Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/3.1:3.1 Inleiding
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS451666:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 66 RvOTK; artikel 93 RvOEK.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk gaat in op de bevoegdheden van de Tweede en de Eerste Kamer in het kader van het budgetrecht. Om de juridische consequenties van Europese integratie voor het budgetrecht van de Staten-Generaal vast te kunnen stellen, is het nodig om eerst de precieze bevoegdheden van beide Kamers op dit terrein voor ogen te hebben. Ik richt me daarbij met name op reguliere begrotingsvoorstellen. Voor zover de bevoegdheden van beide Kamers ten aanzien van suppletoire begrotingen, indemniteitswetten of slotwetten afwijken, besteed ik daaraan kort aandacht.
De Tweede Kamer is bevoegd om begrotingsvoorstellen aan te nemen, te amenderen of te verwerpen. Net als bij andere wetsvoorstellen, heeft de Eerste Kamer slechts de bevoegdheid om voorstellen goed te keuren of af te wijzen. Daarnaast kunnen beide Kamers moties indienen tijdens de behandeling van begrotingen.1