Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/9.3.3
9.3.3 Inbound omzettingsverbod
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS495208:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
J.W. Bellingwout, Zetelverplaatsing van rechtspersonen (Serie Monografieën vanwege het Van der Heijden Instituut, deel 54), Deventer: Kluwer 1996, p. 55-56 en L. Timmerman, ‘Sitzverlegung von Kapitalgesellschaften nach Niederländischem Recht un die 14. EU-Richtlinie’, Zeitschrift für Unternehmens- und Gesellschaftsrecht 1999, p. 152.
Zie J.W. Bellingwout, Zetelverplaatsing van rechtspersonen (Serie Monografieën vanwege het Van der Heijden Instituut, deel 54), Deventer: Kluwer 1996, p. 91-94.
Wet van 23 januari 1974 tot voortbestaan van de Companía Shell de Venuzuela Limited als een Nederlandse vennootschap, Stb. 1974, 22.
Kamerstukken I 1972/73, 12 333, 5, p. 1.
Kamerstukken I 1972/73, 12 333, nr. 5, p. 1.
L. Timmerman, ‘Sitzverlegung von Kapitalgesellschaften nach Niederländischem Recht un die 14. EU-Richtlinie’, Zeitschrift für Unternehmens- und Gesellschaftsrecht 1999, p. 153-154.
Originele voetnoot: Vgl. Asser/Van der Grinten/Maeijer, De rechtspersoon (2-II), nr. 66 (1997).
Kamerstukken II 1993/94, 23 316, nr. 5, p. 1-2.
Het algemene verbod op de omzetting van een buitenlandse rechtspersoon in een NV, BV, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging of stichting (inbound omzetting) valt rechtstreeks terug te voeren op de strikte Nederlandse oprichtingsvoorschriften voor een rechtspersoon.1 Alleen als aan die voorschriften wordt voldaan, ressorteert een rechtspersoon onder het Nederlandse rechtspersonenrecht. De reeds genoemde Rijkswet vrijwillige zetelverplaatsing van rechtspersonen, Stb. 1976, 161 vormt overigens een uitzondering, maar alleen voor Antilliaanse of Arubaanse rechtspersonen in noodsituaties. Voorts is in de jaren ’70 van de vorige eeuw een uitzondering gemaakt voor een Canadese vennootschap (Companía Shell de Venuzuela Limited).2 Een speciaal daartoe in het leven geroepen wet maakte de omzetting mogelijk in een Nederlandse vennootschap met behoud van rechtspersoonlijkheid.3 Tot de introductie van een algemene omzettingsregeling wenste de Minster van Justitie niet over te gaan omdat die ‘het gevaar in zich [zou] dragen dat vreemde vennootschappen licht zouden verzoeken van deze mogelijkheid gebruik te maken, hetgeen op zichzelf reeds, ook al zouden de verzoeken niet worden toegestaan de verhouding van het Koninkrijk met de staten van herkomst kunnen beïnvloeden.’4 Bovendien merkte de minister op dat in het buitenland weinig aansluitende regelingen bestaan en dat vanwege mogelijke verschillen in wetgeving internationale afspraken nodig zijn.5 De minister formuleerde als beleid dat voor een buitenlandse rechtspersoon de mogelijkheid tot omzetting in een Nederlandse rechtspersoon slechts wordt opengesteld ‘als het Nederlandse belang enigermate bij de toelating van de rechtspersoon is betrokken’ en de mogelijke gevolgen voor de betrekkingen met andere landen zijn overwogen.6
De vermoedelijk aan het algemene inbound omzettingsverbod ten grondslag liggende redenen zijn door Timmerman (mijn vertaling; JLS) als volgt verwoord:7
‘Bij een dergelijke zetelverplaatsing is de vennootschap verdacht, zij wil zichzelf onderbrengen onder het Nederlandse recht, zonder daarbij te voldoen aan de strikte Nederlandse oprichtingsvoorschriften. Naar Nederlands recht gelden voor de oprichting van een Nederlandse kapitaalvennootschap namelijk strenge eisen: art. 2:64/175 BW bepaalt dat zij een notariële akte nodig heeft. Verder moet de Minister van Justitie verklaren dat hem van geen bezwaren is gebleken. In het bijzonder kijkt de Minister van Justitie naar de voorgeschiedenis van de bestuurders. Als slechts de verplaatsing van de statutaire zetel van het buitenland naar Nederland voldoende zou zijn voor de toepassing van het Nederlandse recht op de vennootschap vanaf het tijdstip van de verplaatsing, dan worden daarmee de strenge Nederlandse oprichtingsvoorschriften ontgaan.8 Om dit te voorkomen, verbiedt de Nederlandse wetgever de zetelverplaatsing van het buitenland naar Nederland.’
Vanwege soortgelijke anti-misbruikbezwaren heeft de wetgever in het kader van de Wet vrijwillige zetelverplaatsing derde landen, Stb. 1994, 800 (zelfs) een inreisregeling afgewezen voor in nood verkerende buitenlandse rechtspersonen die zich willen omzetten in een (veilige) Nederlandse rechtspersoon.9 Als reden tegen een inbound omzetting voerde wetgever aan dat daarvan een aanzuigende werking zou uitgaan op ‘malafide ondernemers’ waartegen door middel van een preventief antecedentenonderzoek onvoldoende kan worden opgetreden vanwege het in Nederland ontbreken van de gegevens omtrent buitenlandse aandeelhouders en bestuurders.