Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.5.3.4.3
10.5.3.4.3 Beschouwing
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258594:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. M. Friedhoff and M.L. Schippers, ECJ Judgment in Hamamatsu Case: An Abrupt End to Interaction Between Transfer Pricing and Customs Valuation?, EC Tax Review 28(1), p. 32–42; J. Tuominen, European Union - The Link between Transfer Pricing and EU Customs Valuation Law: Is There Any and How Could It Be Strengthened?, ITPJ 25(6), p. 436-453; E. De Angelis and T. Elshof, European Union – The Interplay between Transfer Pricing and Customs Valuation in Case of Retroactive Profit Adjustments: The Position of the ECJ in the Case Hamamatsu Photonics GmbH (C-529/16), ITPJ 25(4), p. 300-305; D. Rovetta, L.C. Beretta, A. Smiatacz, The Court of Justice of the European Union Judgment in the Hamamatsu Case: Defending EU Customs Valuation Law from the ‘Transfer Pricing Folly’ in Customs Matters, GTCJ 13(5), p. 187–190.
D. Rovetta, L.C. Beretta, A. Smiatacz, The Court of Justice of the European Union Judgment in the Hamamatsu Case: Defending EU Customs Valuation Law from the ‘Transfer Pricing Folly’ in Customs Matters, GTCJ 13(5), p. 187–190.
Een andere expliciet genoemde situatie waarbij aanpassingen achteraf in aanmerking genomen kunnen worden, betreft kortingen, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 130 UDWU (voorheen artikel 29 CDW jo. artikel 144, lid 1, TCDW en Commentaar 8 van de Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) betreffende de Behandeling van kortingen overeenkomstig artikel 29 van het Douanewetboek). Zie over kortingen onderdeel 7.3.8.
Het Hof van Justitie heeft aan gegeven dat rechten ‘wettelijke verschuldigd’ zijn in de zin van artikel 236 CDW indien de rechten overeenkomstig Titel II van het CDW (waarin ook artikel 29 CDW over de vaststelling van de transactiewaarde is opgenomen) zijn vastgesteld. Zie HvJ EG 20 oktober 2005, nr. C-247/04 (Transport Maatschappij Traffic BV tegen Staatssecretaris van Economische Zaken), ECLI:EU:C:2005:628, r.o. 29.
De expliciete aanduiding dat dergelijke maatregelen niet zijn opgenomen in het CDW-wetgevingspakket, roept de vraag op of dergelijke maatregelen onder het DWU wel beschikbaar zijn. In dit kader zou gewezen kunnen worden op de forfaitaire waarde vaststelling zoals vastgesteld in artikel 73 DWU (onderdeel 10.5.4.4).
Artikel 181bis TCDW (thans artikel 140 UDWU).
Hoge Raad 7 november 2017, nr. 16/05249, ECLI:NL:HR:2017:2878.
In onderdeel 10.7.4.2 ga ik nader in op de omstandigheden die in acht genomen moeten worden om verrekenprijsaanpassingen in aanmerking te kunnen nemen.
Zie de Guide to Customs Valuation and Transfer Pricing, Commentary 23.1, Case Study 14.1 en Case Study 14.2 (onderdeel 10.4.2.3).
Nadat het Hof van Justitie zijn arrest in de zaak Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH tegen Hauptzollamt München heeft gewezen, hebben diverse auteurs het arrest ontleed en voor het voetlicht gebracht dat het arrest op verschillende wijze uitgelegd kan worden.1 Kortweg roept het arrest twee vragen op.
De eerste vraag is of ten gevolge van dit arrest verrekenprijsdocumentatie nog gebruikt kan worden om voor douanedoeleinden aan te tonen dat de prijs niet is beïnvloed. Ik meen dat het arrest niet uitsluit dat verrekenprijsdocumentatie voor dat doel ingezet kan worden. Het Hof van Justitie lijkt zich namelijk alleen uit te laten over of een initiële verrekenprijs die op een later moment wordt aangepast als basis kan dienen om de transactiewaarde van de ingevoerde goederen vast te stellen. Het Hof van Justitie gaat niet in op de vraag of verrekenprijsdocumentatie nuttige gegevenselementen bevat die in het kader van het onderzoek naar de omstandigheden van de verkoop gebruikt kunnen worden om aan te tonen dat de aangegeven prijs niet is beïnvloed. Ik meen derhalve dat het gebruik van verrekenprijsdocumentatie ook na het Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH tegen Hauptzollamt München-arrest gebruikt kan worden in het kader van een onderzoek naar de omstandigheden van de verkoop. Een dergelijk zienswijze sluit ook aan bij de instrumenten van de WDO – in het bijzonder Commentary 23.1 en Case Studies 14.1 en 14.2 – en de Guide to Customs Valuation and Transfer Pricing, waaruit volgt dat verrekenprijsdocumentatie, afhankelijk van de feiten en omstandigheden, voor dit doel kan dienen. Ook de OESO- en VN-richtlijnen lijken mogelijkheden te zien om voor het uitvoeren van de zakelijkheidstoets voor de vaststelling van de douanewaarde (onderzoek naar de omstandigheden van de verkoop) aansluiting te zoeken bij de vaststelling van interne verrekenprijzen (vergelijkingsanalyse) en omgekeerd.
