Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/2.1
2.1 Inleiding
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973604:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
MvA II, Parl. Gesch. BW Boek 7, 1991, p. 152 en MvA I, Parl. Gesch. BWBoek 7, 1991, p. 157.
Zie HR 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3593, NJ 2017/163 (Far Trading/Edco Eindhoven), r.o. 5.6.3 (Far Trading werd in cassatie bijgestaan door een kantoorgenoot van mij).
De minister noemt rechtsverwerking een van de belangrijkste toepassingen van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid, zie: MvA II, Parl. Gesch. BWBoek 6, 1981, p. 69.
Zie Asser/Sieburgh 6-I 2020/11 e.v.; Hartkamp 1990, p. 657; Vranken 1986, p. 423 e.v.; Wessels 1986/3, p. 88; zie ook Tjittes & Boom, Rechtsverwerking en klachtplichten (Mon. BW nr. A6b) 2020/19.
De klachtplichten van art. 6:89 en 7:23 lid 1 BW zijn wettelijke vormen van rechtsverwerking.1 De Hoge Raad overweegt dat ook met zoveel woorden. Ik citeer:
“De art. 6:89 en 7:23 BW moeten immers opgevat worden als specifieke, in de wet geregelde vormen van rechtsverwerking.”2
Algemeen wordt aangenomen dat het leerstuk rechtsverwerking, op zijn beurt, een specifieke vorm van de derogerende werking van redelijkheid en billijkheid is.3 Rechtsverwerking wordt bovendien gezien als sanctie op schending van een Obliegenheit. Daarmee zijn ook de wettelijke klachtplichten in feite een Obliegenheit, welk karakter deze plichten in de literatuur dan ook wordt toegeschreven.4
In dit hoofdstuk onderzoek ik daarom wat de Obliegenheit voor fenomeen is en, meer in het bijzonder, wat het oplevert om de plicht van de schuldeiser in het kader van het leerstuk rechtsverwerking en de wettelijke klachtplichten als Obliegenheit te kenschetsen.
Ik ga hierna eerst in op de definitie van het fenomeen Obliegenheit (par. 2.2). Vervolgens ga ik in op de positie van de Obliegenheit ten opzichte van de rechtsplicht en de verbintenis in zowel het Nederlandse als het Duitse recht (par. 2.3). De paragraaf daarna richt zich op de ratio van Obliegenheiten (2.4), waarna ik in par. 2.5 de definitie en de ratio van de Obliegenheit toets aan leerstukken die naar Nederlands en/of Duits recht als Obliegenheit worden geschetst. Tot slot maak ik de balans op en bezie ik wat de bevindingen uit dit hoofdstuk opleveren voor het toepassingskader van het leerstuk rechtsverwerking en de wettelijke klachtplichten (par. 2.6).