De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/6.4.2:6.4.2 Toepassingsgebied van een Europese regeling betreffende een incassoprocedure in het algemeen
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/6.4.2
6.4.2 Toepassingsgebied van een Europese regeling betreffende een incassoprocedure in het algemeen
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS379475:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De ongeschiktheid van niet-geldelijke vorderingen voor een incassoprocedure hangt ook samen met de vaak voorkomende geautomatiseerde behandeling van de vorderingen in een incassoprocedure. Zie ook Kamerstukken II 2002/03, 22 112, nr. 275, p. 5. Tevens dient te worden opgemerkt dat in een incassoprocedure slechts vorderingen ingediend kunnen worden waarvan het bedrag reeds is bepaald.
Kamerstukken II 2002/03, 22 112, nr. 275, p. 5.
S.F.M. Wortrnann, j. van Duivendijk-Brand, Compendium van het personen- en familierecht, 8e druk, 2002, nr. 81.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het algemeen kan worden gesteld dat de regeling van een incassoprocedure zich slechts leent voor de toepassing op vorderingen waarvan het bedrag vaststaat. Derhalve is de toepassing van een incassoprocedure op vorderingen die voortvloeien uit niet-contractuele verbintenissen, niet mogelijk. In deze gevallen dient allereerst het geldelijke bedrag van de vordering te worden vastgesteld, alvorens men tot executie kan overgaan. De toepassing van een incassoprocedure op niet-geldelijke vorderingen is gezien hun aard - bijvoorbeeld revindicatie of een verbodsvordering - uitgesloten. Dergelijke vorderingen vereisen een andere behandeling dan de geldvorderingen.1
Wat het materiële toepassingsgebied betreft, dient de Europese regeling van de incassoprocedure te worden beperkt tot de zaken die onder het materiële toepassingsgebied van de EEX-Verordening en van de EET-Verordening vallen. Dit heeft tot gevolg dat bij het ontbreken van een regeling voor de erkenning van een Europees betalingsbevel de bestaande regelingen van toepassing zouden kunnen zijn op de erkenning van het betalingsbevel in een andere lidstaat, indien niet gekozen zou worden voor directe uitvoerbaarheid van een (Europees) betalingsbevel. Nederland heeft in de beantwoording van de vragen uit het Groenboek voorgesteld om arbeidszaken, geschillen betreffende de sociale zekerheid, onderhoudsverplichtingen en andere familierechtelijke zaken van het toepassingsbereik van de Europese incassoprocedure uit te sluiten. Deze uitsluiting zou met het gevoelige karakter van deze geschillen samenhangen.2 De beperking van het bereik tot het materiële toepassingsgebied van de EEX-Verordening en de EET-Verordening houdt tevens in de uitsluiting van de onderwerpen die de sociale zekerheid, de staat en de bevoegdheid van natuurlijke personen, het erfrecht en het huwelijksvermogensrecht betreffen. De toepasselijkheid van de regeling op de alimentatie dient mijns inziens niet te worden uitgesloten. Voor het instellen van een vordering in een incassoprocedure is noodzakelijk dat een vordering reeds bestaat. In het geval van alimentatie betekent dit dat het bedrag van het te vorderen levensonderhoud reeds is vastgesteld. De vaststelling daarvan kan geschieden hetzij in een alimentatieovereenkomst, hetzij door de rechter. Indien de hoogte van de alimentatie in een rechterlijke beslissing is bepaald, behoeft geen incassoprocedure te worden geëntameerd. Een uitvoerbare rechterlijke beslissing levert immers een executoriale titel op. Is er sprake van een alimentatieovereenkomst, dan is - wat Nederland betreft - de vorm waarin deze overeenkomst is opgemaakt van belang. De alimentatieovereenkomst in de vorm van een notariële akte heeft tot gevolg dat een daaruit voortvloeiende vordering voor tenuitvoerlegging vatbaar is, aangezien ingevolge art. 430 lid 1 Rv een in Nederland verleden authentieke akte een executoriale titel oplevert. Bij een grensoverschrijdende executie kan deze akte worden gewaarmerkt met een EET (vgl. art. 25 EET-Vo) of kan in de lidstaat van tenuitvoerlegging overeenkomstig de EEX-Verordening een exequatur worden verzocht (vgl. art. 57 EEX-Vo). Nu een alimentatieovereenkomst, net als een echtscheidingsconvenant, niet aan een bepaalde vorm is gebonden, is het mogelijk dat deze overeenkomst in de vorm van een onderhandse akte wordt opgesteld.3 In een dergelijk geval is voor het innen van de vordering van de alimentatiecrediteur een gang naar de rechter noodzakelijk. Mijns inziens dient in dit geval wel de mogelijkheid te bestaan dat de alimentatiecrediteur een Europees betalingsbevel verkrijgt. Dit hangt samen met de vaak bestaande financiële behoefte van deze crediteur.