Einde inhoudsopgave
Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging 2010/II.4.2.5
II.4.2.5 Leerfunctie
mr. D.W.M. Wenders, datum 27-09-2010
- Datum
27-09-2010
- Auteur
mr. D.W.M. Wenders
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Notten signaleert dat dat een van de kritiekpunten vormde: de bezwaarschriftprocedure zou slechts deze actoren voordelen bieden, terwijl het voordelig effect voor het bestuur niet bestond, Notten 1998, p. 340.
PG Awb I, p. 279.
PG Awb I, p. 279; Neerhof 1999a, p. 68; Verslag Evaluatie Awb I, p. 44; Sanders 1998, p. 78-79.
Zie hierover o.m.: Koenraard & Sanders 2006, p. 18; Neerhof 1999a, p. 68 e.v.; A.J.G.M. van Montfort en H.B. Winter, 'Kleine gebreken geen bezwaar?: een evaluatie van de bezwaarschriftprocedure uit de Awb', in: M. Herweijer, K.F. Schuiling en H.B. Winter (red.), In wederkerigheid (Scheltema-bundel), Deventer: Kluwer 1997, 1 188.
Sanders 1998, p. 79.
Sanders 1998, p. 79.
Sanders 1998, p. 79-80.
Sanders 1998, p. 80.
Van Wijk/Konijnenbelt & Van Male 2008, p. 545; Sanders 1998, p. 79-80; Verslag Evaluatie Awb I, p. 50; Neerhof 1999a, p. 70-71; Van Montfort en Winter 1997, p. 192.
Sanders 1998, p. 145-146; Verslag Evaluatie Awb I, p. 50. De evaluatiecommissie merkt wel op dat er nog onvoldoende gegevens voorhanden zijn om definitieve conclusies trekken. Ook hierbij is van belang het onderscheid tussen beschikkingenfabrieken en —ateliers. Zie hierover par. 4.2.2.4.
Zie vorige noot.
Zie bijvoorbeeld Sanders die echter de kanttekening plaatst dat de bezwaarschriften een vertekend beeld geven van de primaire fase en derhalve veel minder leermogelijkheden biedt dat de wetgever heeft verondersteld. Toch stelt hij zich op het standpunt dat de bezwaarschriftprocedure een (beperkte) leerfunctie kan hebben en dat het zaak is dat bestuursorganen de leerkansen die er zijn maximaal benutten, Sanders 1998, p. 146.
Damen e.a. 2009, Deel II, p. 176.
Op termijn zullen uiteraard ook belanghebbende burgers daar profijt van hebben omdat in andere gevallen niet dezelfde fout gemaakt zal worden.
Sanders 1998, p. 144.
M. Herweijer, Tussen het bezwaar en de beslissing op dat bezwaar: verlengde besluitvorming of geschilbeslechting?', in: M. Herweijer, K.F. Schuiling en H.B. Winter (red.), In wederkerigheid (Scheltema-bundel), Deventer: Kluwer 1997, p. 203.
Sanders 1998, p. 146.
De bezwaarschriftprocedure biedt niet alleen voor (de procedure bij) de bestuursrechter of de burger voordelen.1 Aangenomen wordt dat de bezwaarschriftprocedure ook een zuiver vanuit bestuurlijk oogpunt nuttige functie kan hebben.2 Door de heroverweging van de primaire besluitvorming door het bestuursorgaan kunnen gebreken in de organisatie naar voren komen waartegen vervolgens maatregelen getroffen kunnen worden.3 In deze zin heeft de bezwaarschriftprocedure aldus een signaalfunctie ofwel leerfunctie.4 Sanders omschrijft de leerfunctie als volgt:
”De bezwaarschriftprocedure signaleert gebreken in de primaire besluitvorming en stelt bestuursorganen en hun medewerkers in staat van de geconstateerde fouten te leren."5
De omschrijving die Sanders hanteert is echter ruimer dan de omschrijving van de wetgever.6Naast het leereffect op 'managementniveau' waardoor organisatorische maatregelen getroffen kunnen worden tegen de gebleken gebreken, onderscheidt hij nog het leereffect op 'individueel niveau'.7 Daarmee doelt hij op het leereffect dat de bezwaar-schriftprocedure op de individuele ambtenaar kan hebben indien deze op de hoogte worden gesteld van de beslissing op bezwaar. Op die wijze kan worden bewerkstelligd dat de individuele ambtenaar in vergelijkbare gevallen niet bij herhaling dezelfde fout maakt.8 Voorwaarde voor het aanwezig zijn van een leereffect in welke zin dan ook is echter wel dat organisatorische