Einde inhoudsopgave
Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/6.6
6.6 Modernisering Personenvennootschappen
mr. J.E. van Nuland , datum 21-09-2020
- Datum
21-09-2020
- Auteur
mr. J.E. van Nuland
- JCDI
JCDI:ADS254433:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Deze paragraaf is deels een bewerking van Van Nuland 2016.
Deze werkgroep, voorgezeten door prof. mr. M. van Olffen, is een particulier initiatief en bestaat uit juristen en fiscalisten uit de praktijk, wetenschap en het bedrijfsleven.
Naar aanleiding waarvan Van Olffen e.a. 2016 verscheen; over deze presentatie ook Mathey-Bal 2016a; zie voor een compleet en beknopt overzicht van het Rapport Boschma & Wezeman 2016.
Te raadplegen via: www.rijksoverheid.nl, Modernisering Personenvennootschappen, als bijlage bij Kamerstukken II 2016/17, 29 752, nr. 2 (brief van de minister van V&J van 9 december 2016) en opgenomen in Van Olffen e.a. 2016.
Ontwerp voor een nieuw Burgerlijk Wetboek, vierde gedeelte (Boek 7), ’s-Gravenhage: Staatsdrukkerij- en uitgeverijbedrijf 1972.
Rapport, p. iv.
Zie Kamerstukken II 2016/17, 29 752, nr. 9, p. 22 e.v. (brief van de minister van V&J van 9 december 2016).
Ik merk op dat uit Van Olffen e.a. 2016 blijkt dat in de discussie tijdens het congres noch in de reacties van de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht, de KNB en de VOC de aansprakelijkheid van de commanditaire vennoot niet aan de orde is gesteld; ook Huizink 2016, p. 137-139 gaat daar maar kort op in.
Tot slot besteed ik in dit hoofdstuk aandacht aan de toekomst die (mogelijk) voor de commanditaire vennoot in het verschiet ligt. In de inleiding beloofde ik dat onder meer te doen aan de hand van het in 2016 verschenen rapport ‘Modernisering Personenvennootschappen’. Op 15 juni 2016 werd onder meer de aansprakelijkheid van de commanditaire vennoot aan de orde gesteld tijdens het congres ‘Naar een nieuwe regeling voor de Personenvennootschap’ te Amsterdam. Tijdens deze bijeenkomst presenteerde de Werkgroep Personenvennootschappen (hierna: de Werkgroep)2 haar rapport, dat de aanzet vormt voor een nieuwe wettelijke regeling van de personenvennootschappen.3 Een aangepast rapport werd vervolgens op 26 september 2016 aan de minister van Veiligheid en Justitie aangeboden (hierna: het Rapport).4 In het verleden strandden reeds twee initiatieven voor een vernieuwing van de wettelijke regeling: het voorontwerp Van der Grinten5 en het hiervoor reeds aangehaalde Wetsvoorstel. De Werkgroep acht het echter niet wenselijk dat nog langer met de huidige, antieke regeling wordt ‘voortgeploeterd’.6 In het kader van de modernisering van het ondernemingsrecht, heeft de minister het Rapport aan de Tweede Kamer toegestuurd.7 Naar aanleiding daarvan werd op 21 februari 2019 een ambtelijk voorontwerp ter consultatie aangeboden (hierna: het Ambtelijk Voorontwerp).8
In deze paragraaf bespreek ik eerst de door de Werkgroep voorgestelde regeling voor de CV in het algemeen en richt ik mij vervolgens in het bijzonder op de aansprakelijkheid van de commanditaire vennoot.9 Op die wijze zal ik ook het Ambtelijk Voorontwerp benaderen. Verwijzingen naar artikelen betreffen steeds, tenzij expliciet anders vermeld, de artikelen in het Rapport respectievelijk het Ambtelijk Voorontwerp.
6.6.1 De CV volgens de Werkgroep Personenvennootschappen