Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1079
Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer van cocaïne d.m.v. zeilboten vanuit Caraïbisch gebied (art. 10a lid 1 Opiumwet), deelname aan criminele organisatie (art. 11a (oud) Opiumwet) en medeplegen witwassen van geldbedragen en zeilboten (art. 420bis lid 1 sub b Sr). 1. Afwijzing van een op eerdere tz. in hoger beroep toegewezen verzoek tot het horen van medeverdachte als getuige, op de grond dat het niet aannemelijk is dat getuige binnen aanvaardbare termijn kan worden gehoord, art. 288 lid 1 sub a Sv. 2. Bewijsklacht voorbereidingshandelingen en deelname aan criminele organisatie t.a.v. opzet. 3. Bewijsklachten witwassen t.a.v. afkomstig uit enig misdrijf. Heeft verdachte concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken verklaring gegeven over herkomst van geldbedragen? 4. Ondertekening van aanvulling met bewijsmiddelen op verkort arrest. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2025/1078, RvdW 2025/1080, RvdW 2025/1081 en RvdW 2025/1091.
HR 30-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1394
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 september 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/04624
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1394, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1034, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑07‑2025
Essentie
Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer van cocaïne d.m.v. zeilboten vanuit Caraïbisch gebied (art. 10a lid 1 Opiumwet), deelname aan criminele organisatie (art. 11a (oud) Opiumwet) en medeplegen witwassen van geldbedragen en zeilboten (art. 420bis lid 1 sub b Sr). 1. Afwijzing van een op eerdere tz. in hoger beroep toegewezen verzoek tot het horen van medeverdachte als getuige, op de grond dat het niet aannemelijk is dat getuige binnen aanvaardbare termijn kan worden gehoord, art. 288 lid 1 sub a Sv. 2. Bewijsklacht voorbereidingshandelingen en deelname aan criminele organisatie t.a.v. opzet. 3. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.