Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/5.3
5.3 De procedure van Boek 2 BW voor een juridische fusie
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950471:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Van Eck, Roelofs, Simonis en Van der Velden 2018, p. 57; Asser/Kroeze 2-I 2021/433.
Hij mag de stukken ook langs elektronische weg bij het handelsregister openbaar maken. De ten kantore van de rechtspersoon neer te leggen stukken mogen ook langs elektronische weg toegankelijk worden gemaakt. Zie art. 2:314 lid 1 en 2 BW. Ik blijf in dit hoofdstuk over het “deponeren” van stukken spreken.
Art. 2:314 lid 1 d BW: “tussentijdse vermogensopstellingen of niet vastgestelde jaarrekeningen, voor zover vereist ingevolge artikel 313 lid 2 en voor zover de jaarrekening van de rechtspersoon ter inzage moet liggen”. Art. 2:314 BW vermeldt enkele situaties waarin geen toelichting vereist is.
Op grond van art. 21 Handelsregisterwet kunnen de krachtens wettelijk voorschrift gedeponeerde bescheiden door een ieder worden ingezien.
Zie hoofdstuk 5.7 en 6.7.4.2 van dit proefschrift waarin ik inga op polishouders met een recht op maatschappijwinstdeling.
Art. 2:314 lid 2 BW: “(…) Een afschrift mag elektronisch worden verstrekt als een lid of aandeelhouder daarmee heeft ingestemd. De rechtspersoon is niet gehouden om afschriften te verstrekken in het geval dat leden of aandeelhouders de mogelijkheid hebben om een elektronisch afschrift van de stukken op te slaan.”
Art. 2:314 lid 3 BW: “De te fuseren rechtspersonen kondigen in een landelijk verspreid dagblad aan dat de stukken zijn neergelegd of raadpleegbaar zijn, met opgave van de openbare registers waar zij liggen of elektronisch toegankelijk zijn en van het adres waar zij krachtens lid 2 ter inzage liggen of elektronisch toegankelijk zijn.”
Zie hoofdstuk 6.7 van dit proefschrift.
Bijvoorbeeld: “Ten kantore van het handelsregister gehouden door de Kamer van Koophandel [x] en ten kantore van het handelsregister gehouden door de Kamer van Koophandel [x] zijn ter inzage gelegd de door de wet voorgeschreven stukken in verband met de voorgenomen juridische fusie van de volgende vennootschappen: [x] N.V., statutair gevestigd te [x], met adres [x] (de verkrijgende vennootschap); en [x] N.V. statutair gevestigd te [x], met adres [x]. Deze stukken alsmede de overige door de wet voorgeschreven stukken zijn tevens neergelegd op het kantoor van elk van genoemde vennootschappen. De stukken liggen ter inzage tot het tijdstip van fusie en ten kantore van de verkrijgende vennootschap tot zes maanden nadien.”
In zijn proefschrift Deponering, publicatie en verzet concludeert Ten Voorde op grond van een praktijkonderzoek aan de hand van vragenlijsten dat advertenties voor deponeringsprocedures veelal niet worden gelezen (Ten Voorde 2006/10.9 en 11.2). We kunnen wel aannemen dat dat er niet beter op zal zijn geworden.
In de tekst van art. 3:115 Wft die op 1 januari 2007 van kracht werd bij de invoering van de Wet op het financieel toezicht werd art. 3:120 lid 6 Wft nog niet uitgezonderd. Hiermee werd zonder dat daar een specifieke reden voor was afgeweken van de tekst van art. 121, vijfde lid, Wtv 1993 waarin art. 123, tweede lid, Wtv 1993 wel uitgezonderd was. Bij de hiervoor vermelde Reparatiewet Wft die op 1 januari 2009 van kracht werd, is art. 3:120 lid 6 Wft alsnog uitgezonderd.
Het belangrijkste kenmerk van een juridische fusie is dat het vermogen onder algemene titel overgaat. Een fusie is een rechtshandeling van twee of meer rechtspersonen waarbij een van deze het vermogen van de andere onder algemene titel verkrijgt of waarbij een nieuwe rechtspersoon die bij deze rechtshandeling door hen samen wordt opgericht, hun vermogen onder algemene titel verkrijgt (art. 2:309 BW). Daardoor hoeven de voor de overdracht van ieder vermogensbestanddeel geldende leveringsvoorschriften niet in acht te worden genomen. Aldus is onder meer geen medewerking nodig van wederpartijen bij overeenkomsten die overgaan. De rechtspersoon wiens vermogen overgaat, houdt door het van kracht worden van de fusie op te bestaan (art. 2:311 lid 1 BW).
