Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/3.2.2
3.2.2 Aanbeveling nr. 5
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS397160:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ik plaats het woord ‘bewijst’ tussen aanhalingstekens omdat later nog zal worden aangetoond dat de groene kaart het bestaan van een verzekeringsovereenkomst niet in juridische zin bewijst.
Dat betekent niet dat de benadeelde bij een ongeval in een land dat een stelsel van verkeersverzekering kent, zich niet tot ‘zijn’ Bureau zou kunnen wenden als het ongeval door een bezoekend motorrijtuig is veroorzaakt. De wetgeving in dat land zal veelal meebrengen dat hij een aanspraak op grond van de verkeersverzekering wel tegen het Bureau geldend kan maken. Het uitgangspunt dat het groenekaartstelsel een aansprakelijkheidsstelsel is, brengt slechts mee dat het Bureau van het land van het ongeval onder omstandigheden geen regresrecht heeft op het Bureau van het land van herkomst van de aansprakelijke of op de verzekeraar. Zie voor deze materie nader par. 5.2.2 en 6.2.4.2 onder k.
Aanbeveling nr. 5 is gericht tot de lidstaten van de UNECE, maar aanvaarding ervan door een staat brengt ook gevolgen mee voor de motorrijtuigverzekeraars in het betrokken land. De Aanbeveling beschrijft in grote lijnen het regime van het groenekaartstelsel, met inbegrip van de rol van de verzekeraars. Daarbij roept zij de deelnemende overheden ook op om te werken aan het afschaffen van grenscontroles op de groene kaart. Zij bevat ook enige clausules die van belang zijn voor de financiële stabiliteit van het groenekaartstelsel.
Aanbeveling nr. 5 is in de loop der jaren verschillende malen aangepast en bestrijkt inmiddels een groter aantal aspecten van het groenekaartstelsel dan de oorspronkelijke uit 1949. In essentie is zij echter dezelfde gebleven.
In elk land dat de Aanbeveling overneemt, erkent de overheid één enkele organisatie, opgericht door de toegelaten motorrijtuigverzekeraars in dat land, als ‘Bureau’. Van het Bureau kunnen alleen tot de branche WA-motorrijtuigen toegelaten verzekeraars lid worden. Dat lidmaatschap moet ook verplicht zijn gesteld. Het Bureau dient zich aan te sluiten bij de Council of Bureaux.
Het Bureau voorziet zijn leden van groene kaarten of machtigt hen om groene kaarten te drukken, volgens door de UNECE vastgestelde modellen. De groene kaart ‘bewijst’ het bestaan van verzekeringsdekking tegen het WA-risico in verband met verkeersongevallen veroorzaakt door een bezoekend motorrijtuig, als die verzekeringsdekking verplicht is.1 De overheden zullen deze groene kaarten als afdoende bewijs aanvaarden.
In geval van een ongeval wordt het Bureau van het land van het ongeval gemachtigd de schade te regelen en eventueel te vergoeden, voor rekening van het Bureau onder welks gezag de groene kaart is uitgegeven. De Bureaus zullen overeenkomsten sluiten waarin de volledige restitutie van betaalde schadevergoedingen, alsmede van kosten en schaderegelinghonoraria worden geregeld.
De oorspronkelijke Aanbeveling uit 1949 hield nog geen rekening met de afschaffing van de controle op de groene kaart, maar in de huidige tekst worden de overheden opgeroepen daarnaar te streven door de Bureaus overeenkomsten te laten sluiten volgens het model van de Multilateral Agreement (zie par. 2.4.3).
Toetreding tot het groenekaartstelsel is mogelijk onder voorwaarde dat het betrokken land een verplichte motorrijtuigverzekering kent en de overheid van dat land de UNECE ervan in kennis stelt dat de verzekeraars van dat land een Bureau hebben opgericht, dat het Bureau is toegerust om claims onder het stelsel te behandelen, dat het Bureau in staat is zijn financiële verplichtingen na te komen en dat de betrokken overheid de groene kaart zal aanvaarden als bewijs dat de bezoekende automobilist conform de eisen van het bezochte land is verzekerd.
Voorts impliceert het aanvaarden van Aanbeveling nr. 5 dat de overheid geen beletselen zal opwerpen tegen de export van deviezen, noodzakelijk om aan de verplichtingen onder het groenekaartstelsel te kunnen voldoen. Ook dit dient de overheid van het toetredende land schriftelijk aan de UNECE te bevestigen.
De Aanbeveling spreekt op verschillende plaatsen uitdrukkelijk van third party motor liability insurance en third party liabilities. Daaruit heeft de Council, daarin gesteund door de UNECE, afgeleid dat verplichtingen uit hoofde van first party-verzekeringsstelsels, zoals die in een aantal landen in Noord-Europa zijn ingevoerd, niet door de Aanbeveling worden bestreken. Het groenekaartstelsel is op het aansprakelijkheidsrecht gebaseerd en dat betekent dat uitkeringen die niet op het aansprakelijkheidsrecht zijn (of kunnen worden) gebaseerd, door de Bureaus niet behoeven te worden vergoed.2