Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.11.2
5.11.2 Artikel 4.218 § 1 jo. 4.174 § 1, 2° BBW: mishandelingen, misdrijven of grove beledigingen
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859242:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Debucquoy, TBBR 2004, p. 545, Dekkers & Casman 2010, p. 613 en Pintens e.a. 2010, p. 687.
Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 65 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012), Debucquoy, TBBR 2004, p. 545 en Pintens e.a. 2010, p. 687. Vgl. ook Rb. Gent 16 juni 2009, T.Not. 2010, p. 334.
Dekkers & Casman 2010, p. 613 en Pintens e.a. 2010, p. 688. Vgl. ook Rb. Kortrijk 9 november 1950, T.Not. 1952, p. 62.
Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 65 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012) en Debucquoy, TBBR 2004, p. 546.
Rb. Gent 16 juni 2009, T.Not. 2010, p. 334. Vgl. ook Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 66 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012), Debucquoy, TBBR 2004, p. 546 en Pintens e.a. 2010, p. 687.
Dekkers & Casman 2010, p. 613 en Pintens e.a. 2010, p. 688.
Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 66 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012), Debucquoy, TBBR 2004, p. 547 en Pintens e.a. 2010, p. 687.
Zie nader par. 5.7.
Vgl. Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 66 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012).
Rb. Gent 16 juni 2009, T.Not. 2010, p. 334, Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 66 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012), Debucquoy, TBBR 2004, p. 548 en Pintens e.a. 2010, p. 687.
Rb. Gent 16 juni 2009, T.Not. 2010, p. 334, Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 66-67 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012) en Pintens e.a. 2010, p. 687.
Rb. Gent 16 juni 2009, T.Not. 2010, p. 336, Barbaix 2016, p. 853, Debucquoy, TBBR 2005, p. 23, Dekkers & Casman 2010, p. 613, Dillemans, Puelinckx-Coene & Pintens, TPR 1985, nr. 143, p. 643 en Pintens e.a. 2010, p. 688.
Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 67 en 71 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012), Barbaix 2016, p. 853 en Debucquoy, TBBR 2005, p. 24-26.
Cass. 6 juni 1969, Pas. 1969, I, 900, kenbaar uit Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 70 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012). Zie voor een uitgebreide opsomming van gedragingen die wel en gedragingen die niet voldoende ernstig zijn, Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 70-71 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012).
Zie par. 2.6.4.
Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 68 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012).
Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 66 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012).
Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 72 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012), Coene, in: Comm. Erf., art. 1046, p. 42 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015), Debucquoy, TBBR 2005, p. 30-31 en Dekkers & Casman 2010, p. 613.
Dekkers & Casman 2010, p. 613, Pintens e.a. 2010, p. 688 en Rb. Gent 16 juni 2009, T.Not. 2010, p. 334 en 336. Vgl. ook Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 71-72 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012) en Coene, in: Comm. Erf., art. 1046, p. 40 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015).
De tweede grond om een legaat te herroepen is indien de legataris zich tegenover de erflater schuldig heeft gemaakt aan mishandelingen, misdrijven of grove beledigingen (art. 4.218 § 1 jo. 4.174 § 1, 2° BBW).
Onder mishandelingen valt allerlei geweld tegen de erflater.1 Het gaat hierbij niet alleen om fysiek geweld, zoals slagen en verwondingen. Morele mishandeling, wreedheden en een slechte behandeling volstaan eveneens.2 Wel geldt dat de mishandeling zwaarwichtig genoeg moet zijn om de herroeping te rechtvaardigen.3 De mishandeling moet gepleegd worden tegen de erflater. Mishandeling van zijn familieleden volstaat niet, al kan dit eventueel wel gekwalificeerd worden als grove belediging van de erflater en onder die noemer tot herroeping leiden.4 De categorie mishandelingen is ruimer dan de strafbare feiten die tot onwaardigheid leiden. Morele mishandeling, wreedheden en slechte behandeling zijn voor Belgische onwaardigheid onvoldoende. Daarvoor dient voldaan te worden aan de vereisten van het strafbare feit opzettelijke slagen en verwondingen (art. 398-400 BSr).
