Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/4.4.3
4.4.3 Taak van OK-bestuurders
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652090:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/195.
Kamerstukken II 1968/69, 9595, 9596, 6, p. 16.
Croiset van Uchelen 2008, p. 192, p. 207, p. 213, p. 228 en p. 231; Olden 2009, p. 122-123; Salemink 2015, p. 62; Salemink 2018b, p. 442; Duynstee 2018, p. 126; Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/195.
Zie bijv. OK 14 april 2003 (r.o. 3.5), JOR 2003/143 (R&B Group); OK 16 april 2004 (r.o. 3.8), JOR 2004/164 (Uit Agenda Nederland); OK 1 oktober 2004 (dictum), ARO 2004/119 (Autogroep Twente); OK 13 december 2006 (r.o. 3.5), ARO 2007/12 (Daidalos). Zie over het onderscheid tussen een doorslaggevende en beslissende stem Salemink 2015; Duynstee in zijn annotatie bij OK 15 december 2015, JOR 2016/95 (4Apps); Duynstee & Nowak (onder 11) in hun annotatie bij OK 19 december 2016, JOR 2017/126 (ADO); Eikelboom 2017, p. 570-571; Conclusie A-G Assink 9 oktober 2020 (nr. 3.10-3.11), ARO 2021/122 (Mutsaersstichting); Faber 2020, p. 97; OK 21 oktober 2021 (r.o. 3.13-3.14), JOR 2022/10, m.nt. T. Salemink (Arcoin); OK 2 november 2021 (r.o. 3.14), ARO 2022/1 (Golfcenter); Salemink & Nieuwe Weme 2022, p. 812-813. Zie voor meer voorbeelden van mogelijke aan een OK-bestuurder toe te kennen bevoegdheden Croiset van Uchelen 2008, p. 195-199; Salemink & Nieuwe Weme 2022, p. 812 e.v.
Praktijktips, bepaling 4.2.2.
Cornelissen 2010, p. 74; Eikelboom 2012, p. 109, met verwijzingen; Eikelboom 2017, p. 558, met verwijzingen.
Salemink 2018b, p. 443.
Volgens Bennaars 2015, p. 130 is dat meestal het geval.
Zie bijv. OK 18 januari 2001 (r.o. 3.10), JOR 2001/35 (SkyGate); OK 21 juni 2011 (r.o. 3.8), ARO 2011/106 (Bactoforce Benelux); OK 25 mei 2020 (r.o. 3.13), ARO 2020/114 (WBT).
Zo ook Duynstee (onder 8) in zijn annotatie bij OK 22 maart 2018, JOR 2018/150 (VDL Huizen). Zie bijv. OK 21 juni 2011 (r.o. 3.8), ARO 2011/106 (Bactoforce Benelux); OK 10 april 2012 (r.o. 3.14), ARO 2012/56 (Sequioa); OK 13 september 2012 (r.o. 3.10), ARO 2012/135 (Loon- en grondverzetbedrijf De Gier).
Makkink 2016, p. 256-257.
OK 22 maart 2018 (r.o. 3.8), JOR 2018/150, m.nt. D.J.F.F.M. Duynstee (VDL Huizen), waarover ook Faber 2020, p. 249-250.
OK 18 oktober 2012 (r.o. 3.23), JOR 2013/8, m.nt. H.M. de Mol van Otterloo (Harbour Antibodies).
OK 11 maart 2013 (r.o. 3.8), JOR 2013/170, m.nt. A.F.J.A. Leijten (Weblimits), waarover ook par. 6.2.4.
Zie bijv. OK 30 december 2002 (r.o. 3.7), ARO 2003/18 (Aesculaap); OK 7 oktober 2008 (r.o. 3.18-3.19), ARO 2008/165 (ECO Vakantieparks); OK 3 november 2008 (r.o. 3.14), ARO 2008/175 (ICTrack).
Zie bijv. OK 25 april 2012 (r.o. 3.31), JOR 2013/6, m.nt. C.D.J. Bulten (Butôt).
Zie bijv. OK 16 februari 2006 (r.o. 3.9), JOR 2006/97, m.nt. A.F.J.A. Leijten (Beheermaatschappij Trial).
Zie bijv. OK 28 juli 2011 (r.o. 5.3), JOR 2011/329, m.nt. M.W. Josephus Jitta (Königsberg).
