Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/2.5.2.3
2.5.3 Beheerders van rekeningen met derdengelden
B. Wesselsmr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
B. Wesselsmr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186627:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Art. 19 lid 4 GDW en art. 25 lid 3 Wna. Zie daarover Kamerstukken II 1994/95, 23706, 3, p. 28 e.v. en de verwijzing daarnaar in Kamerstukken II 1999/00, 22775, 16, p. 29.
Art. 25 lid 4 Wna, art. 19 lid 4 GDW en art. 28 Wge.
Art. 25 lid 3 Wna en art. 19 lid 3 GDW.
Zie voor de deurwaarder Kamerstukken II 1998/99, 22775, 14, ook zonder nadere toelichting.
Dat saldo is een vorderingsrecht op de bank, maar die vordering is niet achtergesteld.
Zie artt. 6.21 en 6.22 Verordening op de Advocatuur.
HR 23 juni 2017, JOR 2017/252 (Stichting Beheer Derdengelden Advocatuur NautaDutilh/Ontvanger). Zie ook HR 13 juni 2003, JOR 2003/209 (ProCall), r.o. 3.3.4.
Zie art. 6.19 lid 4 Verordening op de Advocatuur.
54. Notarissen en deurwaarders zijn wettelijk verplicht een rekening aan te houden voor de gelden van derden die zij in verband met hun werkzaamheden onder zich hebben.1 Dat is de derdengeldenrekening. Het saldo van die rekening behoort niet toe aan de deurwaarder of aan de notaris maar aan de derden voor wie de gelden zijn bestemd.2 Hetzelfde geldt voor de effecten die een intermediair in de zin van de Wet giraal effectenverkeer onder zich houdt.3
Het kan voor komen dat een deel van het saldo op de derdengeldenrekening bestemd is voor de notaris of de deurwaarder die de rekening aanhoudt. Het is bijvoorbeeld gebruikelijk dat de notaris die de levering van onroerend goed begeleidt wordt betaald uit de som die de koper op zijn derdengeldenrekening stort. Een deurwaarder wordt betaald uit de opbrengst van de goederen die onder zijn leiding worden geëxecuteerd. Dergelijke aanspraken van een notaris, deurwaarder of intermediair zijn ondergeschikt aan de aanspraken van anderen op de derdengeldenrekening. Bij de verdeling van het saldo kunnen zij slechts iets ontvangen als alle andere rechthebbenden zijn voldaan.4 De deurwaarder of notaris is zelfs verplicht het saldo aan te vullen als dat onvoldoende is om de derden uit te voldoen, tenzij hij aannemelijk kan maken dat hem geen verwijt treft ten aanzien van het ontstaan van het tekort.5
Voor zover die aanspraken toekomen aan de notaris of de deurwaarder zijn hun aanspraken wel ondergeschikt gemaakt aan de aanspraken van anderen. Dit schept een achterstelling. De wetgever licht die niet toe.6
In deze constructie is sprake van een wettelijk geregelde ondergeschikte aanspraak, maar niet van een achtergestelde vordering. De aanspraak van de deurwaarder, notaris of intermediair tot uitbetaling van zijn deel is geen vordering in de zin van Boek 6 BW, omdat de belanghebbende reeds rechthebbende is op het saldo.7 De belanghebbenden hebben dus aanspraken tot uitbetaling van een saldo dat hen reeds toebehoorde. Die aanspraak is geen vordering. Daarom is het geen achtergestelde vordering.
55. De derdengeldenrekening van advocaten is anders gestructureerd dan die van notarissen en deurwaarders. De derdengeldenrekening van advocaten staat op naam van een daarvoor opgerichte stichting beheer derdengelden.8 Niettemin heeft de Hoge Raad onderdelen van artikel 25 Wet op het Notarisambt en artikel 19 Gerechtsdeurwaarderswet ook toegepast op de derdengeldrekening van advocaten.9 Daarbij ging het om het karakter van de kwaliteitsrekening, in die zin dat de vordering op de bank uit hoofde van de derdengeldenrekening niet toebehoort aan de rekeninghouder maar aan de derden voor wie het saldo bestemd is. Gezien deze overeenkomstige toepassing is het goed voorstelbaar dat ook de achterstelling van aanspraken van notarissen en deurwaarders op hun derdengeldenrekening van overeenkomstige toepassing wordt geacht op eventuele aanspraken van advocaten op ‘hun’ derdengeldenrekening. Als een advocaat met zijn cliënt is overeengekomen dat de derdengelden bestemd voor de cliënt worden aangewend ter voldoening van de declaratie van de advocaat kan hij een dergelijke aanspraak hebben.10 Die aanspraken zijn ook geen achtergestelde vordering.