Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/12.3:12.3 Proeve van de codificatie van burgerschapsvorming
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/12.3
12.3 Proeve van de codificatie van burgerschapsvorming
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977137:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Burkens e.a. 2012, p. 50.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Democratische rechtsstaat en plurale samenleving: positief-kritische burgers
De rechtsstatelijke eisen zijn in de rechtsstaat in de loop van de tijd verbonden met democratische principes: de democratische rechtsstaat. De democratische rechtsstaat en de plurale samenleving vragen positief-kritische burgers: personen die aan een goed democratisch functioneren van de samenleving kunnen en willen bijdragen. Tegelijkertijd zijn er grenzen aan het opleggen en afdwingen door de staat van deze gedragingen. Toch mag en kan de democratische rechtsstaat, die wij allen als democratische burgers vormen, niet passief zijn en moet de civil society zich voldoende kunnen ontwikkelen. De rechtsstaat kan en moet zich binnen de grenzen van de grondrechten als een toespitsing en aanscherping van het legaliteitsbeginsel verweren tegen de totalitaire ideologieën, aanslagen en ondermijning van het overheidsgezag.1
Scholing voor kennis en participatie in de democratische rechtsstaat
Het verdedigen van democratie en rechtsstaat hoeft niet en kan niet alleen met repressieve middelen, maar kan en moet ook op school met het toerusten van leerlingen met democratische kennis, vaardigheden en houdingen: de plaats, waar de toekomstige (staats)burgers elkaar in etnische en culturele diversiteit ontmoeten. De school is als een oefenplaats van en voor burgerschap bij uitstek in een (inclusieve) samenleving de plaats voor de vorming tot verbindend democratisch burger. Die taak is met succes ingeroepen, maar heeft nog niet geleid tot een structurele vastlegging. De tijd lijkt rijp burgerschapsvorming in de curricula te verankeren. De gegroeide versnippering in kennisgebieden (Wpo, Wec) en vakken (Wec, Wvo) wordt daarmee weggenomen.
Dominante vakkenstructuur: kennisgebied en vak burgerschap invoeren
Resumerend leidt mijn voorstel tot de in par. 9.10.4 voorgestelde invoering in het primair onderwijs van het kennisgebied burgerschap en op vwo/avo van het vak burgerschap. Om burgerschapsvorming in een kennisgebied/vak meer mogelijkheden te bieden tot een effectieve doorwerking heeft het de voorkeur, gezien de heersende vakkenstructuur en de studeerbaarheid, staatsinrichting en maatschappijleer te vervangen door burgerschap en dit vak naast geschiedenis, aardrijkskunde en economie doelgericht en samenhangend in één leergebied mens & maatschappij te organiseren.
Vrijheid van onderwijs en schooleigen invulling
In de codificatie van burgerschapsvorming in een thema of kennisgebied/vak burgerschap is in de Wet verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen (2021) nog niet voorzien. Het blijft bij een – weliswaar niet vrijblijvende – verduidelijking van de burgerschapsopdracht. Burgerschap als beginsel, thema, kennisgebied en vak, vraagt evenwel om een meer uitgewerkte regeling. Daarbij dient tegelijkertijd in acht te worden genomen dat burgerschap als beginsel, thema, kennisgebied en vak raakt aan de vrijheid van onderwijs (artikel 23 Gw). In dat licht bezien dient de ruimte van scholen in acht te worden genomen.