Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/8.5.2.1
8.5.2.1 Omgevingsrechtelijke normen met vaststelbare beschermingsomvang: stap 1 en 2
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284532:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
ABRvS 1 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2582, JOM 2018/867 (Midden-Delfland) en ABRvS 29 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1832, JM 2020/136, m.nt. S.M. van Velsen (Oisterwijk).
ABRvS 19 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1947, TBR 2019/97, m.nt. H.J. de Vries (Windpark Oude Maas) en ABRvS 13 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3836, JOM 2020/1002 (Moerdijk).
Zie bijv. ABRvS 19 februari 1998, ECLI:NL:RVS:AN5625, AB 1998/202, m.nt. P.J.J. van Buuren (Uitbouw Buitenveldert). Zie ook ABRvS 18 juni 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AG1732, JOM 2008/366 (Bunschoten).
HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278, AB 2019/519, m.nt. C.N.J. Kortmann (Groninger Gaswinning).
ABRvS 19 februari 1998, ECLI:NL:RVS:AN5625, AB 1998/202, m.nt. P.J.J. van Buuren (Uitbouw Buitenveldert). Zie ook ABRvS 18 juni 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AG1732, JOM 2008/366 (Bunschoten). De ABRvS neemt ook aan dat geluidnormen uit (thans) het Activiteitenbesluit strekken tot bescherming van verminderde huurinkomsten door verhuurders als gevolg van schending van die normen: ABRvS 28 juli 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN2670, AB 2011/240, m.nt. B.P.M. van Ravels (Nuth). Zie ook reeds HR 29 maart 1974, ECLI:NL:HR:1974:AC5430, NJ 1974/344, m.nt. W.F. Prins en G.J. Scholten (Westzijderveld) en HR 21 mei 1976, ECLI:NL:HR:1976:AD7425, NJ 1977/17, m.nt. W.F. Prins (Eindhoven/Aussems) die de ABRvS in de hierna te bespreken uitspraak Amelands benzinestation II overigens ten onrechte noemt ter onderbouwing van zijn oordeel dat art. 48 Wonw. (oud) mede zou strekken tot bescherming tegen concurrentieschade. Zie hierover ook de annotatie van B.P.M. van Ravels en A.M.L. Jansen onder ABRvS 24 december 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG8294, AB 2009/213 (Amelands benzinestation II) onder 13.
ABRvS 13 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1495, JM 2015/103, m.nt. H.S. de Vries (Hardenberg).
ABRvS 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1096 (Gemert-Bakel).
ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2892, AB 2017/244, m.nt. A.J. Metselaar (Ameland).
713. Van sommige omgevingsrechtelijke normen laat zich via uitleg duidelijk vaststellen wie zij tegen welke schade niet en wel willen beschermen. In dit verband is de overzichtsuitspraak Twiske Zuid II van de ABRvS behulpzaam. De ABRvS geeft daarin in het kader van de bestuursrechtelijke relativiteit ex art. 8:69a Awb een uitvoerig overzicht van het (duidelijke) beschermingsbereik van tal van omgevingsrechtelijke normen. Art. 8:69a Awb biedt in mijn benadering een belangrijke opstap bij de toets binnen stap 1 en 2. Strekt de norm kennelijk niet tot bescherming van een bestuursrechtelijk belang ex art. 8:69a Awb, dan biedt de norm evenmin bescherming tegen schade – en loopt de zoektocht naar schadevergoeding van de gelaedeerde/belanghebbende bij het besluit dus al vast in de bestuursrechtelijke kolom: het besluit blijft dan in stand. Doorstaat de norm de toets van art. 8:69a Awb wel, dan biedt dat (soms) aanknopingspunten voor de vaststelling van de vermogensrechtelijke bescherming, maar is daarvoor niet doorslaggevend (zie hierover §7.5.3). Ik geef enkele voorbeelden.
Voorbeelden stap 1
714. Brandveiligheidsregels uit het Bouwbesluit 2012 strekken tot bescherming van de belangen van eigenaren en gebruikers van gebouwen waarvoor die regels gelden. Zij strekken niet tot bescherming van niet naastgelegen bebouwing.1 De norm geeft daarom de eigenaar van zo’n niet naastgelegen gebouw in het driestapsmodel evenmin bescherming tegen schade. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de bepalingen uit de Wet natuurbescherming (Wnb). Die strekken tot behoud van de natuurwaarden in natuurgebieden.2 Daaruit volgt dat zij geen vermogensrechtelijke bescherming willen bieden.
Voorbeelden stap 2
715. De norm van een goede ruimtelijke ordening ziet volgens de ABRvS op de bescherming van een aanvaardbaar woon- of leefklimaat. Het ligt daarmee in lijn aan te nemen dat die norm mede kan strekken tot bescherming van bewoners tegen bijvoorbeeld hinder en verlies van woongenot.3 Die belangen zijn ook vermogensrechtelijk beschermd: het verloren woongenot is materiële schade.4 De ABRvS volgt deze lijn bijvoorbeeld ten aanzien van bestemmingsgrenzen. Die hebben tot doel ieders woongenot te garanderen. Een bouwvergunningverlening in strijd met de bestemmingsgrenzen is volgens de ABRvS daarom onrechtmatig en geeft aanspraak op schadevergoeding wegens verminderd woongenot en de daarmee verband houdende waardevermindering van een woning.5
De norm van de goede ruimtelijke ordening biedt volgens de ABRvS ook bescherming tegen een onaanvaardbare toename van geurhinder,6 gezondheidsrisico’s7 of wateroverlast.8 De norm biedt daarom volgens mij ook duidelijk bescherming tegen de daarmee gepaard gaande schade (zoals verminderd woongenot, gezondheidsschade en waterschade).