Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.5.3.4.1
10.5.3.4.1 Feiten en omstandigheden
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258591:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EU 20 december 2017, nr. C-529/16 (Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH tegen Hauptzollamt München), ECLI:EU:C:2017:984.
Uit de uitspraak van het Hof van Justitie lijkt te volgen dat een unilaterale APA is gesloten, echter, uit de verwijzingsbeschikking van het Finanzgericht München kan worden opgemaakt dat sprake is van een bilaterale APA, omdat deze op basis van een onderlingoverlegprocedure in het kader van het dubbelbelastingverdrag tussen Duitsland en Japan een APA tot stand is gekomen. Finanzgericht München 15 september 2016, zaak 14 K 1974/15.
In de zaak Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH tegen Hauptzollamt München1 gaf Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH in de periode 7 oktober 2009 tot en met 30 september 2010 opto-elektronische apparatuur ten invoer aan in Duitsland die zij aankocht van haar Japanse moedermaatschappij. Op de belastbare goederen werden invoertarieven toegepast van tussen de 1,4% en 6,7%. De interne verrekenprijs tussen de gelieerde Hamamatsu-entiteiten werd gebaseerd op de Residual Profit Split Method (restwinsttoerekeningsmethode) en overeengekomen in een bilaterale APA met de Duitse en Japanse belastingautoriteiten.2 De douanewaarde van de goederen werd vastgesteld op basis van de initiële verrekenprijs. Aan het einde van het boekjaar vond een neerwaartse retroactieve verrekenprijsaanpassing plaats en daaropvolgend diende Hamamatsu een teruggaafverzoek in bij de Duitse douaneautoriteiten met als argument dat dientengevolge ook de douanewaarde naar beneden bijgesteld diende te worden. Het teruggaafverzoek was niet uitgesplitst naar de afzonderlijke goederen. De Duitse douaneautoriteiten weigerden het teruggaafverzoek toe te kennen, waarna uiteindelijk het Hof van Justitie werd gevraagd of de douanewaarde kan worden gebaseerd op een initiële verrekenprijs die aan het einde van het jaar wordt aangepast, zonder dat op voorhand duidelijk is of sprake zal zijn van een opwaartse of neerwaartse verrekenprijsaanpassing.