnen afleiden. Zie hierover Kamerstukken II 1988/89, 21202, 3, p. 46. Ik lees deze echter zo dat indien een ex art. 6:175 aansprakelijke persoon vanwege de niet-professionele hoedanigheid ontbreekt, de aansprakelijkheid van de bezitter ex art. 6:173 en 174 van de betreffende roerende zaak of opstal mogelijk blijft. De toelichting vermeldt omtrent de zojuist aangehaalde passage, waarin de aansprakelijkheid van de bezitter ex art. 6:173/174 in geval van ongevallen met gevaarlijke stoffen in de privésfeer als uitkomst wordt genoemd, namelijk dat het nieuwe slot van lid 4 van art. 6:175 (verontreiniging door de stof van lucht, water of bodem) beoogt te voorkomen dat men uit dit lid iets anders zou kunnen afleiden. In dit nieuwe lid 4 was geschrapt de passage dat ‘de bezitter van water of bodem niet uit het eerste lid aansprakelijk’ is. Zo meen ik ook dat indien de producent een beroep toekomt op het verweer ex art. 6:185 lid 1 sub c (niet-professional), een aansprakelijkheid van de bezitter ex art. 6:173 mogelijk blijft.
Is wel sprake van een ‘beroep of bedrijf’ en tevens van een gebrek in de zin van art. 6:173/174, dan is sprake van samenloop met art. 6:175. Art. 6:175 lid 5 kanaliseert de aansprakelijkheid dan naar de ingevolge art. 6:175 lid 1-4 aansprakelijke.
Zie ook Spier en Sterk 1995, p. 52.
Zie par. 6.6.3.3 omtrent de producent in dit verband: indien op het terrein van de productenaansprakelijkheid geen ‘professional’ valt aan te wijzen en afd. 6.3.3 BW daarom toepassing mist, zal eveneens de (particuliere) bezitter uit art. 6:173 als ‘vangnet’ dienen.
Ter toelichting op het schrappen van de bezittersaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen en de uiteindelijke keuze in art. 6:175 lid 1 voor de ‘beroeps- of bedrijfsmatige’ gebruiker, is door de minister aangegeven dat hiermee ter aanduiding van de aansprakelijke persoon ‘in hoofdzaak’ de formulering van art. 6:181 met betrekking tot de in art. 6:173, 174 en 179 bedoelde zaken is gevolgd. De enkele term ‘bedrijf’ uit art. 6:181 lid 1 (en ook lid 2) behoefde volgens de minister in het kader van de aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen ‘enige aanvulling’, omdat in de aangepaste redactie van art. 6:175 lid 1 de ‘algemene aansprakelijkheid’ van de bezitter niet langer ‘als vangnet’ kan dienen.1 Brengt het feit dat voor de aansprakelijkheid van art. 6:181 lid 1 en 2 in de vorm van art. 6:173, 174 en 179 wél een bezittersaansprakelijkheid als vangnet geldt nu met zich, dat ‘beroep of bedrijf’ in de zin van art. 6:175 lid 1 (en in art. 6:181 lid 3) toch een ruimere groep aansprakelijken omvat dan het enkele ‘bedrijf’ als bedoeld in art. 6:181 lid 1 en 2? Op het eerste oog lijkt daar vanuit het oogpunt van slachtofferbescherming wel wat voor te zeggen. Voldoet in geval van schade door de in art. 6:173, 174 en 179 bedoelde zaken een op voet van art. 6:181 aangesprokene niet aan het bedrijfsbegrip van deze bepaling, dan kan de benadeelde nog ‘terugvallen’ op de kwalitatieve aansprakelijkheid van de (particuliere) bezitter. Voldoet in geval van schade door een gevaarlijke stof de op grond van art. 6:175 aangesprokene niet aan de omschrijving van de aansprakelijke persoon (uiteindelijk dus ‘beroep of bedrijf’), dan kan de benadeelde niet meer bij een ander zoals de (particuliere) bezitter terecht op basis van een kwalitatieve aansprakelijkheid voor dezelfde gevaarlijke stof. Een nadere beschouwing maakt mijns inziens evenwel duidelijk dat bedoeld ‘vangnet-argument’ toch niet steekhoudend is voor het aannemen van een uiteenlopende uitleg van ‘bedrijf’ in lid 1 en 2 van art. 6:181 enerzijds en ‘beroep of bedrijf’ in art. 6:175 lid 1 (en art. 6:181 lid 3) anderzijds.
