Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/2.5.1.1
2.5.1.1 Hoofdregel
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS500307:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2:18 lid 2 aanhef en sub a BW
Deze strenge eis van negen tienden geldt niet voor rechtsvormwijziging van een stichting of van een naamloze vennootschap in een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en omgekeerd.
Zie 1.3.
Indien niet voldaan wordt aan de quorumeis, kan pas een tweede vergadering uitgeschreven worden als in de eerste vergadering is geconstateerd dat het quorum niet behaald is. Dat volgt uit Rb. Breda 30 oktober 1987, NI 1988, 866.
Verdedigd wordt wel dat naar Nederlands recht besluiten tot rechtsvormwijziging en statutenwijziging niet langer in de statuten afhankelijk gesteld kunnen worden van een voorstel en/of goedkeuring van een ander orgaan. Zie A.G.H. Klaassen, Bevoegdheden van de algemene vergadering van aandeelhouders (diss. Groningen), Deventer: Kluwer 2007.
Zie de artikelen 2:43 lid 2, 2:53a, 2:121/231 en 2:293 BW
Anders: P. van Schilfgaarde/J. Winter (bew.). Van de BV en de NV, Deventer: Kluwer 2006, p. 346.
Anders: B.C.M. Waaijer, Statuten en statutenwijziging (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 1993, p. 55. Waaijer stelt dat uitsluiting van de mogelijkheid de statuten te wijzigen altijd een verdergaande bepaling is dan beperking. Bij een beperking kunnen echter andere organen dan aandeelhouders betrokken zijn. Die rechten dienen niet gefrustreerd te worden.
Artikel (2:53a jo.) 2:43 lid 1 BW
Artikel 2:120/230 lid 1 BW
Anders: C.W. de Monchy en L. Timmerman, De nieuwe algemene bepalingen van boek 2 BW, (preadvies van de Vereeniging 'Handelsrecht') Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1991, p. 145-146. Rechtsvormwijziging is niet mogelijk met machtiging van de rechter aangezien dat niet strookt met de regeling van rechtsvormwijziging.
Zie 3.9.
Rechtsvormwijziging vereist een besluitvormingstraject. In de eerste plaats dient een besluit tot rechtsvormwijziging genomen te worden.1 Uitgangspunt is dat dit besluit genomen wordt met inachtneming van de vereisten voor een besluit tot statutenwijziging. Door aan te sluiten bij de statutaire regeling van statutenwijziging zou voor elke rechtsvormwijziging een andere meerderheidseis van toepassing zijn. Een besluit tot rechtsvormwijziging dient echter genomen te worden met ten minste negen tienden van de uitgebrachte stemmen vanwege het ingrijpende karakter van rechtsvormwijziging.2
De negen tienden eis die de Nederlandse wetgever stelt, is verdedigbaar aangezien rechtsvormwijziging leidt tot discontinuïteit in de rechtsvorm.3 Algemene stemmen zou een te zware eis zijn omdat dan één stemgerechtigde de besluitvorming zou kunnen blokkeren. De eis van negen tienden is gekoppeld aan het aantal uitgebrachte stemmen en niet aan het aantal mogelijk uit te brengen stemmen. Indien aangesloten zou worden bij het mogelijk uit te brengen stemmen, zou een besluit tot rechtsvormwijziging in sommige gevallen haast uitgesloten zijn vooral in die gevallen waarin sprake is van een (te lage) opkomst van stemgerechtigden. De meerderheidseis werkt dan als een soort quorumeis. Een besluit tot rechtsvormwijziging kan alleen genomen worden wanneer vrijwel iedere aanwezige stemgerechtigde daarmee instemt. Een ruim draagvlak is daarom vereist.
Een strengere eis dan negen tienden kan noodzakelijk zijn op grond van een statutaire regeling. Allereerst indien de statuten voor een besluit tot statutenwijziging een grotere meerderheid (dan negen tienden) voorschrijven. In dat geval dient een besluit tot rechtsvormwijziging met dezelfde (grotere) meerderheid genomen te worden. De zwaarste eis, statutaire of wettelijke, dient nageleefd te worden.
