Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.8.1:3.8.1 Algemeen
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.8.1
3.8.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS578703:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Jones & Sufrin 2004, p. 1177; Nazzini 2004, p. 44, § 3.09-3.10.
Mededeling behandeling van klachten door de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 EG, PbEU 2004, C 101/65.
Art. 7 Verordening 772/2004.
GvEA EG 18 september 1992, zaak T-24/90 (Automec II), Jur. 1992, p. 11-2223.
Mededeling behandeling van klachten door de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 EG, PbEU 2004, C 101/65.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Natuurlijke personen en rechtspersonen kunnen, zoals reeds bleek in § 1.7.2 over het verschil tussen private handhaving of privaatrechtelijke handhaving, een klacht indienen bij de Europese Commissie over een inbreuk op het kartelverbod of het misbruik maken van een machtspositie. Als voorwaarde geldt dat de gedupeerde consument of concurrent in het Europees recht een aantoonbaar rechtmatig belang moet hebben in de zin van artikel 7 lid 2 Verordening 1/2003 en artikel 5 lid 1 Verordening 773/2004.1 Op grond van artikel 5 lid 2 Verordening 773/2004 dient de Macht de gegevens te bevatten zoals wordt verlangd in formulier C van de bijlage van Verordening 773/2004. Dit formulier C is ook bijgevoegd bij de 'Mededeling behandeling van klachten door de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 EG'.2
Indien de Commissie niet van plan is om handhavend op te treden naar aanleiding van de Macht van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een rechtmatig belang heeft, dient de Commissie een beargumenteerd besluit te nemen waarin de Macht wordt afgewezen.3 Tegen deze beschikking kan beroep worden aangetekend bij het GvEA EG.4 Uiteraard heeft de Commissie het recht prioriteiten te stellen en een Macht af te doen wegens het ontbreken van voldoende gemeenschapsbelangen. Op grond van artikel 13 Verordening 1/2003 kan de Commissie klachten afwijzen ingeval deze reeds worden behandeld of zijn behandeld door een nationale mededingingsautoriteit. Zie over deze verhouding ook de 'Mededeling behandeling van klachten door de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 EG'.5 In de Mededeling van de Commissie wordt aan het einde ook gewezen op de mogelijkheid om als informant anoniem te Magen (§ 80).
Onder Verordening 17/62 werd in artikel 3 lid 2 nog gesproken van een redelijk belang. Artikel 7 lid 2 van Verordening 1 /2003 bepaalt dat natuurlijke personen en rechtspersonen die een rechtmatig belang kunnen aantonen, gerechtigd zijn tot het indienen van een Macht in de zin van artikel 7 lid 1 Verordening 1/2003. Naast de natuurlijke personen en rechtspersonen die gerechtigd zijn tot het indienen van een Macht ingeval zij een rechtmatig belang kunnen aantonen, zijn ook de lidstaten gerechtigd tot het indienen van een Macht in de zin van artikel 7 lid 1 Verordening 1/2003.
De Mager kan ingeval de Commissie niet op klachten reageert of zeer laat reageert in het uiterste geval een procedure wegens nalaten instellen op grond van artikel 232 EG. Het GvEA EG zal dan de Commissie eventueel kunnen veroordelen tot het nemen van een beslissing. Uiteraard bestaat voor de Commissie dan de mogelijkheid om alsnog (gemotiveerd) tot het oordeel te komen dat de zaak geen communautair belang heeft zodat de Macht wordt afgewezen.