De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.7.2.1:4.7.2.1 Zorgplicht voor de kwaliteit van het onderwijs in het primair en voortgezet onderwijs
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.7.2.1
4.7.2.1 Zorgplicht voor de kwaliteit van het onderwijs in het primair en voortgezet onderwijs
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949638:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 1998, 398.
Artikel 10 van de Wpo en artikel 2.87 van de Wvo 2020.
Nolen 2017, p. 211.
Artikel 12, vierde lid, van de Wpo, artikel 2.91, onder a lid, van de Wvo 2020 en Huisman e.a. 2020, p. 64.
Artikel 13 van de Wpo en artikel 2.92 van de Wvo 2020.
Nolen 2017, p. 214.
Artikel 10a van de Wpo en artikel 2.94 van de Wvo 2020.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat het bevoegd gezag verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het onderwijs is sinds 1998 expliciet vastgelegd in de Wpo en Wvo 2020.1 Na een aantal wijzigingen is in beide wetten momenteel het volgende bepaald:
“Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan het naleven van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 12, vierde lid[, van de Wpo of artikel 2.91 van de Wvo 2020 - JB].”2
Met deze bepalingen wordt beoogd de reeds bestaande verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag voor de kwaliteit van het onderwijs opnieuw gestalte te geven.3 Een algemene zorgplicht zou ruimte moeten geven voor de uitwerking van deze plicht over langere tijd.4 Met de huidige formulering van de hiervoor geciteerde bepalingen is getracht tot uitdrukking te brengen dat, om de zorgplicht voor de kwaliteit van het onderwijs na te leven, in elk geval de in de onderwijswet gestelde voorschriften nageleefd moeten worden. Uit de woorden ‘in elk geval’ wordt duidelijk dat deze zorgplicht meer omvat dan slechts de basiskwaliteit die voortvloeit uit de wettelijke voorschriften.5 Het hebben van eigen ambities ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs valt tevens onder deze zorgplicht. Evenwel wordt niet beoogd de Inspectie controlerend toezicht te laten houden op hetgeen boven de wettelijke voorschriften uitstijgt. Dit komt overeen met de wijze waarop het stimulerend toezicht dat betrekking heeft op de eigen ambities van het bevoegd gezag is vormgegeven (hier is dieper op ingegaan in § 4.5.5)
Het kwaliteitsbeleid in het primair en voortgezet onderwijs moet vastgelegd worden in het schoolplan en de schoolgids. De wetgever heeft hiermee enerzijds beoogd dat het bevoegd gezag het kwaliteitsbeleid meer planmatig gaat aanpakken en anderzijds dat het bevoegd gezag via deze documenten verantwoording gaat afleggen over het kwaliteitsbeleid.6 Verantwoording moet afgelegd worden aan de ouders, het personeel en andere belanghebbenden. Ook kunnen zij via de medezeggenschap invloed uitoefenen op het schoolplan en de schoolgids (zie § 4.9.2).
Het schoolplan is een vierjarig beleidsdocument waarin de zorg voor de kwaliteit van het onderwijs wordt beschreven. De beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg in het schoolplan omvat in elk geval het bewaken dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en dat het onderwijs wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen.7 De schoolgids is een jaarlijks document waarin aan ouders onder meer informatie wordt gegeven over de werkwijze van de school.8
Als de Wpo en Wvo breder bezien worden blijkt dat de zorgplicht voor de kwaliteit van het onderwijs uitgewerkt is in meerdere specifieke plichten.9 Hierbij kan gedacht worden aan de zorg voor het geven van onderwijs, de inhoud en richting van het onderwijs, toegankelijkheid en de wijze van omgang met betrokkenen. Ook de ondergrens van de zorgplicht voor de kwaliteit van het onderwijs is vastgelegd. Sinds 2010 is in de Wpo en Wvo immers bepaald dat het bevoegd gezag niet voldoet aan deze zorgplicht indien de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is.10 Op zeer zwak onderwijs en het toezicht hierop is nader ingegaan in § 4.5.5.