De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.2.5.1:15.2.5.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.2.5.1
15.2.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368848:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Nieuwe Weme 2004, p. 168 voor andere situaties waarin sprake kan zijn van gelijktijdige verwerving van overwegende zeggenschap.
Vgl. Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 3, p. 29.
Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 3, p. 31-32.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wordt gelijktijdig overwegende zeggenschap verworven, dan is enkel biedplichtig degene die de meeste stemrechten kan uitoefenen; de overige concert parties zijn vrijgesteld (art. 5:71 lid 1 sub h Wft). Deze vrijstelling is niet speciaal voor acting in concert-situaties geschreven.1 Toch is zij in het bijzonder van belang bij verkrijging van overwegende zeggenschap door samenwerkende personen.2
Hieronder besteed ik aandacht aan de ratio van deze vrijstelling (§ 15.2.5.2), het “meeste stemrechten-criterium” (§ 15.2.5.3) en wat de vrijstelling doet vervallen en wat daarvan de gevolgen zijn (§ 15.2.5.4).3