De Ondernemingskamer kan een OK-bestuurder benoemen, bijvoorbeeld wanneer er een impasse bestaat in het bestuur, waardoor besluitvorming onmogelijk is geworden, of wanneer er een conflict bestaat tussen het bestuur en de raad van commissarissen of de aandeelhouders.1
Bij de introductie van de wettelijke regeling van eindvoorzieningen in het enquêterecht is in de parlementaire geschiedenis de vraag aan de orde geweest of in (het huidige) art. 2:356 sub c BW gekozen zou moeten worden voor de term bestuurder of beheerder. De minister overwoog destijds:
‘De term “beheerder’’ zou ten onrechte de mening kunnen doen postvatten dat de als zodanig bedoelde persoon een niet alleen naar tijd, maar ook naar omvang beperkte taak heeft (…). Daar het echter de bedoeling juist is dat de vennootschap en haar onderneming, eventueel door krachtige maatregelen, weer tot gezonde verhoudingen komen, is het gewenst deze taak zo ruim mogelijk op te vatten.’2
Kennelijk mag de OK-bestuurder zijn taak dus ruim opvatten. Maar wat houdt die taak in? Algemeen wordt aangenomen dat de taak van de OK-bestuurder gelijk is aan de taak van een gewone bestuurder: de OK-bestuurder is een volwaardig bestuurder,3 en (mede)bestuurt de rechtspersoon. Aan een OK-bestuurder komen ook alle door de wet en statuten aan een gewone bestuurder toegekende bevoegdheden toe (par. 4.4.2). De Ondernemingskamer kan de aan een OK-bestuurder toekomende bevoegdheden wel uitbreiden, bijvoorbeeld met een doorslaggevende of beslissende stem in het bestuur en zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid.4
De Praktijktips laten de OK-bestuurder ook de ruimte om niet zelf de dagelijkse leiding van de onderneming op zich te nemen, maar dit bij een ander te leggen. Dit laatste zal volgens de Praktijktips meestal het geval zijn.5 In de literatuur wordt dit ook aanvaardbaar geacht.6 Bij delegatie van de dagelijkse leiding moet de OK-bestuurder wel voor ogen houden wat degene die is belast met de dagelijkse leiding wettelijk en statutair kan en mag doen, en waarvoor de betrokkenheid van de OK-bestuurder is vereist.7
Regelmatig kleurt de Ondernemingskamer de bestuurstaak van de OK-bestuurder nader in. Zij laat zich dan uitdrukkelijk uit over wat tot de taak van de OK-bestuurder behoort.8 De Ondernemingskamer formuleert daarbij vaak een vrij algemene taak voor de OK-bestuurder, zoals het beproeven van een minnelijke regeling9 of (het instellen van een onderzoek naar) de ontvlechting dan wel duurzame vereniging van aandeelhouders of certificaathouders.10 In voorkomende gevallen geeft de Ondernemingskamer een OK-bestuurder ook een meer specifieke taak of suggestie voor de taakuitoefening mee (par. 5.2.7.16).
Soms omschrijft de Ondernemingskamer een taak die de OK-bestuurder ook zonder die omschrijving reeds toekomt. De omschrijving van een specifieke taak dient dan mede ter voorlichting van procespartijen.11 Komt de OK-bestuurder deze specifieke taak zonder omschrijving daarvan door de Ondernemingskamer niet reeds toe, dan is sprake van een nadere regeling van de getroffen voorziening als bedoeld in art. 2:357 lid 2 BW, althans een analoge toepassing daarvan.12 Dat geldt evengoed voor de omschrijving van een specifieke taak van de OK-commissaris en OK-beheerder, waarover par. 4.4.4 en par. 4.4.5.
Specifieke taken die de Ondernemingskamer omschrijft zijn velerlei. Zo bepaalde de Ondernemingskamer in VDL Huizen dat de OK-bestuurder het mede tot zijn taak mag rekenen de nodige maatregelen te treffen ter zake van de aanpassing van het salaris van de gewone bestuurders, het stoppen van privéonttrekkingen en het terugdringen van de rekening-courantschuld.13 In Harbour Antibodies overwoog de Ondernemingskamer dat de OK-bestuurder zich een oordeel dient te vormen over de precieze financiële toestand van de rechtspersoon en kan bezien of tussen partijen alsnog overeenstemming kan worden bereikt over de noodzaak van venture capital funding en de daarbij te hanteren voorwaarden.14 In Weblimits benoemde de Ondernemingskamer een OK-bestuurder die het mede tot zijn taak mag rekenen na te gaan of de kosten van het onderzoek kunnen worden betaald en zo ja, voor betaling daarvan zorg te dragen.15
De bij eindvoorziening benoemde OK-bestuurder krijgt regelmatig de taak de gevolgen van het vastgestelde wanbeleid ongedaan te maken.16 Daaraan worden ook wel specifieke taken gekoppeld, zoals de taak te bezien of een tegen certificaathouders aangespannen procedure al dan niet moet worden voortgezet, en het in dat kader gelegde conservatoir verhaalsbeslag moet worden gehandhaafd,17 te bezien in hoeverre aanleiding bestaat de ten laste van de rechtspersoon gebrachte kosten van enkele gerechtelijke procedures op een ander te verhalen zijn,18 of te onderzoeken of het wenselijk is mee te werken aan de teruglevering van bepaald onroerend goed en de ontbinding van de rechtspersoon.19