De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.12.2.3:5.12.2.3 Motiveringsbeginsel
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.12.2.3
5.12.2.3 Motiveringsbeginsel
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949693:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 3:46 van de Awb.
Rechtbank Den Haag 9 september 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9429.
Zie bijvoorbeeld CBHO 18 juli 2018, 2018/051. Zie ook ABRvS 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1223.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het motiveringsbeginsel vloeit voort dat een besluit moet berusten op een deugdelijke motivering.1 In een zaak bij de rechtbank Den Haag uit 2019 kwam de vraag op of de examinator naar aanleiding van argumenten van de leerling nader had moeten motiveren waarom het betreffende cijfer niet gewijzigd werd.2 De leerling verwijst hierbij naar het motiveringsbeginsel uit artikel 3:46 van de Awb. De rechter stelt vast dat op grond van het Eindexamenbesluit VO geen plicht bestaat voor correctoren om voor elke vraag schriftelijk toe te lichten waarom het betreffende aantal punten is toegekend. Bovendien is de hoofdregel van de bewijslastverdeling in het burgerlijk recht dat eiser, in casu de leerling, voldoende gemotiveerd moet stellen dat de betreffende beoordelingsbeslissing evident onzorgvuldig is. Het beroep op het motiveringsbeginsel slaagt in casu dan ook niet.
De beoordelingsnorm vormt doorgaans de belangrijkste motivering voor een beoordelingsbeslissing. Zoals beschreven in § 5.11.8 hoeft de beoordelingsnorm niet in alle mogelijke antwoorden te voorzien. Er blijft dan ook steeds beoordelingsvrijheid voor de examinator. De rechtbank Arnhem oordeelde bijvoorbeeld dat in een examen, bestaande uit een opstel voor het vak Nederlands, besloten ligt dat de beoordeling voor een belangrijk deel rust op intuïtief inzicht van de examinator op grond van zijn vakdeskundigheid. Ook het CBHO heeft in verschillende zaken geoordeeld dat het ondoenlijk is om in een antwoordmodel alle mogelijke antwoorden op te nemen.3 Van het antwoordmodel afwijkende antwoorden zijn niet per definitie onjuist. De examinator heeft evenwel de beoordelingsvrijheid dit te beoordelen. Gezien de ruime mate van beoordelingsvrijheid van de examinator komt aan het motiveringsbeginsel in de praktijk weinig betekenis toe.