De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.6.3.5:17.6.3.5 Informatieverschaffing aan de oorspronkelijke aandeelhouder
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.6.3.5
17.6.3.5 Informatieverschaffing aan de oorspronkelijke aandeelhouder
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS363693:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het verstrekken van informatie over het beheer dient te worden onderscheiden van het verstrekken van informatie over de vennootschap (zie daarover par. 17.6.4.1).
Indien goederen buiten de enquêteprocedure ten titel van beheer worden overgedragen, wordt bij de overdracht een overeenkomst van de opdracht (tot beheer) gesloten.1 De opdrachtnemer is in dat geval rekening en verantwoording verschuldigd aan de opdrachtgever.2 Ook de curator als bedoeld in art. 1:378 BW is rekening en verantwoording verschuldigd, zij het aan de kantonrechter.3
Uit oudere rechtspraak van de ondernemingskamer leek te volgen dat tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer in dit opzicht meer weg heeft van curatele dan van opdracht. In de NIBO-beschikking4 oordeelde de ondernemingskamer namelijk dat tijdelijke beheerders geen verantwoording verschuldigd zijn aan de aandeelhouders(vergadering), maar aan de ondernemingskamer. Dat oordeel lijkt gebaseerd op art. 2:357 lid 5 BW waarin is vastgelegd dat de ondernemingskamer de tijdelijke beheerder kan vragen om regelmatig verslag uit te brengen. Blijkbaar meende de ondernemingskamer dat deze bepaling uitputtend is. Of deze rechtspraak nog het positieve recht weergeeft, valt te bezien. Verwezen zij naar par. 16.7.3.
Het ligt meer voor de hand om de regeling van de overeenkomst van opdracht analoog toe te passen.5 Het is mijns inziens ook niet onredelijk om van de tijdelijke beheerder te verlangen dat hij verantwoording aflegt over het gevoerde beheer. In de ruzieachtige sfeer rond de enquêteprocedure zal dat misschien beladen zijn, maar mijns inziens zou de tijdelijke beheerder moeten kunnen uitleggen hoe het beheer is verlopen. Het afleggen van verantwoording zal dan plaatsvinden op daartoe geëigende tijden, bijvoorbeeld aan het einde van het beheer, of na een ingrijpende gebeurtenis, en dus uitdrukkelijk niet op ieder tijdstip dat de oorspronkelijke aandeelhouder dit wenst.
Wat daar ook van zij, in de praktijk is het verschaffen van informatie over het beheer van de aandelen onvermijdelijk. Het deugdelijk behartigen van de belangen van de oorspronkelijke aandeelhouders vergt namelijk dat met hen wordt gesproken over wat zij in hun belang achten, alsmede dat de beheerder gebruik maakt van eventuele bij de oorspronkelijke aandeelhouder aanwezige kennis. Om een dergelijk gesprek op een zinnige manier te kunnen voeren, is het nodig dat de tijdelijke beheerder informatie verschaft aan de oorspronkelijke aandeelhouders. Een dergelijke manier van informatieverschaffing hoeft echter niet volledig te zijn.6
Daarnaast zal de tijdelijke beheerder zich in voorkomende gevallen moeten verweren tegen het verwijt dat hij het beheer niet deugdelijk (heeft) verricht. Ook dat kan niet zonder informatie te verschaffen over hoe het beheer is verricht.
Ook zal de tijdelijke beheerder waarschijnlijk verantwoording moeten afleggen, indien hij wenst dat de oorspronkelijke aandeelhouder hem décharge verleent. Zie daarover par. 17.8.2.1.