Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/7.5.3
7.5.3 Onderzoekshandelingen onder verantwoordelijkheid Nederland
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS616715:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Voorbeelden hiervan bieden HR 7 juni 1988, NJ 1988/987 m.nt. Schalken (kogel veiliggesteld uit Duitse boom), HR 18 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1335, NJ 2000/107 m.nt. Schalken (infiltratieactie op Turks grondgebied), HR 7 maart 2000, ECLI:NL:HR: 2000:ZD1678, NJ 2000/539 m.nt. Schalken (grensoverschrijdende observatie). Zie nader de conclusie van AG Knigge voor HR 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5629, NJ 2011/169 m.nt. Schalken.
Hij verkiest model C en wordt daarin volgens de annotator door de HR gevolgd, al vind ik dat zelf in de tekst van het arrest niet heel helder, ook omdat over schending van Nederlands recht in cassatie niet werd geklaagd.
Zie HR 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5629, NJ 2011/169 m.nt. Schalken en ook al HR 7 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZD1678, NJ 2000/539 m.nt. Schalken.
Bij onderzoekshandelingen onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse autoriteiten kan in het verband van deze paragraaf in de eerste plaats worden gedacht aan optreden van Nederlandse opsporingsambtenaren in het buitenland. Daarvan was in het standaardarrest uit 2010 sprake bij het optreden van Nederlandse opsporingsambtenaren op Belgisch grondgebied bij de grensovergang Hazeldonk. Nederlandse opsporingsambtenaren zijn op grond van art. 539a Sv bevoegd de hen op grond van enige wettelijke bepaling toekomende bevoegdheid ook in het buitenland uit te oefenen, mits het volkenrecht daarbij in acht wordt genomen. In de praktijk biedt deze bepaling een basis voor uiteenlopende vormen van opsporingsoptreden.1 Voor de wijze waarop dergelijk optreden door de zittingsrechter zou moeten worden getoetst presenteerde AG Keijzer in zijn conclusie voor HR 18 mei 1999, ECLI: NL:HR:1999:ZD1335, NJ 2000/107 m.nt. Schalken, drie mogelijke modellen, te weten: model A, waarin de rechtmatigheid en bruikbaarheid voor het bewijs cumulatief naar buitenlands en nationaal recht wordt getoetst; model B, waarin alleen naar nationaal recht wordt getoetst en model C, waarin aan nationaal recht en aan verdragsrecht wordt getoetst.2 In het standaardarrest is duidelijk voor model C gekozen, waarbij is geëxpliciteerd dat de verdachte niet kan opkomen tegen niet-inachtneming van het volkenrecht met een inbreuk op de soevereiniteit van het desbetreffende buitenland tot gevolg. Daaraan staat het Schutznormvereiste in de weg.3