Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/VII.5.1
VII.5.1 Inleiding
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242857:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Aangezien art. 2:11 BW in de algemene bepalingen van Boek 2 BW staat, kan een rechtspersoon ook bestuurder zijn van een andere rechtspersoon dan een NV of een BV. Omdat ik in de voorgaande paragrafen de aansprakelijkheidsgrondslagen voor bestuurders van vennootschappen heb geanalyseerd, ga ik er in het vervolg van deze paragraaf van uit dat de rechtspersoon bestuurder is van een NV of een BV. De rechtspersoon-bestuurder kan in dat geval op elk van de in de vorige paragrafen genoemde aansprakelijkheidsgronden aansprakelijk zijn.
Zie hierover § IV.2.2.2.a.
In het vervolg van deze paragraaf ga ik ervan uit dat de aansprakelijke rechtspersoon-bestuurder een NV of een BV is. De reden hiervoor is dat ik mij in mijn proefschrift toespits op de niet-uitvoerende bestuurder bij kapitaalvennootschappen.
De term ‘indirecte bestuurder’ ontleen ik aan Bulten & Leijten 2013, p. 164.
Zie Kamerstukken II 1980/81, 16 631, 3, p. 2-3 (MvT).
Zie HR 18 maart 2011, NJ 2011, 132; JOR 2011/144 m.nt. Van Solinge (D Group/Schreurs q.q.). Zie hierover Bulten & Leijten 2013, p. 174-176; en Hanegraaf 2017, p. 233-240, 248-250 en 252-254.
Zie HR 21 juni 2013, NJ 2013, 353; JOR 2013/238 m.nt. Verhagen (Van der Meer q.q./Pieper). Zie hierover Bulten, Ondernemingsrecht 2014/9; Bulten & Leijten 2013, p. 176-178; Hanegraaf 2017, p. 240-245 en 250-254; en Lennarts 2017, p. 179-181.
Idem Bulten & Leijten 2013, p. 166; en Hanegraaf 2017, p. 68.
Zie Kamerstukken II 1983/84, 16 631, 6, p. 18 (MvA).
Zie Kamerstukken II 1983/84, 16 631, 6, p. 18 (MvA); en Kamerstukken II 1983/84, 16 631, 9, p. 15 (NEV).
Ik wijs erop dat de indirecte bestuurder zich ook van aansprakelijkheid kan disculperen indien de aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder is gebaseerd op art. 6:162 BW. Zie § VII.5.3.
Op grond van art. 2:11 BW kan een rechtspersoon bestuurder zijn van een vennootschap.1 Hanteert de vennootschap het monistische bestuursmodel, dan kan de rechtspersoon enkel de hoedanigheid van uitvoerend bestuurder aannemen. De wet schrijft in art. 2:129a/239a lid 1 BW immers expliciet voor dat de niet-uitvoerende bestuurder een natuurlijk persoon is.2
De rechtspersoon die bestuurder is van een vennootschap, kan in hoedanigheid van bestuurder van die vennootschap aansprakelijk zijn.3 Krachtens art. 2:11 BW rust de aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder tevens hoofdelijk op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder daarvan bestuurder is. De via art. 2:11 BW aansprakelijke bestuurder noem ik in het vervolg van dit hoofdstuk de ‘indirecte bestuurder’.4
Is de indirecte bestuurder ook een rechtspersoon, dan rust de aansprakelijkheid tevens hoofdelijk op de bestuurders van de indirecte rechtspersoon-bestuurder. De idee achter art. 2:11 BW is dat een bestuurder niet aan aansprakelijkheid kan ontkomen door er een rechtspersoon tussen te schuiven. Op grond van art. 2:11 BW kan net zo vaak door de rechtspersoon heen geprikt worden als nodig is om bij een natuurlijk persoon uit te komen.5 Althans, dat is het uitgangspunt. Bevindt zich in de keten van bestuurders een buitenlandse rechtspersoon, dan kan via art. 2:11 BW niet worden doorgebroken naar de bestuurders van de buitenlandse rechtspersoon-bestuurder. Deze verhouding wordt beheerst door het recht dat op de buitenlandse rechtspersoon van toepassing is, aldus de Hoge Raad in D Group/Schreurs q.q.6 Een natuurlijk persoon is dus slechts via art. 2:11 BW aansprakelijk indien hij bestuurder is van een aansprakelijke Nederlandse rechtspersoon-bestuurder.7
Art. 2:11 BW bevat geen zelfstandige aansprakelijkheidsnorm.8Art. 2:11 BW schakelt slechts de gevestigde aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder door naar de indirecte bestuurders. Omdat het voor degene die de besturende rechtspersoon aanspreekt doorgaans een hele kluif is om vast te stellen welke bestuurders feitelijk aan de touwtjes trokken, is art. 2:11 BW geredigeerd conform het beginsel van collectief bestuur.9 Dit betekent dat de aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder in beginsel iedere indirecte bestuurder treft. In beginsel, want de indirecte bestuurder heeft de mogelijkheid zich van aansprakelijkheid te disculperen. Zulks volgt uit het woord ‘tevens’ in art. 2:11 BW, aldus toenmalig Minister van Justitie Korthals Altes.10 De disculpatiemogelijkheid bestaat niettemin slechts indien de wettelijke bepaling waaruit de aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder voortvloeit, een disculpatiegrond bevat.11