Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/8.6.1
8.6.1 Anoniem gebleven personen
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Knigge 2004, p. 494. De zittingsrechter mag in beginsel de juistheid van de verleende status niet opnieuw toetsen. De Hoge Raad maakt hierop een uitzondering indien aan de inhoud of de totstandkoming van de beslissing de getuige anonimiteit te verlenen, zulke fundamentele gebreken kleven dat gebruikmaking van de resultaten van het verhoor van de bedreigde getuige indruisen tegen het recht van de verdachte op een eerlijk proces (HR 30 juni 1998, NJ 1998, 88).
Zij kunnen ook nadat zij hebben verklaard aanspraak maken op voorzieningen, zoals deelname aan een getuigenbeschermingsprogramma.
Hieronder vallen niet personen wiens gegevens weliswaar niet (volledig) zijn vermeld in het proces-verbaal waarin hun verklaringen zijn opgenomen, maar van wie vaststaat dat zij wel kunnen worden geïndividualiseerd (bijv. een verbalisant die onder een codenummer wordt aangemerkt).
Bij anoniem gebleven personen gaat het om personen wier identiteit niet wordt prijsgegeven, noch aan de beslissende rechter, noch aan de verdediging. Reden voor het anonimiseren van een getuigenverklaring kan gelegen zijn in het belang van de veiligheid van de desbetreffende persoon (bijvoorbeeld in geval van bedreiging) of in het opsporingsbelang met betrekking tot de bestrijding van georganiseerde criminaliteit (bijvoorbeeld het achterhouden van de identiteit van undercoveragenten). De wet kent een afzonderlijke regeling voor zogenaamde bedreigde getuigen. In artikel 136c Sv is opgenomen dat onder een bedreigde getuige moet worden verstaan ‘een getuige ten aanzien van wie door de rechter op grond van artikel 226a bevel is gegeven dat ter gelegenheid van het verhoor zijn identiteit verborgen wordt gehouden’. Dit is een louter formele definitie, waarmee de wetgever heeft trachten te voorkomen dat de status van de bedreigde getuige later in de procedure in twijfel wordt getrokken.1 De rechter-commissaris kan bevelen dat de getuige deze bijzondere status krijgt op het moment dat de getuige zich zodanig bedreigd kan achten dat redelijkerwijs voor zijn leven, gezondheid of de veiligheid dan wel de ontwrichting van het gezinsleven of het sociaaleconomisch bestaan moet worden gevreesd (art. 226a lid 1 Sv). Getuigen aan wie de status van bedreigde getuige toekomt, kunnen met inachtneming van de procedure neergelegd in artikel 226a-226f Sv onder volledige anonimiteit worden gehoord.2 Het anoniem horen van personen is ook mogelijk indien de getuige niet is aangemerkt als een bedreigde getuige. De rechter kan op grond van artikel 190 lid 2 en 290 lid 3 Sv bepaalde vragen omtrent de identiteit beletten, waarmee de getuige beperkte anonimiteit wordt verleend. Zij worden in dit verband ook wel aangeduid als beperkt anonieme getuigen.
De verklaringen van anonieme getuigen worden wel gezien als risicovol bewijs, omdat het toetsen van de verklaringen op hun geloofwaardigheid wordt bemoeilijkt doordat de identiteit van de oorspronkelijke zegsman onbekend is bij de verdediging en de zittingsrechter. De bron van informatie is onbekend en er kan niet (eenvoudig) worden achterhaald of de verklarende persoon mogelijk onoorbare motieven heeft bij het afleggen van een belastende verklaring (bijvoorbeeld als gevolg van een conflict met de verdachte in het verleden). Doordat de identiteit wordt verhuld, is het voor de verdediging niet mogelijk om in volle omvang haar ondervragingsrecht uit te oefenen.
Het gebruik van anonieme verklaringen voor het bewijs is aan nadere eisen gebonden. Zo mogen de verklaringen van bedreigde getuigen slechts in zwaardere zaken worden gebruikt (zie art. 344a lid 2 sub 2 Sv) en moet de bedreigde getuige ook daadwerkelijk in die hoedanigheid worden gehoord. Tevens geldt voor de verklaringen van bedreigde getuigen een bijzonder bewijsminimum, inhoudende dat de bewijsbeslissing niet uitsluitend of in beslissende mate mag berusten op de verklaringen van anonieme getuigen. De verklaringen van beperkt anonieme getuigen werken daarentegen mee voor het bewijs als ‘reguliere’ getuigenverklaring (en vallen daarmee onder de ‘normale’ bewijsminimumregel van art. 342 lid 2 Sv), maar op grond van artikel 360 lid 1 Sv geldt wel een bijzondere motiveringsplicht. De wet kent overigens wel een bijzonder bewijsminimum voor anoniem gebleven personen wier verklaring is neergelegd in een proces-verbaal of ander schriftelijk bescheid en die niet de status hebben gekregen van bedreigde getuige.3 Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een toevallige passant die ten overstaan van de politie een verklaring aflegt maar weigert zijn identiteit prijs te geven of een persoon die telefonisch informatie verstrekt maar verder anoniem wenst te blijven. Voor deze anonieme getuigen geldt dat hun verklaringen alleen voor het bewijs mogen worden gebruikt indien zij steun vinden in andere bewijsmiddelen en de verdediging niet op enig moment de wens te kennen heeft gegeven de getuige ter terechtzitting op te roepen (art. 344a lid 3 Sv).