Verzekering verzekerd?
Einde inhoudsopgave
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/2.6.3.1:2.6.3.1 Algemeen
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/2.6.3.1
2.6.3.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. N. Lavrijssen, datum 15-01-2015
- Datum
15-01-2015
- Auteur
mr. N. Lavrijssen
- JCDI
JCDI:ADS616284:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 3:36 lid 1 Wft bepaalt dat het voor een verzekeraar verboden is om een ander bedrijf dan het bedrijf waarvoor de vergunning is verleend, uit te oefenen. Deze bepaling brengt met zich mee dat het niet alleen verboden is voor verzekeraars om een ander verzekeringsbedrijf uit te oefenen dan het verzekeringsbedrijf waarvoor een vergunning is verleend, maar ook om elk ander bedrijf uit te oefenen, dus ook een bedrijf waarvoor geen vergunning vereist is. Dit verbod op het uitoefenen van een nevenbedrijf is een uitvloeisel van het ‘schoenmaker-blijf-bij-je-leest’ principe,1 en strekt er onder meer toe de belangen van verzekerden te beschermen tegen het gevaar dat de uitoefening van dergelijke activiteiten zou kunnen inhouden voor de solvabiliteit2 van die ondernemingen.
Vanuit het verbod van nevenbedrijf van art. 3:36 lid 1 Wft kan de holdingstructuur van bank-verzekeraars worden verklaard. Een verzekeringsbedrijf mag geen bankactiviteiten ontplooien en een bank mag geen verzekeringsactiviteiten ontplooien. Omdat de activiteiten in elkaars verlengde liggen, wil men deze diensten graag gecombineerd aanbieden. Dit mag niet binnen een en dezelfde rechtspersoon, en daarom worden veelal twee (of meer) rechtspersonen opgericht. Boven deze rechtspersonen staat dan een houdstermaatschappij. Zo richtte SNS Reaal bijvoorbeeld de holding SNS Reaal N.V. op, met daaronder SNS Bank N.V. voor de bankactiviteiten en Reaal N.V. voor de verzekeringsactiviteiten. Op die manier kan het bedrijf van een bank-verzekeraar worden gerealiseerd dat wel mag in de zin van art. 3:36 lid 1 Wft.