Ten eerste geldt binnen het kwalitatieve aansprakelijkheidsrecht niet een stelregel dat het in een bepaalde regeling ontbreken van een (particuliere) aansprakelijkheid tot een ruimere groep niet-particuliere aansprakelijken leidt ten opzichte van regelingen die wel een particulier ‘vangnet’ kennen. Zo kent de aansprakelijkheid voor zelfstandige hulppersonen van art. 6:171 geen particuliere aansprakelijkheid als vangnet, de aansprakelijkheid voor ondergeschikten van art. 6:170 lid 1 wel.2 Niettemin is de door art. 6:171 aangewezen groep (niet-particuliere) aansprakelijken behoorlijk beperkter dan de groep (niet-particuliere) aansprakelijken waarop art. 6:170 lid 1 betrekking heeft.3 Een aanwijzing in de richting dat het ontbreken van een ‘vangnet’ in de vorm van een (particuliere) bezittersaansprakelijkheid niet betekent dat de betreffende aansprakelijkheid om díe reden ruim(er) moet worden uitgelegd dan bij aanwezigheid van een dergelijke ‘terugvalmogelijkheid’, is ook op het terrein van de aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen zelf te vinden. Voorafgaande aan de vervanging van de bezitter als aansprakelijke persoon in art. 6:175 lid 1 door degene die een ‘beroep of bedrijf’ uitoefent, werd voorgesteld de aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen – evenals die voor roerende zaken, opstallen en dieren – te leggen bij de bezitter en de in art. 6:181 genoemde bedrijfsmatige gebruiker. Voorts werd daarbij voorgesteld in lid 2 van art. 6:175 de aansprakelijkheid te leggen bij ‘de bewaarder die er zijn bedrijf van maakt’ gevaarlijke stoffen te bewaren.4 Ook al in deze fase werd in de toelichting op art. 6:175 lid 1 veelal van de particuliere bezitter als aansprakelijke persoon gesproken – waar dan de professionele gebruiker tegenover stond –,5 terwijl in de toelichting op lid 2 van art. 6:175 reeds van de professionele bewaarder werd gesproken.6 Hieruit lijkt opgemaakt te kunnen worden dat ook toen de in art. 6:175 jo. 181 geregelde aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen nog wel een ‘vangnet’ kende in de vorm van een bezittersaansprakelijkheid, de term ‘bedrijf’ (in lid 1 en 2 van art. 6:175 en in art. 6:181) reeds een onderscheid beoogde te maken tussen de professionele en particuliere c.q. privésfeer. Met andere woorden, het latere schrappen van de bezittersaansprakelijkheid uit art. 6:175 lid 1 heeft niet ertoe geleid dat de nieuwe maatstaf ‘beroep of bedrijf’ (lees: de professional) een ruimere groep aansprakelijken omvatte dan het eerdere ‘bedrijf’ (lees: ook reeds de professional).