De categorie misdrijven omvat alle strafbare feiten uit het Belgische Strafwetboek gericht tegen de persoon of de goederen van de erflater.5 Algemeen wordt aangenomen dat het misdrijf wel voldoende ernstig moet zijn.6 Het is daarbij vereist dat het misdrijf gewild is alsmede dat de erflater persoonlijk is geraakt. Ook bij deze categorie geldt dat een misdrijf gericht tegen familieleden van de erflater niet volstaat, maar zij kan eventueel als grove belediging worden gekwalificeerd.7 Deze categorie is wederom ruimer dan de gedragingen die in België tot onwaardigheid leiden. Bij onwaardigheid zijn een aantal specifieke strafbare feiten opgesomd en enkel die feiten hebben onwaardigheid tot gevolg.8 Strafbare feiten als verduistering, misbruik van vertrouwen of diefstal komen de dader niet op onwaardigheid te staan, maar kunnen wel leiden tot herroeping van een legaat wegens ondankbaarheid.9
Tot slot valt onder deze herroepingsgrond grove beledigingen. Een grove belediging is elke gedraging van de legataris die kwetsend of beledigend is voor de erflater en de morele integriteit, eer en waardigheid van de erflater aantast.10 Vereist is dat de legataris zich schuldig heeft gemaakt aan een of meer ernstige en opzettelijke feiten. Tevens dient de legataris de intentie te hebben om de erflater door deze feiten te beledigen. Het is niet van belang of de erflater zich beledigd voelt door de gedraging.11
De beledigende feiten moeten wel voldoende ernstig zijn.12 De beoordeling daarvan is aan de rechter waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden van het geval, zoals het sociale milieu en de (eventuele familie) verhouding tussen de legataris en de erflater.13 Een voorbeeld uit de rechtspraak dat als voldoende zwaarwichtig is aangemerkt betreft het opstellen van een vals testament.14 Naar Nederlands recht is het vervalsen van een testament een grond voor onwaardigheid.15
Bij mishandelingen en misdrijven is opgemerkt dat deze feiten gericht tegen familieleden van de erflater eventueel als grove belediging kwalificeren. Grove beledigingen tegenover familieleden van de erflater zijn op zichzelf genomen ook onvoldoende voor herroeping van het legaat. De drempel wordt echter wel gehaald indien aangetoond kan worden dat de feiten ook tegenover de erflater een grove belediging vormen. Daarvoor moet bewezen worden dat de feiten gepleegd tegen familieleden gedaan zijn met de bedoeling om de erflater te beledigen. Dat bewijs is moeilijk te leveren.16
Het begrip ‘grove beledigingen’ is niet vastomlijnd waardoor de Belgische rechter zich met regelmaat moet uitlaten over een vordering tot herroeping van een legaat op deze grond.17 Onwaardigheid is in België daarentegen gebaseerd op een limitatieve opsomming van strafbare feiten. Dat is veel meer zwart wit waardoor er nauwelijks ruimte is voor rechtspraak. Bij de herroeping van legaten wegens ondankbaarheid bestaat er veel meer ruimte op dat punt.
Voor zowel mishandelingen, misdrijven als grove beledigingen geldt dat niet vereist is dat de legataris strafrechtelijk is veroordeeld vanwege de feiten. Voldoende is dat de gedraging bewezen is en aan de legataris kan worden toegerekend.18 Uit het voorgaande volgt dat de gedraging wel voldoende ernstig moet zijn. De rechter zal soeverein oordelen of de gepleegde feiten voldoende ernstig zijn om de herroeping van het legaat wegens ondankbaarheid te rechtvaardigen.19