Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.4.9.4
9.4.9.4 Het Witboek; toegang tot bewijsmateriaal door middel van openbaarmaking tussen procespartijen
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS576418:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Witboek, COM/2008/165 def., § 22.
Witboek, COM/2008/165 def., § 22.
Richtlijn 2004/48, PbEU L157/45.
Art. 843a lid 4 Rv luidt: 'degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, is niet gehouden aan deze vordering te voldoen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.'
Vgl. Kroes 2008a, p. 111-112.
Hoes-Weishut, Lunsingh Scheurleer & Speyart 2008, p. 142.
Hoes-Weishut, Lunsingh Scheurleer & Speyart 2008, p. 142.
De Commissie stelt in het Witboek voor om bij schadevergoedingsacties wegens schending van de communautaire mededingingsregels een minimale openbaarmaking van relevant bewijsmateriaal tussen procespartijen te verzekeren. De toegang tot bewijsmateriaal dient volgens de Commissie gebaseerd te zijn op 'fact-pleading en een strikte rechterlijke toets van de waarschijnlijkheid van de claim en de evenredigheid van het verzoek tot openbaarmaking.'1
De Commissie stelt voor dat de nationale rechter in specifieke omstandigheden de bevoegdheid krijgt om procespartijen of derden te bevelen welomschreven categorieën van relevant bewijsmateriaal openbaar te maken.2 Aan het bevel tot openbaarmaking zijn wel de nodige voorwaarden verbonden. Zo dient volgens het Witboek als voorwaarden voor het bevel tot openbaarmaking onder meer te gelden dat de eiser
'- alle feiten en bewijsmiddelen heeft gepresenteerd die redelijkerwijs beschikbaar zijn voor hem, mits daaruit blijkt dat er plausibele redenen zijn om te vermoeden dat hij schade heeft geleden als gevolg van een door de gedaagde gemaakte inbreuk op de mededingingsregels;
voor de rechter genoegzaam heeft aangetoond dat hij, ondanks alle redelijkerwijze te verwachten inspanningen, niet in staat is op een andere wijze het verlangde bewijsmateriaal over te leggen;
voldoende specifiek heeft aangegeven welke precieze categorieën bewijsmateriaal openbaar moeten worden gemaakt, en
de rechter genoegzaam ervan heeft overtuigd dat de beoogde openbaarmaking zowel relevant is voor de zaak als noodzakelijk en evenredig'
Verklaringen van partijen die een beroep doen op de clementieregeling en onderzoek van de mededingingsautoriteiten worden afdoende beschermd. Om te voorkomen dat relevant bewijsmateriaal wordt vernietigd of dat wordt geweigerd zich te schikken naar een bevel tot openbaarmaking, dient de nationale rechter de bevoegdheid te krijgen om afdoende sancties met een afschrikkende werking op te leggen (inclusief de mogelijkheid om daaruit ongunstige conclusies te trekken in de civiele procedure tot verkrijging van schadevergoeding).
De bestaande mogelijkheden naar Nederlands burgerlijk procesrecht komen grotendeels overeen met het voorstel van de Commissie. De regeling die de Europese Commissie aanduidt met het begrip discovery komt meer overeen met onze bijzondere exhibitieplicht ex artikel 843a Rv dan met de Angelsaksische discovery. Daarbij dient wel de kanttekening te worden gemaakt dat de mogelijkheden in het voorstel iets verder lijken te gaan dan de bestaande mogelijkheden op grond van de bijzondere exhibitieplicht ex artikel 843a Rv (§ 9.4.2). In het voorstel van de Commissie dient voldoende specifiek te worden aangegeven welke 'precieze categorieën bewijsmateriaal' openbaar moeten worden gemaakt. Artikel 843a Rv stelt de eis dat het moet gaan om 'bepaalde' bescheiden (§ 9.4.2.3) die betrekking moeten hebben op een rechtsbetrekking waarin de eiser partij is (§ 9.4.2.4).
Eventueel zou bij een nadere uitwerking van het voorstel in het Witboek aansluiting kunnen worden gezocht bij artikel 1019a Rv. Artikel 1019a Rv betreft de omzetting van artikel 6 lid 1 van de Richtlijn Handhaving IE-rechten.3 Deze bepaling vult artikel 843a Rv op een aantal punten aan. In het eerste lid is bepaald dat een verbintenis uit onrechtmatige daad wegens inbreuk op een recht van intellectuele eigendom geldt als een rechtsbetrekking als bedoeld in artikel 843a Rv. In het tweede lid is bepaald dat in de procedure op de voet van artikel 843a Rv ook overlegging kan worden gevorderd van ander bewijsmateriaal dat zich in de macht van de wederpartij bevindt. In het derde lid is bepaald dat de rechter de vordering afwijst voor zover de bescherming van vertrouwelijke informatie niet is gewaarborgd. Tevens is bepaald dat artikel 843a lid 4 Rv niet van toepassing is.4
De Commissie heeft duidelijk de Amerikaanse wijze van discovery willen vermijden. Dit is, gelet op de nadelen van de Amerikaanse discovery (onder meer de hoge kosten door de fishing expeditions), goed verdedigbaar. Wel is het de vraag of de gelaedeerden in een stand alone actie veel aan de voorgestelde regeling hebben. Het zal voor hen niet makkelijk zijn feiten aan te voeren waaruit de aannemelijkheid van een vordering op grond van schending van het mededingingsrecht valt af te leiden. Zij zullen ook niet altijd goed in staat zijn voldoende specifiek aan te geven welke precieze categorieën bewijsmateriaal openbaar moeten worden gemaakt. Het is de vraag of de nationale rechter in stand alone acties de voorwaarden voor het bevel tot openbaarmaking soepelerer zal moeten hanteren dan bij zogenaamde follow-on zaken (waarbij een mededingingsautoriteit reeds een schending van het mededingingsrecht heeft geconstateerd).5
De Commissie dient bij de uitwerking van het Witboek enige aandacht te besteden aan het voorkomen van de mogelijkheid dat het bewijsmateriaal wordt gebruikt voor andere doelen dan de civiele mededingingsrechtelijke procedure.6 Tevens mag de toegang tot bewijsmateriaal niet in strijd komen met het beroepsgeheim en het verschoningsrecht van de advocaat.7