Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/4.2.1:4.2.1 Litispendentie: dezelfde partijen
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/4.2.1
4.2.1 Litispendentie: dezelfde partijen
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS507683:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 8 december 1987, zaak 144/86, Jur. 1987, p. 4861, NJ 1989/420 m.nt. JCS (Gubisch).
HvJEG 6 december 1994, zaak C-406/92, Jur. 1994, p. I-5439, NJ 1995/659 m.nt. ThMdB (Tatry), r.o. 34.
HvJEG 19 mei 1998, zaak C-351/96, Jur. 1998, p. I-3075, NJ 2000/155 m.nt. PV (Drouot), r.o. 23.
HvJEG 19 mei 1998, zaak C-351/96 (Drouot), r.o. 19.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van litispendentie is sprake indien voor rechters van verschillende lidstaten vorderingen aanhangig zijn ‘tussen dezelfde partijen’ en deze vorderingen ‘hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten’. Is daarvan sprake dan dient de laatst ingeschakelde rechter de bij hem aangebrachte zaak – indien nodig ambthalve – aan te houden totdat de bevoegdheid van de eerst aangezochte rechter vaststaat (art. 29 lid 1 EEX-Vo II). Komt de bevoegdheid van de eerst aangezochte rechter vast te staan, dan dient de laatst aangezochte rechter zich onbevoegd te verklaren (art. 29 lid 2 EEX-Vo II). Art. 29 EEX-Vo II is alleen van toepassing indien vorderingen in verschillende lidstaten aanhangig zijn tussen dezelfde partijen. Hiervoor is niet vereist dat partijen ook processueel dezelfde rol vervullen.1 Eiser in de ene zaak kan verweerder in de andere zaak zijn en vice versa.Wat geldt, indien niet alle partijen maar slechts een aantal dezelfde zijn in beide zaken? Het HvJ heeft aangegeven dat art. 29 EEX-Vo II in een dergelijk geval slechts van toepassing is tussen de partijen die identiek zijn. De laatst aangezochte rechter is aldus slechts gehouden de zaak krachtens art. 29 EEX-Vo II aan te houden, indien de partijen in het bij hem aanhangige geding tevens partij zijn in de procedure die eerder voor een rechter in een andere lidstaat gestart is. Art. 29 EEX-Vo II belet niet dat de procedure vervolgens tussen de andere partijen wordt voortgezet.2 Wat geldt indien partijen weliswaar verschillende (rechts)personen zijn maar een gemeenschappelijk belang nastreven? Kunnen in geval van schade de verzekeraar en de verzekerde als dezelfde partij worden gezien? In het arrest Drouot heeft het HvJ in een dergelijke situatie aangegeven dat zulks niet het geval is, tenzij beide partijen belangen nastreven die ‘identiek en onlosmakelijk verbonden zijn.’3 Dit laatste is te bepalen naar nationaal recht en is volgens het HvJ aanwezig indien ‘een verzekeraar met gebruikmaking van zijn subrogatierecht beroep instelt of verweer voert namens zijn verzekerde, zonder dat deze laatste het verloop van het geding kan beïnvloeden.’4
77 Woonplaats