Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/7.3.1
7.3.1 Inleiding
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS446199:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een uitgebreide bespreking van de beheersverordening is te vinden in par. 6.3.
Het Natura 2000-gebied Sint-Jansberg is gelegen in drie gemeenten: Gennep, Groesbeek en Mook en Middelaar. De beheersverordening van de gemeente Mook en Middelaar heeft dus betrekking op een deel van dit Natura 2000-gebied. De overige delen worden beschermd door (conserverende) bestemmingsplannen van de gemeenten Gennep en Groesbeek [www.ruimtelijkeplannen.nl].
Planbureau voor de Leefomgeving 2010, p. 33 e.v.
Van Buuren e.a. 2010, p. 137.
Planbureau voor de Leefomgeving 2010, p. 34.
Dit blijkt uit www.ruimtelijkeplannen.nl.
Zie het bericht ‘Utrecht kiest structureel voor beheersverordening’ [www.utrecht.nl].
Art. 9.1.4, lid 4 Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening. Bestemmingsplannen die ten minste vijf jaar voor de inwerkingtreding van de Wro zijn vastgesteld moeten vóór 1 juli 2013 worden vervangen door een bestemmingsplan ex art 3.1 Wro of een beheersverordening ex art. 3.38 Wro. Bestemmingsplannen die minder dan vijf jaar voor de inwerkingtreding van de Wro zijn vastgesteld moeten vóór 1 juli 2018 worden vervangen.
In deze paragraaf wordt onderzocht of het mogelijk is om een Natura 2000-gebied te beschermen met een bestemmingsplan. Bij de beschrijving van de mogelijkheden van het bestemmingsplan wordt ook ingegaan op de relatie met het beheerplan. In dat kader wordt onderzocht of het of het beheerplan kan worden vervangen door bestemmingsplan en vice versa. Daarnaast is het de vraag of het beheerplan kan fungeren als een complementair instrument naast het bestemmingsplan.
De beheersverordening blijft in het vervolg buiten beschouwing, omdat deze − zoals reeds beschreven − door de wetgever is bedoeld als eenvoudig alternatief voor het bestemmingsplan. Dit heeft voornamelijk te maken met het ontbreken van procedurevoorschriften voor de vaststelling van een beheersverordening. De uitgangspunten (een goede ruimtelijke ordening en toelatingsplanologie) en de toepassingsmogelijkheden zijn vrijwel identiek aan die van het bestemmingsplan. Wel zijn in vergelijking met het bestemmingsplan de mogelijkheden voor het toestaan van ruimtelijke ontwikkelingen beperkter.1 Dit vormt echter geen belemmering om de beheersverordening te gebruiken voor de bescherming van Natura 2000-gebieden. In de regel zijn Natura 2000-gebieden vooral gebaat bij het weren van ruimtelijke ontwikkelingen. Een beheersverordening is een geschikt instrument om het bestaand gebruik van gronden en bouwwerken in natuurgebieden te conserveren. Zo heeft de gemeenteraad van Mook en Middelaar op 12 juni 2012 de beheersverordening ‘Natuurgebieden’ vastgesteld. In de verordening is het planologische regime voor alle natuurgebieden in de gemeente Mook en Middelaar vastgelegd. De beheersverordening is ook van kracht in het Natura 2000-gebied Sint-Jansberg.2
Desondanks is het bestemmingsplan nog altijd het meest toegepaste en belangrijkste normerende instrument om het gebruik van gronden en bouwwerken te reguleren.3 Gemeenten maken tot op heden op beperkte schaal gebruik van de mogelijkheid om een beheersverordening vast te stellen. Volgens Van Buuren e.a. kan dat samenhangen met de onduidelijkheid met betrekking tot de gebruiksmogelijkheden van de beheersverordening.4 In de periode tot 31 december 2009 werden in heel Nederland slechts twee beheersverordeningen vastgesteld.5 Nadien zijn maar ‘mondjesmaat’ nieuwe beheersverordeningen vastgesteld. Nog altijd kiezen gemeenten in de meeste gevallen voor het bestemmingsplan. In de Randstad en in grote steden worden naar verhouding de meeste beheersverordeningen vastgesteld. In kleine steden en op het platteland gebeurt dit bijna niet.6 Desondanks ligt in de lijn der verwachting dat in de (nabije) toekomst meer gebruik zal worden gemaakt van de beheersverordening. Zo heeft de gemeenteraad van Utrecht op 24 november 2011 besloten om de toekomst in principe te kiezen voor de beheersverordening en alleen waar het niet anders kan een bestemmingsplan vast te stellen.7 In deze gemeente zijn ondertussen al zeven beheersverordeningen vastgesteld. In Rotterdam en Den Haag ligt dit aantal op vijf respectievelijk zeven. In Amsterdam is tot dusver (nog) geen enkele beheersverordening vastgesteld. Het gebruik van de beheersverordening ligt ook om een andere reden voor de hand. In de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening is bepaald dat op termijn alle oude bestemmingsplannen (plannen vastgesteld onder de WRO) moeten worden vervangen door een nieuw bestemmingsplan of een beheersverordening. Vanwege de ‘lichtere’ procedurele vereisten is het niet ondenkbeeldig dat gemeenten kiezen voor de beheersverordening boven het bestemmingsplan.8