Ter inleiding op het vervolg van dit hoofdstuk is het noodzakelijk eerst een uiteenzetting te geven over de procedure zoals opgenomen in Titel 7 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Ik ga dan ook meteen in op enkele voor verzekeraars specifieke aspecten van dit proces op grond van het Burgerlijk Wetboek.
(1) Voorstel tot fusie en toelichting: de vennootschapsrechtelijke procedure start met het opstellen van het voorstel tot fusie en een toelichting. De besturen van de te fuseren rechtspersonen stellen een voorstel tot fusie op (art. 2:312 lid 1 BW). Het gaat dus om een gezamenlijk stuk van de besturen van de rechtspersonen die de fusie zullen aangaan. Dit voorstel moet bijvoorbeeld de statuten van de verkrijgende rechtspersoon zoals die luiden en zoals zij na de fusie zullen luiden bevatten (of, indien de verkrijgende rechtspersoon nieuw wordt opgericht, het ontwerp van de akte van oprichting).1 Het voorstel tot fusie moet ook vermelden welke rechten ingevolge art. 2:320 BW ten laste van de verkrijgende rechtspersoon worden toegekend aan degenen die anders dan als lid of aandeelhouder bijzondere rechten hebben jegens een verdwijnende rechtspersoon.2 Voor polishouders met een recht op maatschappijwinstdeling kan het voorstel tot fusie dus belangrijke informatie bevatten, namelijk een beschrijving van het gelijkwaardig recht dat ingevolge art. 2:320 BW aan deze polishouders wordt toegekend. Voor elk van de verdwijnende rechtspersonen moet verder ook het tijdstip met ingang waarvan financiële gegevens zullen worden verantwoord in de jaarrekening of andere financiële verantwoording van de verkrijgende rechtspersoon worden vermeld.3 Het voorstel tot fusie wordt ondertekend door alle bestuurders van elke te fuseren rechtspersoon (art. 2:312 lid 3 BW) en door alle commissarissen (art. 2:312 lid 4 BW). Een verzekeraar met zetel in Nederland in de vorm van een naamloze vennootschap4 moet op grond van art. 3:19 lid 1 Wft een raad van commissarissen hebben die uit ten minste drie leden bestaat, dus de verplichting dat commissarissen het voorstel tot fusie moeten tekenen is bij een dergelijke verzekeraar altijd van toepassing.
Het bestuur van elke te fuseren rechtspersoon moet in een schriftelijke toelichting de redenen voor de fusie geven met een uiteenzetting over de verwachte gevolgen voor de werkzaamheden en een toelichting uit juridisch, economisch en sociaal oogpunt (art. 2:313 lid 1 BW). Elk bestuur maakt dus in beginsel een eigen toelichting. De besturen kunnen er eventueel voor kiezen een gezamenlijke toelichting op te stellen.5 Er zijn ook situaties waarin geen schriftelijke toelichting hoeft te worden opgesteld. Bijvoorbeeld indien de leden of aandeelhouders van de fuserende rechtspersonen ermee instemmen dat geen toelichting wordt opgesteld, is dat niet vereist (art. 2:313 lid 4 BW). Art. 2:313 lid 3 BW noemt situaties waarin geen toelichting is vereist voor de verdwijnende rechtspersoon, zoals wanneer de verkrijgende vennootschap fuseert met een vennootschap waarvan zij alle aandelen houdt of een onderlinge waarborgmaatschappij waarvan zij het enige lid is. In de in de vorige volzin bedoelde situaties is wel een toelichting vereist indien anderen dan de verkrijgende rechtspersoon een bijzonder recht jegens de verdwijnende rechtspersoon hebben (zoals dus een recht op maatschappijwinstdeling).
