Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/4.2.1.5
4.2.1.5 Wetboek van Koophandel van 1928: wie stelt de agenda vast?
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649701:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Van der Heijden 1936, p. 252; Weststrate 1935, p. 60 (en ook Grosheide 1957, p. 78-79).
Deze bepaling kwam, zij het iets anders geredigeerd, ook al voor in het Ontwerp Kist (art. 80 lid 1 Ontwerp Kist, Belinfante 1890, p. 41). In het Ontwerp Jolles was bepaald dat de algemene vergadering wordt bijeengeroepen door het bestuur, en dat de rvc het bestuur kan verzoeken een algemene vergadering bijeen te roepen. Als het bestuur niet binnen eenentwintig dagen gevolg geeft aan dat verzoek, kan de rvc volgens het Ontwerp Jolles zelf tot bijeenroeping overgaan (art. 34 lid 1 en art. 33 onder 6 Ontwerp Jolles, Kamerstukken II 1871/72, 65, nr. 2, p. 959).
HR 11 februari 1932, ECLI:NL:HR:1932:225, NJ 1932, 999(Patentgeneesmiddelen). Zie over wie als ‘ander’ kan kwalificeren J.A. Terstegge 2017, p. 231-234 en par. 3.3.2.1.
Art. 34 van het Ontwerp Jolles is rechtstreeks ontleend aan § 237 ADHGB. Zie ook De Jongh 2014, p. 211.
Art. 35 lid 3 en lid 4 Ontwerp Jolles.
Art. 34 lid 2 Ontwerp Jolles.
Hoewel sinds het WvK 1928 de algemene vergadering slechts besluiten kan nemen op basis van de tijdig verspreide agenda, werd in de wet niet bepaald wie de agenda vaststelt. Ook toen werd echter al aangenomen dat degene die de algemene vergadering bijeenroept de agenda voor de betreffende vergadering vaststelt.1 De vraag is dus wie de algemene vergadering bijeenroept.
Het WvK 1928 bepaalt dat het bestuur en de rvc bevoegd zijn tot bijeenroeping, tenzij de statuten anders bepalen (art. 43b WvK 1928).2 Reeds in 1932 oordeelde de Hoge Raad dat art. 43b WvK zo moet worden begrepen dat de bijeenroepingsbevoegdheid in de statuten ook aan anderen dan het bestuur en de rvc kan worden gegeven (hierover verder par. 3.3.2.1).3 Als het bestuur en de rvc (of een ander die volgens de statuten tot bijeenroeping bevoegd is) in gebreke blijven de jaarvergadering of een andere statutair voorgeschreven vergadering bijeen te roepen, kan iedere aandeelhouder met machtiging van de president van de rechtbank (thans de voorzieningenrechter) zelf oproepen (art. 43e WvK 1928). Verder bepaalt het WvK 1928 in art. 43c (thans art. 2:110/2:220 BW):
“Wanneer een of meer houders van aandeelen, gezamenlijk ten minste één tiende gedeelte van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigende, of een zooveel geringer bedrag als bij de akte van oprichting zal zijn bepaald, aan het bestuur en aan commissarissen, zoo die er zijn, schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen onderwerpen het verzoek hebben gericht eene algemeene vergadering bijeen te roepen, en noch het bestuur noch de commissarissen, daartoe in dit geval gelijkelijk bevoegd, aan dit verzoek gevolg hebben gegeven zoodanig dat de algemeene vergadering binnen zes weken na het verzoek gehouden kan worden, kunnen de verzoekers door den president van de arrondissements-rechtbank, binnen wier rechtsgebied de vennootschap is gevestigd, worden gemachtigd zelven de oproeping te doen.”
En in art. 43d WvK 1928 (thans art. 2:111/2:221 BW):
“De president der rechtbank verleent, na verhoor of behoorlijke oproeping van de naamlooze vennootschap, de verzochte machtiging, indien de verzoekers summierlijk hebben doen blijken, dat de in het vorige artikel gestelde voorwaarden zijn vervuld en dat zij een redelijk belang hebben bij het houden der vergadering. De president der rechtbank stelt den vorm en de termijnen voor de oproeping tot de algemeene vergadering vast. Hij kan tevens een aandeelhouder aanwijzen, die met de leiding van de algemeene vergadering zal zijn belast.
Bij de oproeping ingevolge het eerste lid wordt vermeld, dat zij krachtens rechterlijke machtiging geschiedt. De op deze wijze gedane oproeping is rechtsgeldig, ook indien mocht blijken, dat de machtiging ten onrechte verleend was.
Tegen de beschikking van den president is geenerlei voorziening toegelaten, behoudens cassatie in het belang der wet.”
Tot slot is van belang dat het in art. 43c, 43d en 43e WvK 1928 bepaalde niet van toepassing is op NV’s, waarvan de statuten geen aandelen aan toonder toelaten. De statuten van dergelijke NV’s kunnen de genoemde voorschriften wel geheel of gedeeltelijk van toepassing verklaren.
Art. 43c en art. 43d WvK 1928 bevatten het wettelijke convocatierecht voor kapitaalverschaffers. In het Ontwerp Jolles was al in een dergelijk recht voorzien. Art. 34 lid 2 van dat ontwerp bepaalt dat op schriftelijk, met redenen omkleed verzoek van de houders van minstens een tiende van het maatschappelijk kapitaal, het bestuur of het voorlopig bestuur of de vereffenaars tot bijeenroeping verplicht zijn.4 De toelichting op het Ontwerp Jolles leert dat onder ‘met redenen omkleed’ verstaan moet worden dat het verzoek van de kapitaalverschaffers de door hen gewenste agendapunten dient te bevatten. De bijeenroeping geschiedt door minstens twee aankondigingen in de nieuwsbladen, en in die aankondigingen worden de punten van behandeling vermeld. Over onderwerpen die niet zijn aangekondigd kan niet worden besloten.5 Doordat de kapitaalverschaffers die een convocatieverzoek doen bij dat verzoek de te behandelen onderwerpen dienen te vermelden en het bestuur een convocatieverzoek niet mag weigeren (het bestuur is blijkens het ontwerp immers verplicht tot bijeenroeping over te gaan),6 voorziet het Ontwerp Jolles feitelijk in een krachtig agenderingsrecht voor verschaffers van minimaal 10% van het maatschappelijk kapitaal.