Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.5.3.1:19.5.3.1 Inleiding
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.5.3.1
19.5.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS495867:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Mevis/Boksem, hoofdstuk 20.6.
Zie § 18.3.1 hiervoor.
In deze zin: Schalken, noot onder HR 2 juli 1990, NJ 1990, 751, pt. 5. Zie ook Wöretshofer 1994, met betrekking tot de zogenoemde uitstelproblematiek.
Ik laat deze onderzoeksbevoegdheid hier onbesproken. Zie daarover § 13.6.4 hiervoor.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Pressieverbod als instructienorm in strafzaken
In (fiscale) strafzaken functioneert het in art. 29 Sv vastgelegde pressieverbod al als instructienorm voor de verhorende ambtenaar.1 Die mag geen onoorbare middelen aanwenden om de verdachte tot ongewilde verklaringen te bewegen.2 Dit verbod heeft een matigende invloed op de bejegening van de verdachte als onderzoeksobject.3 In fiscale boetezaken zou een op nemo tenetur steunende instructienorm voor controleambtenaren een ander karakter hebben, in zoverre dat de matigende invloed op de verdachte als onderzoeksobject niet zozeer op pressie is gericht – dwang tot zelfbelasting gaat daarin primair uit van juridische sanctiedreiging –, maar vooral op het ontzien van de (potentiële) boeteling door het voor de boeteoplegging vereiste bewijs buiten hem om te verkrijgen, of althans op een wijze die hem het minst belast.
Binnen het huidige palet aan onderzoeksbevoegdheden in art. 47 e.v. AWR zou het onderzoek bij de (potentiële) boeteling dan zoveel mogelijk moeten steunen op de inzageplicht (zie § 19.5.3.2) en in voorkomende gevallen de waarneming ter plaatse4. Temeer omdat het afdwingen van verklaringen in antwoord op zuivere boetevragen problematisch blijft (§ 19.5.3.3). Eventueel kan in voorkomende gevallen nog worden gedacht aan het toekennen van strafvermindering bij volledige medewerking aan het boeteonderzoek (§ 19.5.3.4) of kan worden overgeschakeld naar een strafvorderlijk scenario (§ 19.5.3.5).