Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/4.5.3
4.5.3 De balans
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS493616:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Terré, Simler en Lequette 2005, nr. 324. Zie ook Raymond 2008b, nr. 416.
TGI Parijs 25 oktober 1989; TI Rennes 3 juni 1993 (waarin twee bedingen in onderlinge samenhang oneerlijk werden bevonden); CA Bordeaux 4 november 1993; CA Parijs 23 november 1993. In Cass. Civ. 1' 26 mei 1993, nr. 92-16327, Bull. civ. 1993 I, nr. 192, p. 132 stond de risicoverdeling centraal.
Cass. Civ. 1' 12 maart 2002, nr. 99-15711, Bull. civ. 2002 I, nr. 92, p. 71; Cass. Civ. 1' 1 februari 2005, nr. 03-18795. Andersom kan een excessief voordeel niet worden aangenomen zonder de aanzienlijke verstoring van het contractsevenwicht in het nadeel van de consument vast te stellen: CA Mines 4 november 2003. De reden hiervoor is dat de consument mogelijk wordt gecompenseerd voor het voordeel van de gebruiker.
Andersom vormt het 'oude' criterium een gezichtspunt bij de 'nieuwe' toets: TI Mines 9 oktober 2001.
Meilhac 1999, p. 306.
Stoffel-Munck 1999, nr. 414.
In par. 4.5.2 werd duidelijk dat ook vaak naar het beding op zichzelf wordt gekeken, in relatie tot de wet.
Cass. Civ. 1' 1 februari 2005, nr. 03-19692, Bull. civ. 2005 I, nr. 64, p. 56 m.b.t. een mediationbeding dat geen onderscheid maakte tussen de partijen. In lagere instantie werd het beding, omdat het de directe toegang tot de rechter belemmerde, wel als oneerlijk aangemerkt: CA Parijs 4 september 2003.
Cass. Civ. 1' 2 april 2009, nr. 08-11596 (waarin onder d, e en f van de `anneace'/Europese lijst werden toegepast): 'en ce que le professionnel peut retenir des sommes versées par le consommateur lorsque celui-ci renonce à conclure ou à exécuter le contrat, sans que soit prévu le droit, pour le consommateur; de percevoir une indemnité d'un montant équivalent de Ia part du professionnel lorsque c'est celui-ci qui renonce.' Zie ook CA Grenoble 2 november 1998; CA Dijon 17 december 1998; CA Montpellier 10 maart 2004.
Lagarde 2006, nr. 11 stelt die zoektocht gelijk met de vaststelling van het aanzienlijke karakter van de verstoring.
Stoffel-Munck 1999, nr. 416; Terré, Simler en Lequette 2005, nr. 324; CA Parijs 3 september 2002.
Beale 1989, p. 201.
TI Rouen 27 juni 2000: 'La clause qui stipule que l'abonnement est souscrit pour une période ferme et irrévocable égale à la durée du contrat et qu'aucune résiliation à l'initiative du consommateur n 'est possible, sauf à payer le colli total de l'abonnement, est abusive en ce qu'elle permet au professionnel de percevoir le colli d'un abonnement sans qu fournisse la moindre contrepartie.' Verdere voorbeelden zijn: TGI Parijs 7 november 2000; TGI Grenoble 31 januari 2002. Deze wijze van vaststelling van de verstoring stamt reeds uit de tijd van de 'oude' toets: CA Bordeaux 4 november 1993.
TGI Parijs 20 oktober 1998; CA Rennes 13 november 2003; CA Versailles 21 november 2003.
TGI Parijs 4 februari 2003: een exoneratiebeding voor non-conformiteit 'ne crée pas un déséquilibre significatif entre les droits et obligations des parties au contrat dans la mesure ou l'acquéreur non satisfait dispose d'un droit de rétractation en retournant Ie produit non conforme'. In gelijke zin: TGI Quimper 24 april 2001.
Deze geldige redenen voor toepassing van het nadelige beding dienen, om verrassingen te voorkomen en de legitimiteit van het nadeel te benadrukken, van tevoren op duidelijke wijze in het contract te worden bepaald. Vgl. onder j van de Europese lijst en voormalige 'annexe' betreffende de eenzijdige wijziging van de voorwaarden van de overeenkomst.
TGI Le Mans 23 november 1993: het boetebeding was oneerlijk want niet in de tijd beperkt.