maatregelen getroffen worden waarbij informatie uit de bezwaarfase verzameld en geanalyseerd wordt, waarna vervolgens terugkoppeling naar de primaire beslissers dient plaats te vinden.9 Dat blijkt niet altijd het geval te zijn. De bevindingen van de verschillende onderzoeken verricht naar het functioneren van de bezwaarschrift-procedure lijken aan te tonen dat de leerfunctie van de bezwaarschriftprocedure nog niet optimaal uit de verf komen.10 Dit is met name te wijten aan het gebrek aan organisatorische maatregelen om dit leereffect optimaal te benutten.11 In dat opzicht is derhalve nog verbetering mogelijk. Dat de bezwaarschriftprocedure deze functie kan hebben en ook heeft indien bestuursorganen daartoe de juiste maatregelen treffen, wordt echter nog steeds onderschreven.12 De leerfunctie brengt vooral tot uitdrukking dat de bezwaar-schriftprocedure een vanuit het perspectief van de kwaliteit van het bestuur een nuttige functie kan hebben.13 De bezwaarschriftprocedure biedt het bestuur immers nogmaals de mogelijkheid naar het besluit te kijken en het besluitvormingsproces over te doen teneinde fouten te kunnen herstellen (voor de toekomst). In dit verlengde besluitvormingsproces zorgt de signalering van fouten en de terugkoppeling daarvan voor een leereffect. In beginsel heeft de bezwaarschriftprocedure vanuit deze functie bezien, mits deze functie in de praktijk gerealiseerd wordt, vooral voordelige effecten voor het bestuur.14
Opmerkelijk en vermeldenswaard is ten slotte dat, zoals uit het onderzoek van Sanders blijkt, het leereffect van de jurisprudentie van de rechter omvangrijker is dan het leereffect van de beslissing op bezwaar. De oorzaak, zo stelt Sanders, blijkt gelegen te zijn in het gezag van de oordelende instantie:
”Het oordeel van de bezwaarbehandelende instantie heeft niet het gezag van een rechterlijke uitspraak. Een gegrondverklaring van het bezwaarschrift heeft, naar het oordeel van de meeste ondervraagden, minder verstrekkende gevolgen dan de gegrondverklaring van een beroepschrift en dus weegt het oordeel van de bezwaarbehandelende instantie (...) minder zwaar."15
Deze bevinding bevestigt het gezag dat aan uitspraken van de (bestuurs)rechter wordt toegekend, ook door het bestuur. Deze bevinding stemt ook overeen met hetgeen Herweijer opmerkt in de Scheltema-bundel. Hij stelt dat de Awb een toegenomen gezag voor de bestuursrechter heeft veroorzaakt en dat die toename het management van bestuursorganen ertoe doet nopen meer nadruk te leggen op de geschilbeslechtingsfunctie (of rechtsbeschermingsfunctie) van de bezwaarschriftprocedure in plaats van de functie van verlengde besluitvorming.16 Daarmee lijkt hij te doelen op het feit dat het bestuur zich meer op de rechtmatigheid van het besluit en het kunnen doorstaan van de toets door de bestuursrechter lijkt te richten.
Tot slot lijkt ook wat betreft de leerfunctie het onderscheid tussen de beide typen bevoegdheden of de verschillende beleidsterreinen geen rol van betekenis te spelen. In beide gevallen worden de leermogelijkheden nog niet optimaal benut en zijn de leereffecten dientengevolge gering, zo blijkt uit het onderzoek van Sanders.17
Conclusie
Kortom, de leerfunctie van de bezwaarschriftprocedure staat vooral in het teken van de verlengde besluitvorming en de verbetering van de kwaliteit van het bestuur. Als er in de praktijk meer lessen zouden worden getrokken uit de geconstateerde fouten in de primaire besluitvormingsfase en organisatorische maatregelen getroffen zouden worden, dan zou de procedure een nuttige functie voor het bestuur in dit opzicht kunnen vervullen. In de praktijk blijkt echter dat de ogen vooral gericht zijn op de bestuursrechter en het bestuur vooral bezig is met diens (rechtmatigheids)oordeel over het besluit.