(2) Deponeren van de fusiestukken: de volgende stap in de vennootschapsrechtelijke procedure is het deponeren van de fusiestukken bij het handelsregister en ten kantore van de rechtspersoon.6 Elke te fuseren rechtspersoon moet het fusievoorstel bij het handelsregister deponeren (art. 2:314 lid 1 BW). Ook de laatste drie vastgestelde jaarrekeningen moeten ten kantore van het handelsregister worden gedeponeerd (art. 2:314 lid 1 BW). 7 Indien het laatste boekjaar van de rechtspersoon meer dan zes maanden voor de deponering is verstreken, moet ook een tussentijdse vermogensopstelling worden opgemaakt en gedeponeerd (art. 2:314 juncto art. 2:313 lid 2 BW). 8 De toelichting behoeft dus niet bij het handelsregister te worden gedeponeerd. De stukken die bij het handelsregister worden gedeponeerd, zijn voor een ieder, dus ook voor polishouders, ter inzage.9 Het bestuur moet dezelfde stukken tegelijkertijd ten kantore van de rechtspersoon neerleggen. De jaarrekeningen en jaarverslagen die niet ter openbare inzage liggen en de door de besturen opgestelde toelichtingen moeten daar ook worden neergelegd (art. 2:314 lid 2 BW). Deze stukken liggen daar ter inzage voor ten eerste de leden of aandeelhouders en ten tweede voor hen die een bijzonder recht jegens de rechtspersoon hebben zoals bedoeld in art. 2:320 BW (art. 2:314 lid 2 BW).10 Polishouders met een recht op maatschappijwinstdeling kunnen dus naar de kantoren van de fuserende verzekeraars gaan om daar de stukken in te zien die bij het handelsregister zijn gedeponeerd alsmede jaarrekeningen en jaarverslagen die niet ter openbare inzage hoeven te liggen en de door de besturen opgestelde toelichtingen. De stukken liggen ten kantore van de fuserende rechtspersonen ter inzage tot het tijdstip van de fusie en op het adres van de verkrijgende rechtspersoon nog zes maanden nadien. Degenen die de stukken op de kantooradressen kunnen inzien, kunnen in dit tijdvak ook kosteloos een afschrift daarvan verkrijgen.11 Ook een eventueel advies van de ondernemingsraad wordt bij de fusiestukken ten kantore van de rechtspersoon neergelegd (art. 2:314 lid 4 BW).
(3) Publicatie in een landelijk verspreid dagblad: als de deponeringen in orde zijn gemaakt, dan dient ter bekendmaking van de deponering een publicatie in een landelijk verspreid dagblad plaats te vinden (art. 2:314 lid 3 BW).12 Vergeleken met de voorbeeldteksten voor advertenties die in de toelichting van DNB zijn opgenomen voor advertenties op grond van het in de Wft bepaalde13 zijn dergelijke advertenties op grond van Boek 2 BW heel kort.14 Het betreft dus een kleine advertentie in één landelijk verspreid dagblad. Deze advertentie zal daarom niet of nauwelijks bijdragen aan de bewustwording onder polishouders van een verzekeraar dat deze een juridische fusie voorbereidt.15 Voor het geval dat in het voorstel tot fusie rechten ingevolge art. 2:320 BW ten laste van de verkrijgende rechtspersoon worden toegekend aan degenen die anders dan als lid of aandeelhouder bijzondere rechten hebben jegens de verdwijnende rechtspersonen (zoals polishouders met recht op maatschappijwinstdeling), schrijft de wet niet voor om in deze advertentie op grond van Boek 2 BW daar melding van te maken.
(4) Verzettermijn van een maand voor schuldeisers: vervolgens kunnen schuldeisers gedurende een maand in verzet komen tegen het voorstel tot fusie. Tot een maand nadat alle te fuseren rechtspersonen de nederlegging van het voorstel tot fusie hebben aangekondigd kan iedere schuldeiser door het indienen van een verzoek bij de rechtbank in verzet komen met vermelding van de waarborg die hij verlangt (art. 2:316 lid 2 BW). Verzet dat na deze maand wordt ingediend is niet ontvankelijk. Op de verzetprocedure voor schuldeisers ga ik hierna in hoofdstuk 5.6 van dit proefschrift in.
(5) Besluitvorming: na een maand na de publicatie neemt de algemene vergadering (van aandeelhouders in geval van een naamloze vennootschap) het besluit tot fusie (art. 2:317 lid 1 en 2 BW). In geval van een fusie van naamloze vennootschappen kan de verkrijgende vennootschap ook bij bestuursbesluit tot fusie besluiten (tenzij de statuten anders bepalen) (art. 2:331 lid 1-3 BW). De naamloze vennootschap moet dat zij dat van plan is wel vermelden in de publicatie in het landelijk verspreid dagblad. Verder geldt dat de verdwijnende naamloze vennootschap bij bestuursbesluit tot fusie kan besluiten indien de verkrijgende vennootschap fuseert met een vennootschap waarvan zij alle aandelen houdt, tenzij de statuten anders bepalen (art. 2:331 lid 4 BW). De notulen van de algemene vergaderingen van aandeelhouders waarin tot fusie wordt besloten, moeten bij notariële akte worden opgemaakt (art. 2:330 lid 3 BW).