In de tweede plaats kunnen de statuten een speciale regeling voor een besluit tot rechtsvormwijziging (naast een besluit tot statutenwijziging) bevatten nu de wet expliciet de statutaire regeling van statutenwijziging van overeenkomstige toepassing verklaart op een besluit tot rechtsvormwijziging. Artikel 2:18 BW geeft aan wanneer een rechtspersoon van rechtsvorm kan wijzigen. Op grond van artikel 2:25 BW is dit dwingend recht. Nu de wet expliciet aangeeft dat de negentienden eis een minimumeis is, moet het mogelijk worden geacht een strengere meerderheidseis voor een besluit tot rechtsvormwijziging in de statuten op te nemen.
Indien de statuten een quorumeis voorschrijven voor een besluit tot statutenwijziging, dient deze quorumeis ook nageleefd te worden bij een besluit tot rechtsvormwijziging.4 De statuten kunnen voor een besluit tot statutenwijziging goedkeuring van een ander orgaan voorschrijven, bijvoorbeeld van de raad van toezicht. In dat geval is deze goedkeuring ook vereist voor een besluit tot rechts-vormwijziging omdat het besluit tot rechtsvormwijziging genomen dient te worden met inachtneming van de vereisten voor een besluit tot statutenwijziging.5 Indien de statuten goedkeuring van een derde voorschrijven voor statutenwijziging, moet deze goedkeuring ook verkregen worden bij rechtsvormwijziging.
Indien bijvoorbeeld goedkeuring het Ministerie van Financiën voor statutenwijziging vereist is, dient een dergelijke goedkeuring ook verkregen te worden voor rechtsvormwijziging.
Het is mogelijk statutair de bevoegdheid tot statutenwijziging uit te sluiten.6 Echter, met uitzondering van de stichting, geldt dat deze uitsluiting altijd doorbroken kan worden met algemene stemmen in een vergadering waarin alle leden/aandeelhouders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Dit betekent dat een tegenstem, een blanco stem of een ongeldig uitgebrachte stem verhindert dat een dergelijk besluit tot stand kan komen.7 Statutaire beperkingen (als externe dan wel interne goedkeuringen) dienen eveneens nageleefd te worden.8
Als gezegd stelt de wet de eis dat een besluit tot rechtsvormwijziging genomen dient te worden conform de statutaire regeling van een besluit tot statutenwijziging. Als de statuten geen bepaling bevatten voor een besluit tot statutenwijziging, dan neemt de algemene vergadering van een vereniging, cooperatie en onderlinge waarborgmaatschappij een besluit tot statutenwijziging met ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen9 en de algemene vergadering van aandeelhouders van een naamloze vennootschap en een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.10
Bij een stichting dient de mogelijkheid tot statutenwijziging in de statuten opgenomen te zijn.11 Indien de statuten die mogelijkheid niet openen, kan geen besluit tot statutenwijziging in het kader van de rechtsvormwijziging genomen worden. Rechtsvormwijziging kan dan ook niet plaatsvinden.
Statutenwijziging kan alleen tot stand komen door de rechter indien de statuten van de stichting de mogelijkheid tot wijziging niet openen. De Monchy is van mening dat de rechter niet bevoegd is om rechtsvormwijziging mogelijk te maken indien de statuten van de stichting niet gewijzigd kunnen worden. Dit omdat de wet dat niet expliciet toelaat. Daarnaast strookt dat niet met de wettelijke regeling van rechtsvormwijziging.12 Ik vind dat rechtsvormwijziging door de rechter wel mogelijk geacht moet worden aangezien rechtsvormwijziging als een bijzondere vorm van statutenwijziging beschouwd moet worden.13 Daarnaast geeft de wet in artikel 2:18 lid 1 BW expliciet aan dat een rechtspersoon van rechtsvorm kan wijzigen. Een mogelijke beperking op deze bevoegdheid zoals dat voor statutenwijziging van een stichting in de wet is opgenomen, geeft de wet niet. De overige vereisten van rechtsvormwijziging, zoals naleving van artikel 2:294 lid 2 BW, de verklaring van geen bezwaar afgegeven door het Ministerie van Justitie en de accountantsverklaring, dienen uiteraard eveneens in acht te worden genomen.