Raad zonder raadgevers?
Einde inhoudsopgave
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/6.4.2:6.4.2 Fractieondersteuning
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/6.4.2
6.4.2 Fractieondersteuning
Documentgegevens:
drs. J.W.M.M.J. Hessels, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
drs. J.W.M.M.J. Hessels
- JCDI
JCDI:ADS577947:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Reactieformulier gemeente Bunnik.
52 respondenten = 20,6%.
Drenthe, Flevoland en Zeeland.
Utrecht 45%, Friesland 44,4%.
138 respondenten = 54,6%.
Van de respondenten, die een opgave deden voor het budget ten behoeve van fractieondersteuning, had 77% minder dan 50.000 inwoners; van alle Nederlandse gemeenten is dat 79,9%.
Schermers 2016.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met betrekking tot de ‘fractieondersteuning’ valt op dat relatief veel gemeenten ofwel de mogelijkheid van fractieondersteuning uit hun verordening geschrapt hebben, ofwel binnen de verordening het budget voor de fractieondersteuning op ‘nul’ hebben gesteld. Duidelijk moet zijn dat beide opties in strijd zijn met de Gemeentewet.
Allereerst zegt het tweede lid van artikel 33 van de Gemeentewet:
‘de in de raad vertegenwoordigde groeperingen hebben recht op ondersteuning’.
Zoals eerder beschreven, is bij de invulling van de fractieondersteuning in de modelverordening gekozen voor een financiële invulling.
Dit heeft een behoorlijk aantal gemeenteraden ertoe gebracht hun ‘verantwoordelijkheid’ te nemen wat betreft dit aan henzelf toekomend budget als gemeentebrede bezuinigingen aan de orde zijn.
‘In het kader van de bezuinigingen heeft de raad besloten af te zien van budget fractieondersteuning’,
stelt de gemeente Houten.
‘De fractieondersteuning heeft de raad ooit op 0 gezet, omdat ze ook op zichzelf wilde bezuinigen’,
zegt Noordwijkerhout.
Sommige geven nog een aanvullende verklaring:
‘Aan fractieondersteuning is geen behoefte gebleken. Onze gemeente kende tot voor circa 5 jaar wel een Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning. Deze is op initiatief van de raad zelf ingetrokken in het kader van de destijds nodige bezuinigingen’,
stelt Steenbergen en Woensdrecht verbijzondert naar aanleiding van problemen in het verleden:
‘Er is een voorwaardenregeling van toepassing als er kosten worden gedeclareerd. In de praktijk maken de fracties hiervan geen gebruik meer sinds de commotie die in een aantal gemeenten ontstond in de jaren 2009-2010.’
De gemeente Reimerswaal geeft aan dat feitelijk geen gebruik wordt gemaakt van de budgetten:
‘Er wordt geen aanspraak gemaakt op de beschikbaar gestelde budgetten.’
Anderen hebben rigoureuze maatregelen genomen en het hele onderdeel fractieondersteuning uit de verordening gehaald:
‘Voor wat betreft de fractieondersteuning heeft de gemeenteraad enkele jaren geleden in het kader van de bezuinigingen besloten om de fractiebudgetten te schrappen. Het hoofdstuk fractieondersteuning is daarmee ook geschrapt uit de verordening.’1
15% van de respondenten geeft aan het onderdeel ‘fractieondersteuning’ geschrapt te hebben uit de verordening. 13,4% geeft expliciet aan het budget voor fractieondersteuning teruggebracht te hebben naar nihil. Hier zit enige overlap in (sommige gemeenten melden zowel het op nul stellen van het budget als het intrekken van de verordening), zodat een totaalaantal van 52 respondenten2 aangeeft niet te voldoen aan de opdracht uit het derde lid van artikel 33 van de Gemeentewet voor wat betreft de fractieondersteuning en daarmee dus ook geen invulling geeft aan het in het tweede lid van hetzelfde artikel bepaalde recht op ondersteuning voor de in de raad vertegenwoordigde groeperingen.
Wat bij analyse van deze gemeenten opvalt, is de grote differentiatie per provincie. In sommige provincies3 wordt volledig voldaan aan de voorschriften op dit terrein, maar in andere provincies4 loopt het aantal gemeenten met geen fractieondersteuning op tot bijna de helft.
Slechts iets meer dan de helft5 van de respondenten noemt een reëel bedrag voor de fractieondersteuning. Dit komt uit op gemiddeld € 29.531 per gemeente. De spreiding van de budgetten ten opzichte van de gemeentegrootte in aantal inwoners is weergegeven in onderstaande grafiek.
Direct wordt duidelijk dat de gemeentegrootte van invloed is op het totale budget. Er is bijvoorbeeld geen enkele gemeente met minder dan 100.000 inwoners, die een budget voor fractieondersteuning heeft dat de € 50.000 overschrijdt. De respondenten met minder dan 50.000 inwoners6 gaven gemiddeld € 11.294 uit aan fractieondersteuning. Bij gemiddeld acht fracties per gemeente7 is er in deze grote groep gemeenten dus gemiddeld € 1.412 per fractie per jaar beschikbaar voor fractieondersteuning. Dat is onvoldoende om professionele inhoudelijke beleidsmedewerkers voor de fracties in te huren.
Uit alle gesprekken met griffiers en burgemeesters komt dan ook naar voren dat slechts bij de echte grote gemeenten sprake is van een budget dat afdoende is om aan het oorspronkelijke doel van de invoering van het recht op fractieondersteuning (het mogelijk maken van eigen beleidsinhoudelijke ondersteuning voor de fracties in de gemeenteraad) inhoud te geven. Het blijkt dus ook dat het fenomeen van de eigen fractiemedewerkers op gemeenteniveau slechts voorkomt bij een aantal (maar zeker niet alle) gemeenten met meer dan 100.000 inwoners.
Om het absolute beschikbare budget tastbaar te maken, is het beter te kijken naar het gemiddelde bedrag dat gemeenten per inwoner reserveren voor de fractieondersteuning. Op basis van de respons op de enquête is dat € 0,89 per inwoner. De spreiding wordt bij deze indeling diffuser.
Uit de grafiek blijkt dat het budget per inwoner ten behoeve van fractieondersteuning zich voor alle grootteklassen van gemeenten hoofdzakelijk bevindt tussen de nul en één euro. Er zijn enkele uitschieters te zien, waarbij de kleine (5.570 inwoners) gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude met € 1,97 het hoogste bedrag per inwoner uittrekt. De andere uitschieter is de gemeente Utrecht met een bedrag van € 1,18 per inwoner, wat tot een totaalbudget van ruim € 400.000 leidt. De grootste drie gemeenten (Amsterdam, Rotterdam en Den Haag) gaven in de enquête geen bruikbare bedragen aan.