Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars
Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/1.8:1.8 Samenvatting
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/1.8
1.8 Samenvatting
Documentgegevens:
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949783:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Rechten van de polishouder op grond van de Wet op het financieel toezicht
1. Bij de overdracht van een verzekeringsportefeuille door een levensverzekeraar en een natura-uitvaartverzekeraar hebben de polishouders van de polissen die worden overgedragen op grond van art. 3:119 Wft een verzetrecht. Indien een vierde of meer van de betrokken polishouders zich binnen de door DNB gestelde termijn (meestal 30 dagen na publicatie) tegen de voorgenomen overdracht heeft verzet, verleent DNB geen instemming. De overdracht kan dan geen doorgang vinden. De polishouder wordt van de voorgenomen portefeuilleoverdracht en de verzettermijn op de hoogte gesteld door een advertentie in de Staatscourant en op andere door DNB te bepalen wijze (art. 3:119 lid 1 Wft). In de praktijk is de “andere door DNB te bepalen wijze” tot nu toe meestal een publicatie in drie landelijke dagbladen.
2. Bij de overdracht van een verzekeringsportefeuille door de ene schadeverzekeraar aan de andere schadeverzekeraar hebben de verzekeringnemers van de polissen die worden overgedragen op grond van art. 3:120 lid 7 Wft een opzegrecht. De schadeverzekeraar moet nadat de overdracht heeft plaatsgevonden een advertentie plaatsen in de Staatscourant en mededeling doen van de overdracht op andere door DNB te bepalen wijze (art. 3:120 lid 1 en 2 Wft). In de praktijk is de “andere door DNB te bepalen wijze” tot nu toe meestal een publicatie in drie landelijke dagbladen. De betrokken verzekeringnemers kunnen gedurende drie maanden na de dagtekening van de Staatscourant waarin de publicatie is geplaatst de schadeverzekering schriftelijk opzeggen met ingang van de dag na afloop van deze termijn. De polishouder moet op grond van de Wft dus in ieder geval gedurende de drie maanden na de dagtekening van de Staatscourant waarin de publicatie is geplaatst de verzekeraar die de portefeuille heeft verkregen als zijn verzekeraar accepteren.
3. De verzekeraar heeft naar mijn mening geen juridische verplichting om de polishouder ook op andere dan de door DNB te bepalen wijze op de hoogte te stellen van het verzetrecht respectievelijk het opzegrecht.
4. De overdragende verzekeraar moet over het verzetrecht respectievelijk het opzegrecht een mededeling doen in de Staatscourant en op “andere door DNB te bepalen wijze”. In de praktijk wordt door DNB tot nu toe meestal een publicatie in drie landelijke dagbladen verlangd. In hoofdstuk 10 verdedig ik het standpunt dat het geredeneerd vanuit de rechten van de polishouder mijns inziens inmiddels tijd wordt voor verbetering van de informatievoorziening over een (voorgenomen) portefeuilleoverdracht.
5. Voor de polishouders van een herverzekeringsovereenkomst is in de Wft geen verzetrecht tegen de voorgenomen portefeuilleoverdracht opgenomen en evenmin een opzegrecht. Dat betekent dat deze polishouders er zelf op moeten toezien dat in de door hen gesloten herverzekeringsovereenkomst beschermende bepalingen zijn opgenomen.
Rechten van de polishouder op grond van de polisvoorwaarden
6. De vraag rijst ook of laten afkopen van de levensverzekering een “individuele” oplossing kan zijn, indien een polishouder wiens verzekeringsovereenkomst wordt overgedragen om wat voor reden dan ook geen polishouder wenst te zijn van de verkrijgende verzekeraar. Aan het laten afkopen van levensverzekeringen zitten echter nogal wat haken en ogen. Levensverzekeringen die niet stellig tot één of meer uitkeringen leiden kunnen in beginsel niet worden afgekocht. Het recht op afkoop kan uitgesloten zijn of er kunnen voorwaarden aan zijn verbonden (zoals het verkrijgen van toestemming van de begunstigde of de hypotheekhouder). De afkoopwaarde is relatief laag. De consequenties van de in geval van afkoop, al dan niet gevolgd door oversluiten, toepasselijke bepalingen van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Algemene wet inzake rijksbelastingen moeten voor het individuele geval ook goed worden bekeken. Het laten afkopen van een levensverzekering is in veel gevallen dus minder aantrekkelijk. Een polishouder die dat overweegt doet er in ieder geval verstandig aan een financieel adviseur in te schakelen. De kosten daarvan zijn voor rekening van de polishouder. Indien het gaat om de afkoop van een door de hypotheekgever aan de hypotheekhouder (de “hypotheekbank”) verpande levensverzekering stelt de hypotheekhouder dat mogelijk zelfs verplicht.
7. Indien een polishouder van de overdragende of de verkrijgende schadeverzekeraar om wat voor reden dan ook geen polishouder wenst te zijn van de verzekeraar die de verzekeringsportefeuille verkrijgt, dan kan het echter wel aantrekkelijk zijn gebruik te maken van het opzegrecht in de polisvoorwaarden. Terwijl op grond van de Wft alleen de verzekeringnemers van de over te dragen portefeuille kunnen opzeggen, hebben op grond van de polisvoorwaarden van hun polis alle polishouders van de overdragende en de verkrijgende verzekeraar een opzegrecht. De termijn van opzegging op grond van de polisvoorwaarden is mogelijk ook korter dan de opzegtermijn op grond van de Wft. Met name door de toepassing van de “Gedragscode geïnformeerde verlenging en contractstermijnen bij particuliere en zakelijke schade- en inkomensverzekeringen 2020” van het Verbond van Verzekeraars hebben veel schadeverzekeringen een opzegtermijn van maximaal een maand.