TGI Parijs 25 oktober 1989: `(het beding) constitue une clause abusive en ce qu'elle modifie l'économie générale du contrat ; vgl. noot Bazin onder Cass. Civ. 1' 26 mei 1993, nr. 92-16327, Bull. civ. 1993 I, nr. 192, p. 132; JCP G 1993, II 22158. Lagarde 2006, nr. 8 stelt dat het decreet van 24 maart 1978 al met de `économie du contrat'benadering rijmde: de hierin opgenomen bedingen brengen de realisering van het contractsdoel in gevaar.
CA Versailles 15 september 2005.
Cass. Civ. 1' 5 juli 2005, nr. 04-10779: het beding 'ne constituait pas un avantage eaccessif dès dors qu'il était Ia contrepartie des frais et risques auxquels id s'exposait dors de cette opération, de sorte que (waardoor) Ia dite clause n'entrafnait aucun déséquilibre au détriment du consommateur'. Zie ook CA Mines 4 november 2003. Vgl. Cass. Civ. 1' 1 februari 2005, nr. 03-13779, Bull. civ. 2005 I, nr. 61, p. 53.
Cass. Civ. 1' 10 februari 1998, nr. 96-13316, Bull. civ. 1998 I, nr. 53, p. 34. Het annuleringsbeding vormt een wezenlijke bouwsteen van de op de belangen van de partijen toegesneden economische structuur van het contract.
Fauvarque-Cosson 2007, p. 31.
216. Naar Frans recht ligt de nadruk lang niet altijd op de toetsing aan de wet, de verstoring wordt ook afgeleid uit de overige inhoud van de overeenkomst. De afwijking van het recht verdwijnt bij deze toetsingswijze naar de achtergrond ten behoeve van de aan- of afwezigheid van een compensatie, i.e. een rechtvaardiging in het contract. Het door het beding op zichzelf veroorzaakte nadeel volstaat bij deze methodiek niet. Het referentiekader bestaat uit de rest van de overeenkomst en de daarbij betrokken belangen.
217. In de literatuur wordt met het oog op deze toetsingsmethode het verschil tussen de 'oude' en de 'nieuwe' toets aangescherpt. Waar vroeger het beding op zichzelf diende te worden beschouwd, zonder inaanmerking van zijn contractuele omgeving, wordt thans, met de komst van de richtlijn, een globale en concrete afweging voorgeschreven (`rappréciation globale et concrète').1 Onder de loi Scrivener bestond echter al aandacht voor een vergelijking tussen de rechtsposities.2 De aandacht voor de contractsbalans is na de omzetting van de richtlijn in zaken gewezen onder het 'oude' recht alleen maar toegenomen. Bij de beoordeling van het excessieve voordeel voor de gebruiker kan volgens de Cour de cassation niet worden volstaan met de vaststelling van het nadeel voor de consument (hoe ernstig dit nadeel ook is).3 Nadeel en voordeel moeten tegen elkaar worden afgewogen. De rechter heeft duidelijk aansluiting gevonden bij de `nieuwe' toets en diens evenwichtsaspect.4
Hoewel in de literatuur het 'nieuwe' criterium met een `équilibre contractuel global'5 is geassocieerd, wordt bij de toepassing van de 'nieuwe' toets meestal geen globale doch slechts een beperkte balans opgemaakt: de aan- of afwezigheid van een evenwichtsherstellende of het nadeel beperkende bepaling in de overeenkomst staat centraal.6 Er vindt geen totale weging van de contractsinhoud plaats waarin de posities van de partijen volledig worden doorgelicht.7
218. Het opmaken van de balans houdt naar Frans recht in dat wordt gekeken naar de symmetrie tussen de rechten en plichten van partijen. Beschikt de gebruiker over een recht dat de consument niet heeft? Is de consument als enige verplicht om te presteren? Wanneer eenzelfde beding beide partijen (gebruiker en consument) dezelfde plichten oplegt of rechten toekent, dan wordt de verstoring uitgesloten.8 Hetzelfde geldt voor het bestaan van spiegelbeeldige rechten of plichten. Diverse bedingen in de met de Europese lijst overeenstemmende `annexe' (onder d, f en o) en thans de grijze en zwarte lijsten stellen de reciprociteit voorop. Het ontbreken of het bestaan van een spiegelbeeldig recht (of spiegelbeeldige plicht) aan de kant van de consument is vaak voldoende om een beding buitenspel te zetten resp. te sparen.9
Behalve de symmetrie is ook de aan- of afwezigheid van een tegenprestatie van belang. Is er sprake van een voor de gebruiker voordelig beding dan wordt nagegaan of hiervoor een `contrepartie' in de overeenkomst bestaat.10 Tegenover een 'nadeel' dient voor de consument ook een (direct) 'voordeel' te bestaan. Een
