De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.1:4.5.1 Inleiding
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.1
4.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949328:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De leraar is niet alleen onderworpen aan het beleid en de instructies van het bevoegd gezag, maar indirect is hij ook gebonden aan de regels die de overheid stelt. De overheid stuurt immers met wetgeving op landelijk niveau het onderwijs en houdt toezicht op de naleving van deze regels. De regels van de wetgever richten zich tot het bevoegd gezag en niet direct tot de leraar. Indirect raken deze regels echter ook hem. Het bevoegd gezag moet op basis van deze regels immers bepaald beleid maken. De leraar moet zich vervolgens bewegen binnen de kaders van dit beleid.
In deze paragraaf wordt uiteengezet hoe de overheid en het bevoegd gezag zich tot elkaar verhouden. Daarbij wordt eerst in het algemeen stilgestaan bij de verhouding tussen de overheid en het bevoegd gezag en welke rol de leraar hierin speelt. Vervolgens wordt ingegaan op het bevoegd gezag en de overheid vanuit grondwettelijk perspectief. Dit is relevant omdat uit artikel 23 van de Grondwet voortvloeit dat het onderwijs een aanhoudende zorg is van de regering, terwijl op basis van hetzelfde artikel aan het bevoegd gezag de vrijheid van inrichting toekomt.
De overheid stuurt het onderwijs met wetgeving, deze wetgeving beperkt de autonomie van het bevoegd gezag. De overheidsvisie op sturing in het onderwijs is door de jaren heen verschillende keren gewijzigd, met als gevolg dat de mate van autonomie van het bevoegd gezag eveneens wijzigde. Op de verschillende sturingsvisies van de overheid wordt daarom nader ingegaan. De overheid heeft niet enkel met wetgeving invloed op het onderwijs. Op grond van artikel 23, tweede lid, van de Grondwet moet er ook toezicht gehouden worden op het onderwijs. Ten slotte wordt in deze paragraaf daarom beschreven op welke wijze de Inspectie toezicht houdt op het onderwijs en op welke wijze de NVAO accreditatie verleent.