De tweede daaropvolgende vraag ziet op de vraag of retroactieve interne verrekenprijzenaanpassingen in aanmerking genomen kunnen worden voor het definitief vaststellen van de douanewaarde. Het Hof van Justitie lijkt een legalistisch standpunt te betrekken en te oordelen dat retroactieve verrekenprijsaanpassingen niet in aanmerking genomen kunnen worden voor het definitief vaststellen van de douanewaarde. Auteurs die deze stelling verdedigen wijzen erop dat deze uitleg volgt uit het feit dat de douanewaarde en verrekenprijzen elk hun eigen (wettelijke) systeem kennen om tot een waardevaststelling te komen.2 Er zou geen wettelijke bepaling in het CDW-wetgevingspakket zijn opgenomen waaruit (expliciet) volgt dat interne verrekenprijzen die retroactief worden aangepast de basis kunnen vormen om de douanewaarde vast te stellen. Dit zou mutatis mutandis ook aansluiten bij vroegere rechtspraak van het Hof van Justitie. A contrario aan de oordelen van het Hof van Justitie in de zaken Procureur de la République tegen René Chatain en Samuel Wilner, directeur van SA Victory France zou namelijk betoogd kunnen worden dat douaneautoriteiten (een) interne (retroactieve) verrekenprijs(aanpassingen) niet in aanmerking hoeven te nemen voor de (definitieve) vaststelling van de douanewaarde.
In het arrest wordt voorts overwogen dat het Hof van Justitie de gevallen waarbij de transactiewaarde achteraf kan worden aangepast heeft beperkt tot, met name, de situaties dat een kwaliteitsgebrek van het goed aan het licht komt nadat de goederen zijn ingeklaard. Het CDW voorziet echter in wettelijke mogelijkheden om ook in andere situaties aanpassingen achteraf in aanmerking te nemen.3 In dat verband wijs ik op de artikelen 78 en 236 CDW. Op grond van deze artikelen kan een teruggaaf worden verkregen indien de rechten niet wettelijk verschuldigd zijn. Rechten zijn niet wettelijk verschuldigd wanneer het bedrag aan betaalde rechten door toepassing van onder andere artikel 29 CDW lager uitvalt.4 Ik meen dat dat het geval is als de verrekenprijsaanpassing invloed heeft gehad op de werkelijk betaalde of te betalen prijs en betrekking heeft op de ingevoerde goederen. In een dergelijk geval moeten de douaneautoriteiten op grond van voornoemde artikelen op verzoek overgaan tot teruggaaf van te veel betaalde invoerrechten. Er lijkt sprake te zijn van een daadwerkelijke betaling van Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH aan Hamamatsu Japan. Er heeft echter geen uitsplitsing plaatsgevonden naar de individuele goederen die elk een eigen invoertarief aantrokken.
Het Hof van Justitie wijst er voorts expliciet op dat handvatten in het CDW-wetgevingspakket ontbreken om importeurs te verplichten om aanpassingen in aanmerking te nemen en douaneautoriteiten geen bescherming bieden tegen het risico dat importeurs alleen verzoeken om neerwaartse aanpassingen.5 In dat kader merk ik op dat Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH op grond van artikel 78 CDW een teruggaafverzoek had ingediend. Artikel 78 CDW voorziet in de herziening van de douaneaangifte en, indien de bepalingen die voor de betrokken douaneregeling gelden op grond van onjuiste of onvolledige gegevens zijn toegepast, de rechtzetting van de douaneaangifte. Deze bepaling neemt in mijn ogen inderdaad niet het risico weg dat importeurs alleen verzoeken om neerwaartse aanpassingen. Dit risico wordt mijns inziens echter ondervangen door het feit dat het douaneautoriteiten vrij staat om bij twijfel over of de aangegeven waarde overeenkomt met de werkelijk betaalde of te betalen prijs aanvullende informatie op te vragen en, wanneer deze informatie niet overtuigd, over te gaan tot aanpassing of verwerping van de transactiewaarde.6 Aangezien deze bevoegdheid de douaneautoriteiten zelfs toekomt bij een controle na invoer, voorziet het CDW naar mijn mening wel degelijk in een mogelijkheid om het risico dat er enkel neerwaartse aanpassingen in aanmerking worden genomen te mitigeren.7
Gelet op voornoemde argumenten lijkt mij het mogelijk om onder de juiste omstandigheden verrekenprijsaanpassingen in aanmerking te nemen voor het definitief vaststellen van de douanewaarde.8 Hiermee wordt ook recht gedaan aan de internationale ontwikkelingen die wijzen in de richting van een nauwere afstemming van de douanewaarde op interne verrekenprijs.9 Mijns inziens hoort daar ook het in aanmerking nemen van het verrekenprijsaanpassingen bij. Immers, daarmee wordt juist, door de toetsing aan het arm’s length-beginsel, veiliggesteld dat de betaalde of te betalen prijs niet is beïnvloed. Gelet op het feit dat door globalisering sprake van intensievere handelsrelaties gebaseerd op een inter-firm principe (onderdeel 1.1), waarbij telkens aangetoond moet worden dat geen sprake is prijsbeïnvloeding door de verbondenheid, voorkomt voornoemde interpretatie dat het oordeel van het Hof van Justitie de toepassing van de transactiewaarde als primaire en preferente waarderingsmethode onder druk zet.