lagere penijs wordt naar Frans recht ook als `contrepartie' aanvaard en meege
wogen.11 Het weglaten van een verwijzing naar de contractsbalans in de 'oude'
toets moest volgens de wetgever destijds voorkomen dat op dit argument te zeer de nadruk zou komen te liggen.12 Met de komst van de richtlijn is deze hoop definitief vervlogen. Het ontbreken van een tegenprestatie is op zichzelf vaak toereikend om een beding als `abusive' te bestempelen.13 Andersom heft naar Frans recht de objectieve causa, ofwel de door de gebruiker na te komen hoofdverbintenis, het door een 'zijbeding' veroorzaakte nadeel regelmatig
op.14 Dat het opmaken van de balans zich vaak beperkt tot de vaststelling dat
een tegenprestatie voor het beding bestaat of ontbreekt, moet worden toegeschreven aan de invloed binnen het Franse recht van de `théorie de la cause', i.e. de oorzaak van het contract (een voorwaarde voor de totstandkoming ervan: art. 1108 jo. 1131 Cc). De `cause' kan objectief of subjectief worden opgevat. Zij betreft in het eerste geval de hoofdverbintenis van de tegenpartij op zichzelf en in het tweede geval de reden voor partijen om de overeenkomst aan te gaan. Die 'reden' is meestal gelegen in de tegenprestatie, i.e. de hoofdverbintenis van de wederpartij. De eerste opvatting staat in deze paragraaf centraal, de tweede opvatting komt in par. 4.5.4 aan de orde.
Bij het opmaken van de balans wordt in veel gevallen ook acht geslagen op die (onderdelen van) bedingen die tot doel of effect hebben het nadelige effect van een beding tegen te gaan of af te zwakken. Hierbij kan worden gedacht aan een ontsnappingsclausule,15 een beperking in de tijd van het effect van het beding of duidelijk vermelde en geldige voorwaarden waaronder de gebruiker een nadelig beding kan inroepen.16 Ook hier wordt vaak een doorslaggevende a contrarioredenering gevolgd: wordt het nadelige effect van een beding niet beperkt, dan is het 'abusive'.17
219. Bij het opmaken van de balans gaat de Franse rechter tot slot soms uit van het leerstuk van de `économie du contrat' Dit leerstuk heeft aandacht voor het economische evenwicht tussen de prestaties van partijen en de interne coherentie van het contract met het oog op de nakoming van die prestaties. Het `économie du contrat'-leerstuk werd, in weerwil van de intentie van de wetgever, al toegepast voorafgaand aan de richtlijn en is hier niet door geïnitieerd.18 De overeenkomst wordt op een globale en reële manier benaderd. De vaststelling van de symmetrie volstaat bijvoorbeeld niet wanneer de gebruiker sneller dan de consument geneigd zou zijn om van zijn annuleringsrecht gebruik te maken.19 Bij het leerstuk van de `économie du contrat' staat onder meer de verdeling van de risico's tussen de partijen centraal (wat niet het geval is bij de causa-leer). Een voorbeeld betreft een beding dat bij de annulering van de koop van een auto waarbij de oude auto wordt ingeruild, voorziet in de teruggave van een vast bedrag wanneer de ingeleverde auto reeds is doorverkocht, ongeacht de door de gebruiker gemaakte winst. Dit voordeel voor de gebruiker vormt een `contrepartie' voor de door de gebruiker gemaakte kosten en genomen risico's ten behoeve van de consument.20 Het is van belang dat de gebruiker zijn (financiële) belang stelt en bewijst, zo blijkt uit een uitspraak met betrekking tot een annuleringsbeding in een lesovereenkomst.21 Onder invloed van de `économie du contrat'-benadering wordt de rechtvaardiging voor een eenzijdig beding soms gezocht in (standaard)omstandigheden buiten het contract, die de realisering ervan bedreigen (`motifs légitimes'). Belangen van partijen betreffende de beperking, beheersbaarheid, verzekerbaarheid en voorzienbaarheid van risico's spelen een belangrijke rol. De door mij geraadpleegde rechtspraak inzake het `économie du contrat'-leerstuk bevatte echter geen uitgebreide belangenafwegingen in het licht van de specifieke omstandigheden van het geval. De komst van de richtlijn en van het verstoringscriterium heeft er ook niet toe geleid dat het `économie du contrat'-leerstuk op grote schaal wordt toegepast.22