Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/9.2:9.2 Onrechtmatige daad: ontbreken vergunning en foutieve besluiten
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/9.2
9.2 Onrechtmatige daad: ontbreken vergunning en foutieve besluiten
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS586243:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Overigens zijn het juist deze twee casustypen die in de vorige eeuw bij ons hebben geleid tot de invoering van de relativiteitsleer: Van Gelein Vitringa had met name casus van dit eerste type op het oog (zie nr. 61) en in HR 25 mei 1928,NJ 1928/1688 m.nt. E.M. Meijers (De Marchant et d’Ansembourg/Staat) was een casus van het tweede type aan de orde (zie nr. 62).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
432. In de jurisprudentie speelt de grens van het rechtmatig alternatief voor door een onrechtmatige daad veroorzaakte schade in twee groepen casus een prominente rol. In de eerste plaats in de situaties waarin een activiteit wordt ondernomen zonder de daarvoor vereiste vergunning. In de tweede plaats in het geval van aansprakelijkheid van de overheid voor genomen besluiten. Deze casustypen en de rol van het rechtmatig alternatief bij de begrenzing van aansprakelijkheid bespreek ik in § 9.2.1 en 9.2.2 achtereenvolgens.1
9.2.1 Aansprakelijkheid wegens het handelen in strijd met een vergunningsplicht9.2.2 Besluitenaansprakelijkheid