Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/5.4.1
5.4.1 Definitie van de categorie
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284525:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Het nemen van een schadeveroorzakend besluit kan ook jegens niet-belanghebbende derden onrechtmatig zijn. De bestuurs(proces)rechtelijke positie van die derde ten opzichte van het besluit doet daaraan niet steeds af. Een andere vraag is of de door zo’n derde geleden schade nog onder het beschermingsbereik van de geschonden norm valt en/of de daardoor veroorzaakte schade nog binnen de grenzen van art. 6:98 BW valt. Hoe verder de derde van het besluit staat, hoe minder waarschijnlijk dat in zijn algemeenheid is. Zie bijv. HR 3 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU3253, NJ 2006/325 (Staat/SFR), waarin het gaat om een jegens GMD genomen subsidiebesluit waarvan SFR de begunstigde is. De bestuursrechter oordeelt dat SFR geen belanghebbende is. Volgens de Hoge Raad betekent dat niet dat jegens haar niet aan de relativiteitseis is voldaan. Verder kan de algemene zorgvuldigheidsnorm zo’n derde tegemoetkomen. Dat doet zich voor in HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1454, AB 2017/4, m.nt. C.N.J. Kortmann (Graansma/Noordoostpolder). Daarin gaat het om de vraag of de niet-bekendmaking van een van rechtswege verleende vergunning ook onrechtmatig is jegens niet-belanghebbenden, derden, bij dat besluit die daardoor een subsidie misloopt. Dat is volgens de Hoge Raad inderdaad het geval voor zover de belangen van die derden zodanig bij het besluit betrokken zijn dat het bestuursorgaan door niet inachtneming van de bekendmakingsregels in strijd handelt met de jegens die derden in acht te nemen maatschappelijke zorgvuldigheid. De relativiteitseis staat daaraan niet in de weg. Zie ook HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:353, NJ 2019/296, m.nt. L.A.D. Keus (X/Den Haag). Vgl. ook Van Ravels 2009, onder 6.3.1, die ook meent dat de relativiteit en het belanghebbendenbegrip niet congrueren.
315. Ten slotte bestaan er besluiten die jegens een geadresseerde genomen worden en schadelijke gevolgen hebben voor derden. Onder ‘derden’ vallen allereerst belanghebbenden in de zin van art. 1:2 Awb, zoals buren, concurrenten etc., maar het kan in theorie ook voorkomen dat de derden zich buiten die kring bevinden.1 De schade vindt zijn directe oorzaak in de regel in het gedrag van de geadresseerde op basis van het besluit. Men kan bijvoorbeeld denken aan verleende milieu- of bouwvergunningen, evenementenvergunningen, marktvergunningen, besluiten ter toelating van potentieel gevaarlijke voertuigen in het verkeer, verlening van wapenvergunningen etc.