(6) Verlijden akte van fusie: de fusie geschiedt bij notariële akte en wordt van kracht met ingang van de dag na die waarop de akte is verleden (art. 2:318 lid 1 BW).
Art. 3:120 lid 6 Wft niet van toepassing bij juridische fusie van schadeverzekeraars
Art. 3:120 lid 6 Wft bepaalt dat de portefeuilleoverdracht door een schadeverzekeraar ten aanzien van alle andere betrokkenen dan de betrokken schadeverzekeraars van kracht wordt met ingang van de tweede dag, volgend op die van de dagtekening van de Staatscourant waarin de publicatie is geplaatst waarin ervan melding wordt gemaakt dat een overdracht heeft plaatsgevonden. Een verzekeraar die rechten en verplichtingen heeft overgedragen met instemming van DNB moet daarvan mededeling doen in de Staatscourant (art. 3:120 lid 1 Wft). Die advertentie in de Staatscourant wordt dus geplaatst nádat de juridische fusie van kracht is geworden. Als we veronderstellen dat die Wft-advertentie op de dag na het verlijden van de notariële akte van juridische fusie in de Staatscourant wordt geplaatst, dan zou dus zonder nadere regeling de tekst van art. 3:120 lid 6 Wft strikt genomen impliceren dat de juridische fusie ten aanzien van alle andere betrokkenen dan de betrokken schadeverzekeraars pas van kracht wordt met ingang van de tweede dag na de dag van die advertentie in de Staatscourant. Dit terwijl art. 2:318 lid 1 BW nou juist bepaalt dat de juridische fusie de dag na het verlijden van de notariële akte van fusie voor alle betrokkenen van kracht wordt. Aangezien een specifieke regel boven een algemene regel gaat (“lex specialis derogat legi generali” of “law governing a specific subject matter overrides a law that governs general rules”) zou men dan kunnen betogen dat art. 3:120 lid 6 Wft prevaleert boven het gestelde in art. 2:318 lid 1 BW. Met nadruk wijs ik er daarom op dat uit het bepaalde in art. 3:115 lid 4 Wft voor een juridische fusie van een schadeverzekeraar anders voortvloeit. Dit artikellid bepaalt:
“Op een overgang als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot een schadeverzekeraar met zetel in Nederland, zijn de artikelen 3:114, eerste lid, aanhef en onderdeel a, 3:116, 3:117, tweede lid, 3:118, eerste tot en met vijfde lid, en 3:120, eerste tot en met derde, vijfde, zevende en negende lid, van overeenkomstige toepassing.”
In deze opsomming komt art. 3:120 lid 6 Wft niet voor. Art. 3:120 lid 6 Wft is dus juist niet van toepassing in geval van een juridische fusie van schadeverzekeraars. Dat betekent dat bij een juridische fusie van schadeverzekeraars dus (uitsluitend) de wettelijke regeling van art. 2:318 lid 1 BW van toepassing is, op grond waarvan de juridische fusie voor alle betrokkenen met ingang van de dag na die waarop de notariële akte van fusie is verleden van toepassing wordt.16
Verklaring notaris
Aan de voet van de notariële akte moet de notaris verklaren dat hem is gebleken dat de vormvoorschriften in acht zijn genomen voor alle besluiten die “deze en de volgende afdeling” en de statuten voor het tot stand komen van de fusie vereisten en dat voor het overige de daarvoor in “deze en de volgende afdeling” en in de statuten gegeven voorschriften zijn nageleefd (art. 2:318 lid 2 BW). De rechter kan de fusie vernietigen wegens het niet naleven van deze verplichting (art. 2:323 lid 1 onder b BW). Met “deze en de volgende afdeling” wordt gedoeld op afdeling 2 en 3 van Titel 7 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De voetverklaring van de notaris heeft dus géén betrekking op vereisten die ingevolge de Wft aan het proces worden gesteld.