De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.6.2.3:15.6.2.3 Verzoekgerechtigden
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.6.2.3
15.6.2.3 Verzoekgerechtigden
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366368:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Idem Doorman 2008-2, p. 514.
Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 3, p. 31. Zie over deze tegenstelling ook Doorman 2008-2, p. 514 (voetnoot 71) en De Mol van Otterloo 2006, p. 209.
Idem Doorman 2008-2, p. 514.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 5:72 lid 3 noemt als verzoekgerechtigden: de doelvennootschap, iedere houder van aandelen van de doelvennootschap en iedere houder van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen.
Opgemerkt moet worden dat de doelvennootschap in twee situaties verzoekgerechtigd kan zijn. In de eerste plaats wanneer een of meer partijen overwegende zeggenschap verwerven zonder dat zij daarbij betrokken is. En, in de tweede plaats de situatie waarin zij wel betrokken is daarbij, hetgeen zich voordoet bij defensief acting in concert (§ 8.2.3 en § 15.3.5). In beide gevallen heeft de doelvennootschap een rechtmatig belang bij ontheffing.
Degene die overwegende zeggenschap heeft verworven wordt niet expliciet genoemd als verzoekgerechtigde, anders dan bij art. 5:73 lid 3 Wft en art. 5:80b Wft. Hieruit moet mijns inziens niet – a contrario redenerend – worden afgeleid dat beoogd is deze persoon uit te sluiten.1 Normaliter zal dit van weinig praktisch belang zijn aangezien hij in ieder geval ofwel als aandeelhouder van de doelvennootschap bevoegd is of als doelvennootschap, hetgeen zich kan voordoen bij defensief acting in concert (vgl. hiervoor). Maar, eerder kwam al aan de orde dat men biedplichtig kan zijn, zonder aandeelhouder te zijn (§ 7.2.3). Ook de toelichting lijkt op een niet-limitatieve opsomming van verzoekgerechtigden in art. 5:72 lid 3 Wft te wijzen; opgemerkt wordt dat de in de wet genoemde personen “in ieder geval als belanghebbenden” kwalificeren.2 Mede gelet hierop – en het feit dat niet valt in te zien waarom degene die als niet-aandeelhouder biedplichtig is, geen verzoek tot ontheffing zou mogen doen3 – meen ik dat de OK zich hier ruimhartig dient op te stellen.