Dat het maar de vraag is of de minister bij de aangepaste, uiteindelijke redactie van art. 6:175 lid 1 (‘beroep of bedrijf’) wel werkelijk een ruimere groep aansprakelijken op het oog had dan degenen die (reeds) onder het bedrijfsbegrip van art. 6:181 lid 1 en 2 vallen, is voorts op te maken uit het feit dat hij ervan spreekt ‘buiten twijfel’ te willen stellen dat bepaalde personen daaronder begrepen moeten worden.7 Hierom zou de ruimere omschrijving van de aansprakelijke persoon in art. 6:175 (‘beroep of bedrijf’) ten opzichte van die in art. 6:181 (‘bedrijf’) ook zo opgevat kunnen worden, dat de minister de toepassing van art. 6:175 zeker heeft willen stellen in gevallen waar daarover – vanwege de enkele term ‘bedrijf’ – op het terrein van art. 6:181 discussie zou kunnen ontstaan. Zo beschouwd behoefde de groep aansprakelijken die de minister bij de uiteindelijke redactie van art. 6:175 lid 1 op het oog had dus niet per se ruimer te zijn dan degenen die reeds vielen onder (een ruime uitleg van) het bedrijfsbegrip van art. 6:181.8 In deze redenering heeft de minister dan alleen om eventuele discussie voor te zijn, gekozen voor het (louter) tekstueel ruimere ‘beroep of bedrijf’.
Ten derde is het de vraag of voor art. 6:175 lid 1 wel werkelijk een ‘vangnet’ waarvan de minister sprak, ontbreekt. De gevolgen voor de particuliere sfeer van het schrappen van de bezitter als aansprakelijke persoon voor schade door gevaarlijke stoffen, zullen in de praktijk minder groot zijn dan op het eerste gezicht wellicht gedacht. Het is nota bene de minister zelf die wijst op de kwalitatieve aansprakelijkheden die ‘overblijven’ om bescherming te bieden in geval van ongevallen met gevaarlijke stoffen in de privésfeer.9 Zo wordt in het kader van de schrapping van de bezitter uit art. 6:175 lid 1 aangegeven:
‘De bezitter van een stof kan uiteraard wel uit andere bepalingen van Boek 6 aansprakelijk zijn, bijv. uit de artikelen 173 en 174. (...) De slachtoffers zijn hiermee in de regel afdoende geholpen, nu juist in de privésfeer ongelukken met gevaarlijke stoffen, zo al geen sprake is van onzorgvuldigheid, vrijwel altijd met een aantoonbaar gebrek in de zin van de artikelen 173 en 174 gepaard zullen gaan.’10
Indien de aangesprokene niet voldoet aan de in art. 6:175 lid 1 bedoelde hoedanigheid (‘beroep of bedrijf’) bestaat voor de benadeelde dus veelal weldegelijk een ‘vangnet’ in de privésfeer, te weten de art. 6:173 en 174 (in verbinding met de productenaansprakelijkheid in afd. 6.3.3 BW).11 Zo zal in het voorbeeld van een plotseling ontploffende gasaansteker in de privésfeer weliswaar geen (particuliere) bezittersaansprakelijkheid ex art. 6:175 bestaan, maar wél een (particuliere) bezittersaansprakelijkheid ex art. 6:173 (in verbinding met afd. 6.3.3 BW).12 Met andere woorden, in geval van ongelukken in de privésfeer met gevaarlijke stoffen zullen de regelingen van art. 6:173 en 174 in het algemeen meebrengen dat (toch) iemand op kwalitatieve grondslag aansprakelijk is.13 Zo beschouwd doet de (particuliere) bezittersaansprakelijkheid van art. 6:173 en 174 niet alleen dienst als ‘vangnet’ voor art. 6:181, maar ook voor art. 6:175. Daarmee is een ‘vangnet-argument’, op basis waarvan op grond van art. 6:175 (‘beroep of bedrijf’) een ruimere groep aansprakelijken zou moeten bestaan dan op grond van art. 6:181 (‘bedrijf’), niet houdbaar.14
Alles overziend, meen ik dat ‘beroep of bedrijf’ in art. 6:175 lid 1 hetzelfde uitdrukt als ‘bedrijf’ in art. 6:175 lid 2 en ‘bedrijf’ en ‘beroep of bedrijf’ in art. 6:181 lid 1 t/m 3: de aansprakelijkheid rust op de ‘professional’, waarmee is beoogd alleen schade in de particuliere c.q. privésfeer buiten de betreffende regelingen te houden.